Andere Troonrede kan wel

Ten onrechte wordt verondersteld dat de Grondwet zich verzet tegen een andere opzet van Prinsjesdag, stellen Alexander Pechtold en Hans Engels....

Blijkens de Volkskrant van 15 juli is er nogal wat weerstand tegen het plan van het kabinet de opzet van Prinsjesdag te veranderen. Het stoort het kabinet dat veel plannen uit de Miljoenennota uitlekken en de koningin ‘oud nieuws’ voorleest op Prinsjesdag. Het kabinet stelt nu voor de Miljoenennota eerder te publiceren. De Troonrede zou dan niet langer een opsomming van beleid moeten zijn, maar vooral de achterliggende visie moeten weergeven. Wij steunen dit voorstel.

Sommigen vrezen dat het koningschap verder politiseert omdat de koningin sterker met de inhoud van de Troonrede zou worden geassocieerd. Ten onrechte.

De Grondwet bepaalt niet meer dan dat op de derde dinsdag in september ‘door of namens de Koning’ in de verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid wordt gegeven. Het argument dat er geen ruimte zou zijn voor meer dan het opsommen van de hoofdlijnen van het regeringsbeleid, zoals hoogleraar parlementaire geschiedenis Carla van Baalen meent, gaat niet op.

Onduidelijk is bovendien waarom het voorlezen van een door de ministerraad vastgesteld pr-verhaal de koningin politiek kwetsbaarder maakt dan de huidige, in wezen al zeer fictieve praktijk van de Troonrede. Het staatshoofd vervult hier als onschendbaar lid van de regering een onder ministeriële verantwoordelijkheid vallende, ceremoniële rol. Op dat punt is er weinig verschil met de uitoefening van andere koninklijke bevoegdheden. De koningin schijnt zich – terecht – niet te bemoeien met de inhoud van de Troonrede, daarmee illustrerend dat de vraag of zij zich erin herkent irrelevant is.

Wie bezorgd is over de positie van het staatshoofd zou zich kunnen afvragen of de huidige constitutionele invulling van het koningschap nog wel voldoet. Het huidige stelsel van koninklijke bevoegdheden, omkaderd in een nauwelijks door ministeriële verantwoordelijkheid af te dekken, en daarmee relatieve koninklijke politieke onschendbaarheid, maakt de positie van de vorstin dubbelzinnig. De Grondwet suggereert een groter koninklijk gezag dan de reële politieke en staatsrechtelijke grenzen aangeven.

In een modern koningschap zouden de symbolische functie en de ceremoniële rol centraal moeten staan. Helaas staat dit punt niet op de agenda van de vorige week ingestelde staatscommissie voor een aantal aanpassingen van de Grondwet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden