Anecdotes van een sympathieke pias

In 'Alles voor de kijkcijfers' strooit Bert van der Veer rijkelijk met citaten en anekdotes, maar een betoog ontbreekt. De programmadirecteur van RTL 4 houdt het liever bij oneliners....

EEN HEERLIJKE rotwereld, luidt de typering voor de televisiebranche die RTL 4-programmadirecteur Bert van der Veer in zijn voorwoord lanceert. De bijna driehonderd bladzijden die daarop volgen, getuigen van zijn haat-liefde-verhouding met het medium.

Ervaring met televisie heeft Van der Veer genoeg. De oud-regisseur van Toppop en de Soundmixshow loopt al zo'n kwart eeuw in Hilversum rond. Vorig jaar kreeg zijn carrière een bizarre wending, toen HMG-topman Pieter Porsius hem vroeg of hij 'een schemaatje kon maken' voor RTL 4. Van der Veer veranderde daardoor van 'een weliswaar gerespecteerde, maar toch enigszins onbeduidend geworden consultant', aldus Van der Veer zelf, in RTL 4-programmadirecteur, oftewel 'het populairste jongetje van Hilversum'.

Zijn boek had hij op dat moment al af, dus als een beleidsstatement van een programmadirecteur valt het niet te lezen. Wel geeft het enigszins inzicht in de vraag: wat wil Van der Veer nu eigenlijk? Die vraag is in de afgelopen maanden steeds prangender geworden, naarmate het marktaandeel van RTL 4 verder wegzakte.

Van der Veer heeft zijn boek een thematische structuur gegeven. Na een inleidend hoofdstuk over de tv-branche behandelt hij diverse programmasoorten, gaat hij in op de invloed van de commercie, schetst hij het moeizame proces van het bedenken en produceren van tv-programma's en signaleert hij de toenemende afhankelijkheid van sterren ('een zender zonder sterren is als een krant zonder koppen').

Jammer is dat die serieuze aanpak bedolven is geraakt onder een laag van leukigheid. De zes hoofdstukken worden telkens ingeleid met een serie oneliners ('Televisie is niks dan een elektronische buurvrouw') en afgewisseld door korte hoofdstukjes met anekdotes uit de carrière van Van der Veer. De auteur wekt de indruk bang geweest te zijn voor de wegzappende lezer, wat nog eens wordt versterkt door het opknippen van de zes hoofdstukken in een oneindig aantal kleine hoofdstukjes die nooit langer dan een paar bladzijden mogen duren. Voeg daar nog eens bij dat Van der Veer consequent de voorkeur geeft aan de oneliner boven het uitwerken van zijn gedachtes en het grote manco van dit boek wordt duidelijk: een betoog wil maar niet van de grond komen.

De waarde van Alles voor de kijkcijfers schuilt in die hoofdstukken waarin Van der Veer zijn eigen kennis van zaken over de industrie wel wat nadrukkelijker etaleert. Zo schetst hij overtuigend hoezeer op een tv-zender c.q. op de maker van een uitzendschema allerlei krachten inwerken die ervoor zorgen dat de ideale televisie-avond buiten beeld raakt. Een programma-directeur moet er een 'dubbele denktrant' op nahouden waarmee hij zowel kijker als adverteerder tevreden stelt. Hij lijdt onder de tirannie van het doelgroep-denken dat zegt dat vooral voor 'boodschappers van twintig tot 49 jaar' tv-programma's moeten worden gemaakt; heeft te maken met tv-producenten die turn-over-contracten willen afsluiten (is een programma een hit, dan wil de producent ook enkele experimenten aan de tv-zender slijten onder bedreiging van het weghalen van het succesnummer); en hij moet rekening houden met het prima donna-gedrag van zijn sterren en een beperkt budget.

Die verhandelingen kunnen niet verhullen dat het boek mank gaat aan een herkenbare visie op wat televisie is of behoort te zijn. Waar het naar toe gaat of zou moeten gaan, blijft mistig. Van der Veer wil de vraag naar de kwaliteit wel opwerpen, maar niet beantwoorden. 'Het wordt anders. Maar wordt het ook slechter? Het wordt zeker niet minder', luidt zijn analyse die de lezer met lege handen achterlaat.

Met zijn geregeld opduikende neiging tot zelfspot weet de auteur wel de sympathie van de lezer te winnen. In zijn voorwoord identificeert Van der Veer zich met een jongetje dat rondreist en problemen oplost door programmafragmenten uit zijn draagbare tv-toestel te toveren. 'Ik probeer nog steeds een beetje dat jongetje te zijn', bekent hij - en gebruikt zelfs voor zijn boekomslag een afbeelding van het ventje. Van der Veer is niet bang zichzelf neer te zetten als een onhandige pias (ooit interviewde hij de kleedster van Roberta Flack, omdat hij haar aanzag voor de zangeres zelf) die altijd voor een tv-interview te paaien valt ('Ik heb, vrees ik, maar één keer 'nee' gezegd tegen een uitnodiging. Dat was voor de EO. Flinke vent.').

De sympathie die hij daarmee opwekt, wint het echter niet van de irritatie die wordt opgewekt door hoofdstukken die lezen als opengevallen knipselmappen en die de vraag oproepen wat de auteur nu eigenlijk met zijn selectie van citaten uit vakbladen en andere media heeft willen aangeven. Net als het gelijknamige tv-programma is Alles voor de kijkcijfers teveel een allegaartje.

Die typering is ook van toepassing op het droomschema waarin Van der Veer zijn ideale televisieweek prijsgeeft. Van Kooten en De Bie en Adriaan van Dis krijgen daarin een plek, maar ook Toppers van Willibrord Fréquin en de Surpriseshow van Henny Huisman - een voor-elk-wat-wils-aanpak waarmee Van der Veer zich wederom onvoldoende bloot geeft.

'Liever vragen stellen dan antwoorden geven', blijkt een van zijn adagia. Die houding lijkt hem bij het schrijven teveel in de weg te hebben gezeten - zijn eigen visie op die 'heerlijke rotwereld' sneeuwt er in ieder geval teveel door onder.

Fokke Obbema

Bert van der Veer: Alles voor de kijkcijfers. Uitg. De Prom. ISBN 90.6801.603.2. Prijs: *34,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden