Andermaal, de stropdas: 'Goh, schat, klaargekomen van het afwassen?'

Die knoop is geen punt en zo'n polyester das, daar hoef je niet veel woorden aan vuil te maken: dat gaat natuurlijk niet....

Het is trouwens ook geen gezicht, zo'n polyester das. De inslag van het weefsel is zo grof, dat ieder dessin er uitziet als het beeld op een verkeerd afgestelde tv. Misplaatst raster, de suggestie van beweging. Ja, vetwerend en kreukvrij, dat zijn ze natuurlijk wel - maar dat zijn kwaliteiten waar je hooguit in de keuken wat aan hebt. (En keukens en dassen verdragen zich niet met elkaar: iedereen die wel eens heeft afgewassen zònder schort en mèt een das om begrijpt waar ik het over heb. 'Goh, schat, klaargekomen van het afwassen?' 'Van? Mèt, zal je bedoelen', waarna je oog op die rare, vuilwitte schuimklodder onderaan je das valt. Weg das, weg avond.)

Nee, dan zijde. Tikje duurder, maar oneindig veel mooier. Voelt ook prettig aan. Fijn, zacht, en met die mooie glans in de kleuren. Een feest om te zien, 's ochtends bij het kiezen, oog in oog met dassenrekje of dito koordje waarop het hele palet je toelacht. Het is het mooiste wat de mannengarderobe te bieden heeft. Iedere das zijn eigen verhaal: die is gekocht op de hoek van 42nd Street en 5th Avenue, toen we, weet je nog, en die heb ik gekregen van die vriendin in, met wie ik, zodat ik hem helaas nu niet meer mag dragen, en die droeg ik toen ik mijn eerste, en dat is mijn geluksdas, en dat is er een waar ik beter over zwijgen kan.

Mooi hoor, zo'n uitstalkast.

Behalve dan die andere herinneringen. Dat vlekje boven die bloem, van toen jij met dat stukje brood en precies in mijn soep. Of die malle huidziekte in dat schitterende patroon dat je alleen in Milaan kon krijgen. Van toen we wat al te veel hadden gedronken bij het eten en ik over de tafel boog om je te zoenen, maar vergat dat daar net zo'n heerlijk nagerecht op gezet was.

Incidenten, te koesteren als herinneringen, al werd de das er onbruikbaar door. Ach, er valt mee te leven: het dassenrekje als familie-album.

Maar die glans, precies waar de knoop moet. Of die vouwen, waardoor die knoop steeds smaller wordt en de das er na verloop van tijd uitziet als een rafelige veter. Allemaal lijden ze eraan.

Je hoeft geen Vonhoff te heten om als dasdrager toch minstens enkele keren per dag met je kin je das aan te raken. En die kin is bekleed met huid, en zo'n huid zweet en wordt vettig. Het grote voordeel van zijde is dat het dat vettige genoeglijk opneemt. Een keer of vier, vijf duurt het. Goed, tien, soms, in de winter en bij streng regime. Maar dan is het gebeurd: een donkere plek, en een raar frommeltje. En het is onherstelbaar.

O, er was natuurlijk de stomerij, die ze zo goed kon reinigen. Chemisch! Droog! Als nieuw, meneer! Vreemde, slappe sliertjes, waren het, na die tijd. Schoon, ja, dat wel. Maar je kon ze niet meer dragen. De kwaliteit van een oude zakdoek, zacht en futloos. Geen das, maar een lapje. 'Misschien iets voor mijn patchwork, schat?'. Machteloze woede.

En dan die vriendin, die zo goed wist hoe het moest: een handdoek vochtig maken en die over de das leggen, en dan strijken. 'Verdwijnen de vlekken vanzelf en die vouw gaat er ook uit, wedden? Geef maar, ik doe het wel even voor je'. Die kan ik sedertdien alleen nog onder een slipover dragen, want hij doet aan een verfsoort van tien jaar geleden denken: een das, twee kleuren.

Die vlek is eruit en die vouw ook, dat wel ja. Maar er is een grote, donkere vernislaag ontstaan op de plek van de vlek en de vouw. Zo'n stuk waar het patroon ineens een heel andere glans heeft gekregen, de kleuren van lente verschoten naar herfst. Heel apart.

Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.