Anders is niet gelijk

Er kan lang over worden gesproken of kort, er kunnen verklaringen over worden afgelegd en wetten over worden aangenomen, maar van ware integratie van etnische groepen kan pas sprake zijn als er 'buiten de deur' wordt getrouwd....

IN 1870 STONDEN de Duitsers na een overrompelende opmars voor de poorten van Parijs. Hun leger was in Franse ogen verbijsterend gedisciplineerd. Met hun superieure kanonnen hadden ze Straatsburg platgegooid. Tot overmaat van ramp was de Franse keizer, Napoleon III, als een schooljongen opgepakt bij de grensplaats Sedan. Maar het allerergste was dat Elzas-Lotharingen door de Duitsers was ingelijfd.

Tegen die deprimerende achtergrond schreef Ernest Renan ruim tien jaar later zijn pamflet Qu'est-ce que une nation? (Wat is een natie). Want het argument waarmee Duitsland het opslokken van de twee oostelijke regio's had gerechtvaardigd, was dat Duitstalige gebieden nu eenmaal bij Duitsland hoorden. Renan betoogde daartegen dat het Franse burgerschap niet geworteld was in taal- of bloedverwantschap, maar in het contract van vrije en gelijke burgers. En de burgers van Elzas-Lotharingen wilden liever niet bij Duitsland horen.

Meer dan honderd jaar later woedt in wezen nog steeds hetzelfde debat over de nationale identiteit. Op dit moment niet in verband met Duitse troepenconcentraties ante portas, maar vanwege vragen over het bestaansrecht van de natie in het algemeen. De oprispingen in de Balkan en in de Kaukasus-republieken na de teloorgang van het communisme; de toenemende twijfel over de Europese integratie; de televisie als grote gelijkmaker van zeden en gebruiken; de aanzwellende vluchtelingenstroom - ze vormen voor de intelligentsia niet alleen in Frankrijk, maar in heel West-Europa de aanleiding voor hevig en openbaar piekeren over hun nationale fundering.

Enige tijd geleden heeft de herwaardering van de natie ook in Nederland aarzelend een aanvang genomen. De publicist Paul Scheffer meende dat het tijd werd onze nationale wortels te onderzoeken, 'om de grondslagen van een open samenleving' te verdedigen. Die wortels lijken zo vanzelfsprekend - Nederland is een oude natie - dat we er eigenlijk niet eens woorden voor over hebben. Maar omdat de open samenleving alleen binnen grenzen kan bloeien, is het noodzakelijk het Nederlandse geestesmerk op te poetsen. Als typisch Nederlandse eigenschappen zag Scheffer: egalitarisme, tolerantie en streven naar consensus.

De politicoloog Koen Koch schreef daarop dat het probleem van de nationale identiteit is dat het een container-begrip is. Wat je erin stopt komt er ook weer uit. 'Scheffer's natie is de natie zoals een sociaal-liberaal of een sociaal-democraat haar graag zou zien.' Daartegenover zouden andere nationale ideologen hun eigen definitie kunnen stellen, Nederland als calvinistische natie, of een natie van handelaars met een gouden hartje. 'Een zoektocht naar de ware kern van de Nederlandse natie is dan ook zinloos, precies omdat iedereen zal vinden wat hij wenst te vinden.'

Je zou ook iets anders kunnen concluderen, namelijk dat het wenselijk is objectievere criteria te vinden voor het nationale wezen. Dat is precies wat de Franse historicus en antropoloog Emmanuel Todd al jaren doet. In zijn boek La nouvelle France (1988) trachtte hij te ontsnappen aan de verleiding van 'voor elk wat wils' met de stelling dat een nationale identiteit niet achterhaalbaar is door te verwijzen naar mooie beginselen, grondwetten, partijprogramma's, de Declaration of Independence of de Bill of Rights. De basis van de nationale identiteit wordt gevormd door taaie antropologische tradities, die volstrekt in strijd kunnen zijn met uitgesproken - of voorgeschreven - idealen als tolerantie en egalitarisme.

In La nouvelle France stelde Todd dat de politieke verdeling van Frankrijk een opmerkelijke continuïteit vertoont. Gaullisme en communisme, de linkse en rechtse variant van rigoureuze gelijkstelling en populisme, floreerden in het 'Bassin van Parijs'. Dat Bassin loopt ruwweg van Bordeaux tot de grens van België en van het Rhonedal tot Bretagne. Hetzelfde gebied vormde het hart van de waarden van de Franse Revolutie, op haar beurt weer de erfgenaam van een boerencultuur waarin man en vrouw van oudsher gelijk waren en de kinderen gelijkelijk erfden.

In zijn nieuwe boek Le destin des immigrés - Assimilation et ségrégation dans les démocraties occidentales (Het lot van de immigranten - Assimilatie en segregatie in de westerse democratieën) borduurt Todd op die stelling voort. De manier waarop een natie met buitenstaanders omspringt, is immers weinig anders dan de voortzetting van de interne huishouding met andere middelen.

Hoe komt het, vraagt Todd zich af, dat in een aantal landen die toch allemaal een parlementaire democratie kennen, dezelfde uitgesproken beginselen van gelijkheid en mensenrechten, de assimilatie van bevolkingsgroepen zo verschillend verloopt? Dat de zwarten in Amerika het zo moeilijk hebben terwijl andere immigranten ogenschijnlijk probleemloos verdwijnen in de smeltkroes, dat Joegoslaven gemakkelijk assimileren in Duitsland en Turken niet, en dat enerzijds Algerijnen in Frankrijk opmerkelijk goed worden opgenomen, terwijl aan de andere kant Frankrijk het enige land is met een goed gewortelde extreem-rechtse partij als het Front National?

Net als in La nouvelle France luidt het uitgangspunt dat we voor het antwoord niet 'naïef' naar de democratische bovenbouw moeten kijken. Democratie brengt zelf geen gelijkheid voort: kijk maar naar de uitvinders, de oude Grieken, bij wie de democratie in de eerste plaats diende om de mensen die er niet bijhoorden - slaven, vreemdelingen - buiten de deur te houden. Wederom moeten we wroeten in de antropologische fundamenten waarop de samenleving is gebouwd: status van de vrouw, familiestructuur, exogamie of endogamie (respectievelijk huwelijken buiten of binnen de stam). 'Assimilatie is voor alles een antropologisch proces, waaraan de belangrijkste deelnemers de immigranten en volksmilieus zijn.'

VERHOUDINGEN TUSSEN bevolkingsgroepen laten zich niet decreteren door reclameslogans van 'medelanders, medewerkers' en zelfs niet door geldverslindende busing-campagnes zoals in Amerika. De onderliggende antropologische regels onthullen de werkelijke bereidheid tot opnemen van allochtonen, ook omdat ze de mate van integratie met een absoluut ja of nee beantwoorden. Zoals je niet een beetje zwanger kunt zijn, lukt een beetje tolerant ook niet: mensen trouwen wel of niet buiten de eigen groep. Zo eenvoudig is dat.

Todd, leerling van de historicus en cijferaar Le Roy Ladurie (Montaillou) en van de Annales-school, schuwt het grote gebaar in tijd en ruimte niet. In zijn vergelijkende benadering is duizend jaar een peuleschil en de hele wereld zijn laboratorium. Hij ziet het universalisme - het beginsel dat alle mensen op enige manier gelijk zijn - bij de Romeinen, de katholieke kerk, de islam, het Frankrijk van de Revolutie, en het Rusland van de bolsjewieken. Daartegenover staat het differentialisme, de exclusiviteit, modelmatig terug te vinden in het Duitsland van de Kleinstaaterei, het ius sanguinis (bloedrecht), en het calvinisme met zijn predestinatie. Andere samenlevingen die gericht zijn op het verschil, zijn bijvoorbeeld Japan, Engeland, Baskenland en het jodendom.

Het grote onderscheid is terug te voeren op de familiestructuur en het erfsysteem. Waar van oudsher het erfgoed gelijkelijk over de kinderen wordt verdeeld, is klaarblijkelijk de kiem gelegd voor een wereldbeeld waarin iedereen gelijk is. Waar sprake is van overerving op één persoon (primogenituur, bijvoorbeeld) ontstaat een wereldbeeld waarin het verschil domineert. De belangrijkste vorm daarvan is de de grootfamilie, waarin drie generaties samenwonen onder een dak, en de vader de baas blijft, ook wanneer de zoon volwassen is geworden. Onder dit systeem is de hiërarchie bijna genetisch ingebakken. Hoe het werkt dat deze waarden van generatie op generatie kennelijk met zo'n enorme hardnekkigheid worden overgedragen, weet Todd niet en het maakt hem niet uit. 'Zo'n situatie is heel gewoon in de klassieke natuurkunde, waar functionele relaties waarvan het precieze karakter ons onbekend is, mathematisch worden berekend.'

Amerika is niet alleen het land van de Declaration of Independence waarin staat dat all men are created equal, en niet alleen het land van de melting pot (smeltkroes) waarin immigranten uit alle hoeken en gaten der aarde zijn veroordeeld tot hetzelfde superindividualistische gezinstype. Amerika is ook het land van de uitsluiting van zwarten. Gelijkheidsbeginsel of niet, tot op de huidige dag trouwt slechts 1,2 procent van de zwarte vrouwen buiten de eigen gemeenschap.

In de antropologie wordt een dergelijk getal gelijkgesteld met een absoluut taboe. Hoewel de scholing van de zwarten gaandeweg aanmerkelijk is verbeterd, zijn hun omstandigheden sinds de jaren zestig zodanig achteruit gegaan dat inmiddels van gettoïsering sprake is. Todd's criterium daarvoor is de kindersterfte en die is dubbel zo hoog als bij de blanken.

De verklaring voor de uitsluiting ligt in de gezinsstructuur die de Founding Fathers meenamen uit Engeland. Engeland kende net als Frankrijk het kerngezin, waarbij de kinderen uit huis gaan zodra ze volwassen zijn geworden - de tegenpool van de grootfamilie. Het erfgoed werd niet gelijkelijk over de kinderen verdeeld, maar willekeurig naar de smaak van de ouders. Vandaar dat tot de dag van vandaag zowel in Engeland als Amerika het testament zo belangrijk is. De fixatie op het verschil moet in Engeland tot het klassenstelsel hebben geleid, in Amerika tot de segregatie. Bijna alle andere immigranten-groepen waren welkom in de smeltkroes. De ongelijkheid moest zich aan een zondebok hechten: de zwarte Amerikaan.

De tegenpool van de Amerikaanse, Engelse en Duitse cultuur van het verschil biedt natuurlijk Frankrijk. Hier wordt de auteur lyrisch. 'De universele mens in zijn territorium', heet het hoofdstuk waar de lof van la douce France wordt gezongen. Anders dan Duitsland of Amerika - beide gedomineerd door één gezinstype - wordt Frankrijk gekenmerkt door twee onderscheiden tradities, de ene in het al genoemde Bassin van Parijs, samenvallend met het oude koninkrijk. Daar onderhielden ouders en kinderen een niet-hiërarchische verhouding en erfden de kinderen hun gelijke kindsdeel. In de periferie van het land, ruwweg het vroegere Pays d'Oc van de katharen en later de protestanten, het noordoosten met Elzas-Lotharingen en Bretagne in het westen, bloeide de autoritaire meer-generatiefamilie, net als in Duitsland. Vandaar dat Frankrijk het land is van zowel de revolutie als de Dreyfus-affaire; van zowel de joodse emancipatie als van Vichy.

De lezer moge de wenkbrauwen fronsen, de statistiek leert intussen dat Fransen wèl trouwen met Algerijnen; van de tweede generatie immigranten trouwt een kwart met een Fransman of Française. Terwijl Duitsers niet met Turken in het huwelijk treden. Todd: 'Het universalisme van Frankrijk werkt nog steeds.' Tegelijk floreert het Front National van Jean-Marie Le Pen in hetzelfde gebied waar de gelijkheid voorschrift is en de assimilatie van vreemdelingen het meest voorspoedig verloopt. Hoe kan dat?

Dat kan alleen worden verklaard met het idee dat de Fransen, bezeten door het gelijkheidsideaal, geen verschillen accepteren en daaraan uitdrukking geven door op Le Pen te stemmen. Die manier van doen is de twintigste-eeuwse voortzetting van de zeden tijdens de Franse Revolutie, toen de jakobijnen hun tegenstanders onder de guillotine plachten te leggen.

Er is, voorzichtig uitgedrukt, op deze gedachtengang wel een en ander aan te merken. Zo moet Todd om zijn stelling overeind te houden wel erg veel hulpstukken uit de kast halen. Hier en daar moeten de feiten wijken voor de elegantie van de redenering en af en toe wordt de ode aan la patrie regelrecht lachwekkend (bijvoorbeeld waar Todd de eenkennigheid van de Verenigde Staten illustreert met het verwijt dat Amerikanen uitsluitend naar Amerikaanse films willen kijken). Daartegenover staat dat Todd wel de netelige vragen weet te vinden en door scherp redeneren de vinger legt op de minder aangename kanten van begrippen die nu juist ònze nationale deugden waren: tolerantie, egalitarisme en streven naar consensus.

WAT DAT BETREFT is het jammer dat Nederland alleen in een halve bijzin aan de orde komt en dan nog als een variant van het Angelsaksische gezinsmodel: geen hiërarchische verhouding tussen ouders en kinderen, en willekeurig erfrecht. Daar is vast veel meer over te zeggen. Ik heb even nageslagen in hoeverre Nederlanders buiten de autochtone deur huwen. De uitslag is bedroevend en geeft derhalve te denken over ons van Wuustwezel tot Nieuweschans beleden ideaal van de multiculturele samenleving.

Met Todd zou je tolerantie, egalitarisme en consensusstreven ook anders kunnen benoemen: als fixatie op verschil, het gelijkstellen van culturen (multiculturalisme) en uit de weg gaan van fundamenteel debat. Ofschoon we tegenwoordig praten over verplicht inburgeren, leidt een hoofddoekjeskwestie nog altijd tot meer verontwaardiging over de school die deze bedekking verbiedt, dan over de achterstelling van de vrouw in Marokkaanse kring.

De verwarring over de vraag waar de openbare gelijkheid ophoudt en de particuliere verschillen beginnen, belet Turken en Marokkanen nog steeds zich op hun lot te bezinnen, namelijk hier als Nederlanders een bestaan opbouwen. En belet aan de andere kant beleidsmakers, politici, journalisten en wetenschappers te formuleren wat de essentialia van deze samenleving zijn, inclusief een heldere assimilatiepolitiek.

Emmanuel Todd: Le destin des immigrés - Assimilation et ségrégation dans les démocraties occidentales.

Éditions du Seuil, import Nilsson & Lamm; ¿ 62,35.

ISBN 2 02 017304 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.