Anderhalve eeuw kaatsen

Friesland is de enige provincie met een eigen, volwaardige sporttraditie...

Terwijl vrijwel alle plaatselijke en regionale spelen en vermakelijkheden die Nederland in vroegere eeuwen rijk was, roemloos zijn verdwenen – of, op z'n gunstigst, zijn teruggedrongen tot de marge van de Koninginnedag – heeft een aantal Friese sporten zich kunnen handhaven.

Festijnen als het Skutsjesilen of de Elfstedentocht hebben de laatste decennia zelfs een nationale betekenis gekregen.

Ook het kaatsen maakt deel uit van deze regionale traditie, al heeft het buiten de provincie nooit dezelfde uitstraling gekregen als het zeilen en het schaatsen. Met name in het westen en noorden van Friesland echter wordt het kaetsspul, dat wordt gespeeld in teams van drie tegen drie en het midden houdt tussen honkbal en tennis, maar dan met de handen, nog volop beoefend. Dorpen van nauwelijks honderd inwoners beschikken over strak onderhouden velden, waarop van april tot september competitiewedstrijden en lokale kampioenschappen worden afgewerkt. Met volle inzet en veel publiek.

Hoogtepunt van het seizoen is de 'PC', de kaatspartij van de Permanente Commissie, die jaarlijks, op de vijfde woensdag na 30 juni, wordt gespeeld op het Sjukelân in Franeker. Wat de Tour en de Elfstedentocht zijn voor de wielrenner en de schaatser, is de PC voor de kaatser. En dat geldt ook voor de toeschouwers. De wedstrijd is immers ook – of vooral – een sociale en culturele gebeurtenis, omgeven met rituelen en legendes die ver terugreiken: volgende week viert de PC haar 150-jarig jubileum. Er zullen in de wereld weinig sportevenementen zijn die zich hieraan kunnen meten.

Hoe rijk de geschiedenis van de PC is, blijkt uit het overzichtswerk dat enkele journalisten, historici en schrijvers op initiatief van de organisatie hebben samengesteld. Ze hebben zich er niet gemakkelijk vanaf gemaakt. Integendeel, ze wilden niet alleen in lês-én in sjochboek voor een breed publiek schrijven, maar ook een standaardwerk waarin het toernooi in zijn cultuurhistorische en maatschappelijke context zou worden geplaatst.

De Fiifde Woensdei maakt deze belofte zonder meer waar. Het is een mooi boek geworden, groot formaat, met prachtige illustraties, degelijke historische beschouwingen, gedichten en literaire overpeinzingen, klassementen en statistieken, en dat alles met bronverwijzing, register en samenvattingen in het Nederlands en Engels. Maar het meest tot de verbeelding spreken de mythische verhalen over winnaars die lang geleden als 'koning' van de wedstrijd de hoogste eer in de wacht sleepten – eenvoudige boerenknechten vaak, of ambachtslieden, die een paar maanden konden leven van het vorstelijke prijzengeld. De organisatoren mochten dan pommeranten – voorname heren – zijn, kaatsen was toch altijd in de eerste plaats een volkssport.

Zelfs wie nauwelijks Fries leest of nog nooit een kaatspartij heeft gezien, zal er iets in kunnen vinden – zoals de dichter en socialistische voorman Pieter Jelles Troelstra, die weinig van de PC begreep maar aan het (vrouwelijk) schoon op het Sju * kelân een paar mooie strofen wijdde. De Fiifde Woensdei is een fraai voorbeeld van sportgeschiedenis: het gaat namelijk minder over het kaatsen als zodanig dan over de sociale en culturele betekenis ervan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden