Angela Merkel: heerlijke jeugd in DDR

Een van de grote misverstanden over de vroegere DDR is dat het leven van elke burger er dagelijks volledig in het teken stond van de politieke werkelijkheid. Dat was dus niet het geval, vertrouwde Angela Merkel haar biograaf toe...

Net als haar leeftijdsgenoten in het ‘kapitalistische buitenland’ draaide zij plaatjes van de Beatles – die haar familie in Hamburg (waar zij in 1954 was geboren) haar toestuurde. Zij was heimelijk verliefd op Paul McCartney. Zij versierde de muren van haar tienerkamertje met posters van Franse impressionisten. Haar lidmaatschap van de Freie Deutsche Jugend (FDJ) was niet door ideële, maar door sociale motieven ingegeven. En zij rebelleerde tegen haar ouders en tegen haar docenten. Zij het met mate. Want Angela Kasner – zoals zij voor haar (eerste) huwelijk heette – zocht de confrontatie niet op.

Niettemin raakte zij in 1973, vlak voor haar eindexamen op de middelbare school, betrokken bij een incident dat – zo vreesde haar vader – haar studieplannen dreigde te doorkruisen. Haar klas gaf geen gehoor aan de uitnodiging van een docent om tijdens een cultuuravond een ode aan de heldhaftige strijd van het Vietnamese volk tegen het Amerikaanse imperialisme ten beste te geven.

De voorkeur van de leerlingen ging uit naar een vertolking van een gedicht over een mopshond. De onschuld van het thema was, in de ogen van de toegesnelde zedenmeesters, echter bedrieglijk. De dichter, Christian Morgenstern, stamde uit de Münchense bourgeoisie. En alsof dat nog niet erg genoeg was, liet de in 1914 overleden dichter de mopshond plaatsnemen op een muur – hetgeen bijna zestig jaar later als een verwijzing naar de actualiteit werd opgevat.

Het aandeel van Angela Merkel bij deze revolte is nooit helemaal opgehelderd. Als domineesdochter had zij de schijn in elk geval tegen. Maar klas 12B heeft de gelederen gesloten gehouden, en werd collectief gestraft met een deelnameverbod aan het ochtendappel. ‘Als ik daaronder geleden heb, heb ik het verdrongen’, merkt Merkel laconiek over deze episode op.

Wie opgroeide in de DDR ontkwam niet aan de voorgeschreven waarheid, de beroepsverboden, de Stasi, de Inoffizielle Mitarbeiter – zoals de ruim 100 duizend ‘toezichthouders’ werden genoemd – de milde en de brute repressie, en de aanhoudende willekeur. Een leven in de DDR kon nochtans heel ‘gewoon’ zijn. En de herinneringen aan dat leven kunnen - vijftien jaar na de implosie van dit curieuze bijproduct van de koude oorlog – opmerkelijk opgewekt en positief van toonzetting zijn. Zelfs als ze zijn opgetekend door vroegere tegenstanders van het regime.

Aan die omstandigheid ontleent het boekje Meine Freie Deutsche Jugend zijn attractie. De auteur, Claudia Rusch, groeide op in de hoek waar de klappen vielen. Haar moeder en stiefvader maakten deel uit van de kerkelijke vredesbeweging, en waren bevriend met opper-dissident Robert Havemann. Dit bracht de permanente nabijheid van Stasi-agenten met zich mee. Maar voor een meisje dat niet beter wist, ging hier geen bedreiging van uit.

‘Kakkerlakken’, noemde haar vader de Stasi-agenten. En Claudia wist niet beter dan dat dit hun soortnaam was. Totdat zij in Berlijn een vriendje bezocht. Zijn kamer was groot – naar DDR-maatstaven. En hij deelde een keuken met een aantal mede-studenten. Heel gezellig, inderdaad. Alleen de aanwezigheid van kakkerlakken stoorde hem nogal. Kakkerlakken?, vroeg zijn bezoekster? Waar zitten die dan, en hoeveel zijn er? Een paar honderd, vermoedde de bevriende kamerbewoner. En ze zaten overal. Vooral in de aanrechtkastjes. Het duurde even voordat de spraakverwarring was gedetermineerd. En nog steeds wekt het woord kakkerlak – ‘dat ook wel iets Russisch heeft’ – bij haar associaties met mannen in te korte regenjassen.

Deze volgden haar ook toen zij op een late avond – haar vrees voor de duisternis trotserend – haar grootmoeder ging afhalen bij de bushalte. Op de weg naar huis kwam zij hen weer tegen: hun Lada was vastgelopen in het rulle zand. Voor Rusch leek het regime te worden belichaamd door de vriendelijke Volkspolizist die haar ooit in een overvolle trein op schoot had genomen. Hij vertelde haar een anekdote. En zij beantwoordde deze geste met een paar Honecker-moppen. Tot grote vreugde van de omstanders. Maar tot onbehagen van haar moeder. ‘Naderhand moest ik beloven nooit meer in het openbaar Honecker-moppen te vertellen, en nooit meer een politieman als Bulle zou aanspreken – zelfs niet als ik het goed bedoelde.’

Deze omzichtigheid weerhield haar moeder er overigens niet van om het symbool van de oppositionele vredesbeweging – een ploegschaar – op haar jasje te bevestigen. Hiermee stelde zij haar dochter – die, naar eigen zeggen, aan het engagement van haar ouders was ‘overgeleverd’ – bloot aan de officiële blijken van afkeuring. Eén klasgenootje, de dochter van de visboer, liet publiekelijk weten dat Ernst Thälmann, de huisheilige van de Oost-Duitse communisten, zich bij de aanblik van de ploegschaar ‘zou omdraaien in zijn graf’. Maar haar vriendinnetje Peggy uitte – eveneens in het openbaar - haar twijfel aan die zienswijze. De ‘conflictschuwe’ schooldirecteur meende er uiteindelijk verstandig aan te doen het tweespalt stichtende symbool van haar jasje te verwijderen. Tot grote opluchting van de draagster.

Horst Kasner, de vader van Angela Merkel, zal enige zielsverwantschap met de ouders van Claudia Rusch hebben gevoeld, maar gaf hieraan geen uiting. Hij was zich er terdege van bewust tot een suspecte beroepsgroep te behoren, maar compenseerde deze handicap met een loyale houding tegenover de DDR. Daarvan getuigde alleen al het feit dat hij in 1954, het geboortejaar van Angela, van Hamburg naar het nietige plaatsje Quitzow, in Brandenburg, verhuisde. Zijn echtgenote had bedenkingen tegen deze beroeping, maar Horst Kasner deed wat van hem verlangd werd. ‘Als ik naar Afrika had gemoeten, had ik het ook gedaan’, zou hij later verklaren.

Volgens kritische geloofsgenoten is op deze offervaardigheid wel wat af te dingen. Kasner zou de DDR als het ‘betere Duitsland’ hebben gezien, en zou een vergelijk tussen evangelie en socialisme hebben nagestreefd. Deze taakopvatting zou zelfs gepaard zijn gegaan met een vergaande bereidwilligheid het regime hand- en spandiensten te verlenen. Maar hiervoor kan slechts circumstantial evidence worden aangevoerd – zoals de ongebruikelijke omstandigheid dat de familie Kasner op een zeker moment over twee auto’s kon beschikken.Angela Merkel uit zich niet over haar vader of over diens keuzes. Wellicht uit piëteit, want Horst Kasner en zijn echtgenote leven nog. Misschien omdat zij denkt dat het haar niet toekomt om een oordeel te vellen over de morele dilemma’s van de DDR-burgers. Deze terughoudendheid draagt er in elk geval aan bij dat haar biografie nogal flets is geworden. De auteur, die politieke wetenschappen doceert aan de universiteit van Bonn, schetst gewetensvol de voorgeschiedenis van Angela Merkels verheffing tot lijsttrekker van de CDU/CSU bij de Bondsdagverkiezingen van aanstaande zondag.Maar steeds lijkt Merkel weinig meer te zijn dan het product van haar omgeving. Tot de Wende miste zij elke aanvechting om zich politiek te engageren. Zij voegde zich opgewekt naar de beperkingen van haar bestaan als DDR-burger. Af en toe drong de rimpeling van de grote actualiteit tot haar privéleven door. In Tsjecho-Slowakije maakte zij nog iets mee van de Praagse Lente. Als student natuurkunde in Leipzig was zij getuige van de discussies over de verbanning van de systeemkritische zanger Wolf Biermann. Zij sluit zelfs niet uit dat zij audiobandjes – ‘geen grammofoonplaten’ – van Biermann bezat. Maar verder reikte haar betrokkenheid niet. De val van de Muur was binnen het gezin weliswaar al jaren als wenkend perspectief opgeroepen (al was het alleen maar om in het West-Berlijnse hotel Kempinski te kunnen eten), maar toen het eenmaal zover was, ging Angela Merkel gewoontegetrouw naar de sauna. Pas daarna overschreed zij – toch nog redelijk aangedaan – de grens. De volgende dag verscheen zij stipt op tijd op het werk (zij was eertijds wetenschappelijk medewerker bij het Centrale Instituut voor Natuurkundige Chemie in Oost-Berlijn).Op voorspraak van een collega werd zij politiek actief. Eerst als hulpengel bij de Demokratischer Aufbruch (een politieke partij die binnen een jaar ter ziele zou gaan), vervolgens bij de CDU. Ofschoon haar biograaf veel wilskracht en politieke ambitie aan haar toedicht, blijkt daarvan in zijn boek vrijwel niets. Angela Merkel was steeds op het goede moment op de goede plaats. Zij was in de buurt van de laatste DDR-premier Lothar de Maizière toen deze een woordvoerder zocht. Zij was net aan Helmut Kohl voorgesteld toen deze een jonge, vrouwelijke minister voor emancipatie en jeugd zocht – bij voorkeur afkomstig uit een van de ‘nieuwe deelstaten’. Zij was net in het partijbestuur gearriveerd toen het zwart-geld schandaal ontbrandde. En zij voldeed aan het profiel dat haar partij – na het échec met de Beier Edmund Stoiber bij de Bondsdagverkiezingen van 2002 – had opgesteld. Natuurlijk berust haar loopbaan niet louter op toeval. Maar uit de ultieme Merkel-biografie wordt nergens duidelijk vanuit welke inspiratiebron en met welk toekomstperspectief zij handelt. Misschien is zij enigmatisch. Maar ze kan ook een Frau Ohne Eigenschaften zijn. Iemand die het gemis aan politiek en bestuurlijk talent misschien kan compenseren door goede adviseurs aan te trekken.In dit opzicht is zij de tegenpool van Gregor Gysi – de oprichter van de post-communistische PDS, en zojuist uit zijn politieke dood herrezen als lijsttrekker van de Linkspartei. Ook Gysi is een kind van de DDR. Maar anders dan Merkel, behoorde hij tot de elite van het verdwenen land. Zijn vader, Klaus Gysi, was minister en staatssecretaris onder de partijleiders Walter Ulbricht en Erich Honecker. Hij was betrokken bij de alledaagse repressie en bij de periodieke zuiveringen – meer uit politiek lijfsbehoud dan uit overtuiging. En hij bleef de idealen van zijn jeugd trouw – ook al viel de praktische weerslag hem nogal tegen.Toch werden de Gysis nooit volledig met het regime vereenzelvigd. Dat hing vooral samen met de kosmopolitische flair en de belezenheid van Klaus: hij oogde gewoon niet als een geestverwant van de ideologische betonkoppen in zijn omgeving. Tot de Wende gold hij – zowel binnen als buiten de DDR – als Hoffnungsträger van de hervormers. Hij is er nog getuige van geweest dat deze rol met verve werd vervuld door zijn zoon en lookalike Gregor.Diens politieke loopbaan lag aanvankelijk niet voor de hand. Gregor Gysi studeerde rechten in Berlijn, benutte bij zijn promotieonderzoek de maximaal toegestane bandbreedte van academische vrijheid, en koos voor een loopbaan in de advocatuur. Daarmee gaf hij blijk van zijn tegendraadsheid. Want volgens het gangbare inzicht hadden advocaten alleen een functie in de imperfecte rechtsstelsels van het kapitalistische Westen. Maar Gysi wist beter. Als student was hij getuige geweest van de ruwe behandeling die een ongeletterde verdachte in de rechtszaal ten deel was gevallen. Aan deze ervaring had hij zijn roeping ontleend. Hij verdedigde – met wisselend succes – politieke tegenstanders van de DDR, onder wie Rudolf Bahro en de voornoemde Robert Havemann. Niet per se omdat hij met hen of met hun opvattingen sympathiseerde, maar omdat hij op deze wijze hoopte bij te dragen aan de vervolmaking van het rechtssysteem in de DDR.In zijn latere politieke leven beleed hij hetzelfde vertrouwen in het zelfreinigend vermogen van de DDR. Maar met de wisseling der seizoenen veranderde de respons op dit standpunt. Aan de vooravond van de Wende gold hij als medestander van de oppositie. Een paar maanden later, toen de maandagdemonstranten voor de Duitse hereniging ageerden, belichaamde hij de vermaledijde DDR. De SED-veteranen in zijn partij houden hem voor een ‘Wessi’. En voor CSU-leider Edmund Stoiber is hij de suspecte aanvoerder van gefrustreerde Oost-Duitsers. Gysi heeft het allemaal over zichzelf afgeroepen met zijn onwankelbare geloof in de socialistische lotsbestemming van de mensheid.Niettemin geldt hij nog steeds als opportunist. Zijn loyaliteit tegenover de DDR wordt niet verenigbaar geacht met een democratische gezindheid, of met zijn integriteit als advocaat van mensenrechten-activisten. Hoewel nooit overtuigende bewijzen zijn aangevoerd voor zijn samenwerking met de Stasi, en zijn voormalige cliënten geregeld hun tevredenheid over zijn diensten hebben bekrachtigd, kan Gysi zich maar niet bevrijden van het odium een verrader te zijn geweest. Hijzelf lijkt zich erbij te hebben neergelegd. En misschien is dat de verstandigste reactie op de aanhoudende fluistercampagne. Want zelfs Gregor Gysi zal nooit kunnen verklaren hoe een erudiet, ruimdenkend en soeverein mens als hij zich ooit thuis heeft kunnen voelen in de benauwde DDR.Gerd Langguth: Angela Merkel.Deutscher Taschenbuch Verlag; 399 pagina’s; 14,50 euro.ISBN 3 423 24485 2.Jens König: Gregor Gysi, Eine Biographie.Rowohlt Berlin; 352 pagina’s; 19,90 euro.ISBN 3 87134 453 2.Claudia Rusch: Meine Freie Deutsche Jugend.Fischer Verlag; 157 pagina’s; 7,90 euro.ISBN 3 596 15986 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden