InterviewAndré Rouvoet

André Rouvoet: ‘Heb er begrip voor dat de GGD’s in een vliegende storm aan het werk zijn’

André Rouvoet wil het graag uitleggen. Als er nieuw beleid komt vanuit Den Haag voor coronatests – en dat gebeurt voortdurend – kunnen de GGD’s dat niet pats-boem uitvoeren. Dan kost het gewoon even tijd om het te organiseren, zegt Rouvoet, namens de 25 GGD’s.

André Rouvoet: 'Niemand dacht in mei: zorg dat je straks klaarstaat voor 15 procent besmettingen.'Beeld Kiki Groot

Neem de labcapaciteit. Die is sinds vorige week, na een week of zes, eindelijk weer op orde. Maar dat betekent niet dat de GGD’s meteen 10 duizend coronatests per dag extra kunnen afnemen. Dus blijft de wachttijd op een test veel te lang.

Testen en traceren is een cruciale verdedigingslinie tegen het oprukkende virus. Maar het opwerpen ervan verliep in Nederland met horten en stoten. Deze week presenteerden de GGD’s een ambitieus plan om het testapparaat eindelijk de gewenste slagkracht te geven, met de inzet van XL-teststraten en sneltests.

In een onopvallend kantoor in een Utrechtse buitenwijk verwoordt André Rouvoet (58) ontspannen maar resoluut het standpunt van de GGD’s. Ruim tien jaar geleden werd hij bekend als minister van Jeugd en Gezin – voor de ChristenUnie, in het kabinet Balkenende-4. In 2011 zegde hij de politiek vaarwel, daarna werd hij voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland. Sinds 1 augustus is Rouvoet, nu met een bescheiden baard, voorzitter van GGD GHOR Nederland, de koepel van de 25 GGD’s. In die hoedanigheid loodst hij de 25 GGD-directeuren door de pandemie.

De door jarenlange bezuinigingen uitgeklede regionale gezondheidsdiensten hebben een cruciale rol gekregen in de bestrijding van het coronavirus. Zij organiseren de afname van coronatests en traceren de contacten van besmette personen. Met Rouvoet hebben de GGD’s een broodnodige crisismanager binnengehaald.

Maar zo is het niet gegaan. Al in februari, vóór corona Nederland in de greep kreeg, was de ex-politicus gepolst om voorzitter van de GGD-koepel te worden. En nu is hij welhaast fulltime bezig met deze functie die bedoeld was voor 2,5 dag per week.

Hebt u profijt van uw verleden als politicus?

‘Het helpt dat ik de wereld van de politiek ken. Ik snap de dilemma’s waar ministers en ambtenaren mee worstelen. Bijna dagelijks spreek of app ik minister Hugo de Jonge (volksgezondheid). Dan vraagt de minister bijvoorbeeld: Zit daar nog ruimte, kun je daar nog naar kijken? Dan is mijn antwoord: ik snap wat je vraagt, we gaan er naar kijken. Of: ik snap wat je vraagt, maar dat kunnen we niet doen.’

Dat de labcapaciteit begin oktober zou stijgen, was aangekondigd. Hadden die GGD’s niet klaar kunnen staan met meer afnamecapaciteit?

Resoluut: ‘Nee. Met alleen de belofte van de minister dat hij in oktober zou komen met veel buitenlandse labcapaciteit, konden wij nog geen voorbereidingen treffen in de teststraten. Je moet eerst weten welk lab de swabs gaat analyseren. Elk lab heeft zijn eigen processen, zijn eigen stickertje op de buizen...’

Het is het leitmotiv in zijn verweer: steeds moeten de GGD’s anticiperen op grillen – van het virus en de politiek. Als voorbeeld noemt Rouvoet de voorrangsregeling voor onderwijs- en zorgpersoneel. Die werd ingesteld omdat juist die sectoren ernstig lijden onder de lange wachttijden bij de teststraten.

‘Dat organiseren is meer dan: richt een apart straatje in. De GGD’s moeten zorgen dat de buisjes uit de voorrangsregeling naar een laboratorium in de buurt gaan. Terwijl de andere tests uit die straat naar bijvoorbeeld een groot Duits lab moeten. Dat geeft extra regelwerk.’

Die extra tijd voor organisatie is straks ook nodig voor de sneltests, zegt Rouvoet. ‘Dan moet je de teststraat ook weer anders gaan organiseren. Wij kunnen in principe alles aan. Maar houd er rekening mee dat als het testbeleid wijzigt, wij tijd nodig hebben.’

Sinds vorige week zijn de GGD’s bezig de afnamecapaciteit van hun teststraten flink uit te breiden. Tot naar verwachting 350 duizend tests volgende week. Het goede nieuws: de wachttijd op een coronatest daalt. ‘In steeds meer teststraten kunnen mensen die ’s ochtends bellen dezelfde dag terecht, of anders de volgende dag. Het zit nog niet in de buurt van de ambitie van maximaal twee keer 24 uur wachttijd voor een test en de uitslag ervan. Maar de tijd van een tekort van 10 duizend tests per dag ligt achter ons. Vraag en aanbod naderen elkaar nu in rap tempo. Zonder onvoorziene omstandigheden verwacht ik dat eind deze maand de vraag en het aanbod voor coronatests ongeveer gelijk zijn.’

Dan is de voorrangsregel niet meer nodig? Uw kritiek daarop lekte vorige maand uit.

‘Tegen de minister heb ik gezegd: prima, jij bent de opdrachtgever, dan gaan we dat organiseren. Ik begrijp dat het kabinet en de samenleving ook de impact op de economie en de continuïteit van het onderwijs meewegen. Maar hoe meer mensen je voorrang geeft, hoe langer andere mensen met een kwetsbare gezondheid of met ernstige klachten moeten wachten. Een veelheid aan voorrangsgroepen schuurt met het primaire doel van het testbeleid, namelijk het bestrijden van het virus.’

Maar u zegt wel dat de GGD’s alleen volledig bron- en contactonderzoek kunnen doen als het aantal besmettingen niet boven de 2.000 per dag is.

‘We zeggen: jullie gaan over de maatregelen. Maar weet dat we tot 2.000 besmettingen per dag met ons bron- en contactonderzoek goed zicht kunnen houden op het virus. En we weten ook dat, met 1.200 besmettingen per dag, we twee weken later op 2.700 dagelijkse besmettingen kunnen zitten. Ons advies is: bij 1.200 besmettingen per dag moet je maatregelen nemen. Omdat je, voordat die werken, al op 2.700 besmettingen per dag zit. We moeten terug naar 2.000 nieuwe besmette personen per dag om contacten in kaart te kunnen brengen.’

Dus volgens u moet het kabinet zich voegen naar de grenzen van de capaciteit van de GGD’s?

‘Als we meer infectieziektebestrijdingsartsen hadden gehad, zou die grens inderdaad hoger liggen. Er is in het verleden te veel op de publieke gezondheid bezuinigd.’

De GGD’s zaten wel vrij snel aan de grens van hun capaciteit voor bron- en contactonderzoek. Al begin augustus konden Amsterdam en Rotterdam het niet aan, terwijl toen het aantal besmettingen nog niet zo hoog was. Waarom?

‘Aanvankelijk bleef vanaf 1 juni het aantal besmettingen achter bij de voorspellingen. Volgens plan opschalen van het aantal bron- en contactonderzoekers lag toen niet voor de hand omdat er te weinig werk was, dan haken mensen af. Toen het aantal besmettingen weer toenam, hebben we weer opgeschaald.

‘Tot begin september kreeg iedere besmette persoon een volledig bron- en contactonderzoek. Daarna werd het een uitgekleed, zogeheten risicogestuurd onderzoek. Inmiddels is het aantal besmettingen zo hoog dat je met bron- en contactonderzoek geen zicht kunt blijven houden op het virus.

‘Ons appèl is: er zitten gaten in de dijken, het water blijft maar binnen stromen. De pompen draaien volop, dat zijn wij dan. Maar als die gaten groter worden, dan moeten we niet naar de pompen kijken, maar ons richten op het dichten van de gaten.’

Wat vindt u er van als het de GGD’s wordt verweten: het bron- en contactonderzoek voldoet niet, mensen moeten te lang wachten op een test, en mede daarom zitten we nu in een tweede golf.

‘Het is precies omgekeerd. De tweede golf wordt niet veroorzaakt omdat we niet genoeg testen of onvolledige onderzoeken uitvoeren. Zij is het gevolg van het gedrag van mensen en de effectiviteit van maatregelen. De mogelijkheid dat je je kunt laten testen mag geen legitimatie zijn om het minder nauw te nemen met de regels.

‘Mensen mogen kritiek hebben op de GGD’s. Maar heb er begrip voor dat we in een vliegende storm aan het werk zijn. Eigenlijk ben ik een beetje klaar met het frame dat de GGD’s kun taak niet aankunnen. Vanaf maart zijn deze diensten voor publieke gezondheid ononderbroken en bijna boven hun macht aan het presteren. En ze leveren meer dan welke prognose ook. Op het moment dat maatregelen worden versoepeld, kijkt men naar de GGD’s, alsof het hun schuld is dat de besmettingen toenemen. Voor ons zijn de prognoses van het RIVM de ankerpunten.’

Maar de prognose van het RIVM dat Nederland deze zomer 30 duizend tests per dag nodig zou hebben, bleek te laag. Jullie hadden toch ook kunnen denken: laten we voor de zekerheid van iets meer uitgaan?

‘De afspraak was dat de prognose van de RIVM richtinggevend was. Het heeft niet zo veel zin om de prognoses de schuld te geven.

‘De eerste prognoses vanaf 1 juni, toen iedereen met milde klachten zich kon laten testen, gingen uit van een besmettingspercentage van 2 tot 8 procent. Toen zei iedereen: 8 procent, nee joh, dat wordt het nooit. Nu zitten we op 15 procent. Niemand dacht in mei: zorg dat je straks klaarstaat voor 15 procent besmettingen.’

Toch overheerst het beeld dat Nederland zijn testbeleid wel heel moeizaam op orde krijgt.

‘Dat frame is te gemakkelijk. De GGD’s hebben waargemaakt wat ze moesten en wilden doen. Alleen de snelheid bleef soms achter, door allerlei omstandigheden. Soms hebben de laboratoria het moeilijk, dan andere partijen zoals wij. Je mag ons aanspreken op ons aandeel, maar die vertraging is steeds tijdelijk geweest, ook nu.

‘Wij proberen nu meer vooruit te kijken. Aanvankelijk was het alle hens aan dek en dweilen, dweilen, dweilen. Nu zien aankomen dat de sneltesten een rol gaan spelen, daar anticiperen we op. En we staan klaar voor 60 duizend tests begin november, en zelfs eventueel 100 duizend tests per dag aan het eind van het jaar.’

Verwacht u veel van de sneltests?

‘Sneltests als de ademtest zouden onze teststraten kunnen ontlasten. Nodig is dat eerst centraal wordt bepaald voor welke groep welke test wordt ingezet. Daarnaast kost het tijd om dat praktisch te regelen. Ik zeg dat niet om moeilijk te doen, sneltests gaan ons helpen. Maar je wilt voorkomen dat er lange files ontstaan bij de teststraat. Of dat mensen zitten te wachten en er komt geen uitslag.’

En de XL-teststraten?

‘We hebben daarvoor nu zicht op vijf mogelijke locaties die goed per auto bereikbaar zijn: als vliegvelden, evenementenhallen en parkeerterreinen langs de snelweg. Daar moeten 2.500 tot 5.000 tests per dag per locatie worden afgenomen. Een paar grote partijen uit het bedrijfsleven zijn bereid om personeel, locaties of projectmanagement te leveren. Mogelijk gaan we daar ook sneltests inzetten. Ik heb goede hoop dat we begin november de eerste XL-testlocatie kunnen openen.’

Had Nederland niet eerder zo groot moeten denken?

‘In juni, toen het rustig was in de teststraten, zei niemand: we hebben straks megalocaties nodig. Achteraf kun je natuurlijk zeggen: hadden we dit maar eerder geweten. Als we nu precies zouden weten hoe het straks in februari is, dan gaan we daar vandaag mee aan de slag.’

Met medewerking van Jurre van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden