'Ander' vibrato gedateerd als tweetaktmotor

Vreemd zijn de gewaarwordingen bij Die Zauberflöte van Mozart in de uitvoering die in 1964 onder leiding stond van Otto Klemperer....

'Legendarisch' is de plaat vooral vanwege de bezetting van de vrouwenrollen, met coryfeeën van de nobele sopraanzang (Gundula Janowitz) en de kakelende sopraanzang (Lucia Popp) voor de rollen van Pamina en Königin der Nacht. Voor de 'Drei Damen' is een Traumbesetzung weggelegd, met Elisabeth Schwarzkopf, Christa Ludwig en Marga Höffgen. Prachtig, want ze hebben veeleisende partijen, die naamloze Dames, en dat wordt niet altijd ingezien.

Schokkend is het, te horen hoe 'historisch', zeg gedateerd, zo'n opname die ooit tijdloos werd geacht kan overkomen na minder dan anderhalve generatie.

Tegenover het Weiberzeug stonden Gottlob Frick, Walter Berry en Nicolai Gedda in de rollen van Sarastro, Papageno en Tamino. Ook zij dwingen respect af. En ook hun werk verwijst met grote precisie naar voorbije tijden. Niet zozeer naar de achttiende eeuw, maar naar de tijden dat mannen gleufhoeden droegen, elkaar met u aanspraken en op voetbalvelden tegen een bruine bal aanschopten.

Het is hetzelfde als met oma's omgangsvormen, klavierspel van Walter Gieseking en de tweetaktmotor: je kan het volgen, het zit zelfs nog in je, maar je eerste reactie is dat je er niets meer mee te maken wilt hebben.

Toch zit het fascinerende 'm voor een belangrijk deel in dat wat ouderwets is en daardoor tegendraads. Dat betreft niet zozeer het ruimere vibrato in de stemmen, want zo veel ruimer is dat niet, maar wel het 'andere' vibrato - een aanspreken van andere resonanties. Het zit 'm vooral ook in verschijnselen die voortkomen uit een ander soort theater.

Zo wordt in deze opname meer met de stem geacteerd dan in de productie die nu te zien is bij de Nederlandse Opera, waar zangers optreden die gewend zijn zich te schikken naar geïntegreerde concepten. Het zingen bij de oude Klemperer was van solisten die gewend waren meer met een tekst te doen dan met een handeling.

Onweerstaanbaar, als je door bepaalde fraseringen heen wilt luisteren, is de charme van het lichte zuchtzingen of zingzuchten, het dwepen in klank van de Eerste Dame. Schwarzkopf natuurlijk. Op leeftijd, maar prachtig, en oerintelligent in het bewustzijn van waar een frase solo begint, en waar ze zich mengt met andere stemmen.

De ironie waarmee de tempelhandelingen tegenwoordig worden bejegend, met hulp van frisvrolijke marstempi, is tot Klemperer anno 1964 nog niet doorgedrongen. Zijn aanpak van mysterieën en 'de drie akkoorden', het beantwoordt aan alles wat Wolfgang Hildesheimer later aan Die Zauberflöte veroordeelde ('het plechtige palmtakzwaaien'). Maar het heeft, ook in de kleinere Papageno-palavers, de merkwaardige veerkracht die alleen bij Klemperer te vinden is. Foutje: de Drei Knaben zijn hier volwassen matrones.

Twijfelachtig: de gesproken teksten zijn allemaal weggeknipt. Maar zoiets deden we zelf in 1969 ook, toen we Uncle Meat van Zappa overnamen op een tape.

György Ligeti vond het 'valsemunterij' en 'semantische subversie' - de voorstelling van zijn opera Le Grand Macabre in de regie van Peter Sellars. Het scheelde een haar of de hele Ligeti-onderneming van de dirigent Esa-Peka Salonen en het label Sony liep erop stuk. Salonen, immer bereid kritiek van de nimmer tevreden Ligeti tot zich te nemen, leek het zat te wezen, ook al was de beschuldiging van 'valsemunterij' niet aan hem geadresseerd.

Het project van de complete-Ligeti-op-cd is niettemin weer op gang. Jongste uitgave is Le Grand Macabre, opgenomen in Parijs tijdens uitvoeringen van dezelfde, door Ligeti vermaledijde Sellarsproductie. Het zal de componist een troost zijn dat de cd alleen geluid kan dragen.

Ons spijt het dat we Graham Clark (Piet de Pot), Willard White (Nekrotzar), Sybille Ehlert (Chef der Gepopo) en ons aller Jard van Nes, niet minder op dreef als Mescalina ('Geef mij toch een geile nacht'), niet meer zullen zien voortstappen in dit werk. Maar ze klinken geweldig - zoals het hele Ligeti-project tot nu toe.

Zelden gebeurd: componist ziet opera voor de tweede maal verschijnen op een geluidsdrager. De eerste (uit 1991, op het label Schott Wergo, onder Elgar Howarth) haalt het inderdaad niet bij de messcherpe uitvoering met het Philharmonia Orchestra onder Salonen, die glashelder het verband laat horen met de vocale gebarenmuziek van Ligeti's Aventures en Nouvelles Aventures-satires. Maar de eerste uitvoering heeft iets bijzonders - want die was door Ligeti nog niet opnieuw georkestreerd.

De beste plaat, meer circusachtig, moet nog gemaakt worden. Ze zal ingespeeld worden door de Asko-Schönbergs onder Reinbert de Leeuw - mochten die ooit een label vinden, en een Gepopo die tegen Sybille Ehlert kan opwegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden