Anatomie van puist en pest

weren, puisten, druipers, vijgwratten, 'Zzwarte blaasjes, gezwollen lymfeklieren, verminkte lichaamsdelen, aangevreten gezichten, verwrongen grimassen - u krijgt het allemaal voor de kiezen....

Met deze geruststellende woorden begroet het Leidse Museum Boerhaave de bezoeker van de tentoonstelling Teringzooi - Infectieziekten op zicht. En het waarschuwt maar meteen: mensen met een zwakke maag kunnen maar beter de zaal verlaten. Een niet geheel overbodige hint.

Want wat krijgen we allemaal te zien? Gigantische, afzichtelijke zweren boven de ogen van een syfilis-pati. Gezichten en vingers met akelige puistjes van de tbc. Een pestlijder met een sereen, maar zwartig gezicht plus een fikse buil aan de keel. En natuurlijk de nodige verwrongen leproze lichaamsdelen.

Eet u smakelijk.

Het zijn niet eens echte patien die hier hun huiveringwekkende symptomen laten zien. Het zijn lichaamsdelen van was, gemaakt naar levensechte voorbeelden van lijders aan infectieziekten die vooral in het verleden in Europa dood en verderf zaaiden.

Die wasmodellen - moulages geheten - werden vervaardigd om aan studenten geneeskunde te laten zien. Vanaf de zeventiende eeuw kwamen ze in productie toen het onderwijs in de anatomie op gang kwam zonder dat er altijd (voldoende) lijken waren voor de aanschouwelijke educatie.

In de negentiende eeuw steeg de behoefte aan moulages. De kennis van het verloop van ziektes werd steeds uitgebreider. Afzonderlijke stadia in zo'n verloop waren vaak van korte duur, maar moesten toch allemaal aan studenten worden getoond om een volledig beeld van de aandoening te kunnen geven.

Omstreeks 1925 was de glorietijd van de wasmodellen voorbij: fotografie en film namen hun functie over.

De moulages zijn ongetwijfeld de meest sprekende onderdelen van de Leidse expositie, maar het echte thema is de geschiedenis van negen infectieziekten die de afgelopen zeven eeuwen in Europa de meeste (dode) slachtoffers hebben gemaakt: van pest tot aids.

In enkele jaren tijd, rond 1350, roeide de pest naar schatting eenderde van de Europese bevolking uit. De Zwarte Dood werd de ziekte genoemd, omdat de huid van builenpest-patien zwartig of blauwig verkleurde. Na nog enkele keren te hebben huisgehouden, verdween de Zwarte Dood vanaf de zeventiende eeuw uit Europa en niemand weet waardoor.

De expositie vertelt dan ook niet hoe de pest is beteugeld. Anders ligt dat bij de andere ziektes, waarvan de bestrijding - naast hygische maatregelen - vaak een lange zoektocht van medische wetenschappers vergde en nog steeds vergt.

Bij de pokken was zo'n zoektocht nog relatief kort. De Brit Edward Jenner (1749-1823) nam de volkswijsheid serieus dat melkmeiden die koepokken hadden gehad, immuun waren voor mensenpokken. Grote vaccinatieprogramma's met (voor de mens onschadelijke) koepokken stopte begin negentiende eeuw de opmars van de dikwijls dodelijke menselijke variant.

Langer duurde de strijd tegen ziektes als cholera en tbc, die pas laat in de negentiende, respecievelijk de twintigste eeuw in Europa werd beslecht. Dat laatste gold ook voor syfilis en gonorroe. De strijd tegen lepra in de Derde Wereld lijkt gewonnen, maar tegen griep en aids is nog onvoldoende kruid gewassen.

De verhalen van deze ziekten hangen op grote borden aan de wand van de twee tentoonstellingszalen. Op andere borden worden de bestrijders voorgesteld.

De Duitser Robert Koch (1843-1910) bijvoorbeeld, ontdekker van de tuberkel-en de cholerabacil, maar onsuccesvol in zijn pogingen een geneesmiddel ertegen te vinden. Of de Noor Gerhard Hansen (1841-1912) die de leprabacterie ontdekte, niet in Afrika, maar gewoon in eigen land. En tragisch is het verhaal van de Weense arts Ignaz Semmelweis (1818-1865), die harde strijd moest leveren om zijn collega's hygi bij te brengen tegen de kraamvrouwenkoorts. Hij stierf jong in een psychiatrische inrichting.

Zouden deze bestrijders hebben geweten hoe de twaalfvingerige darm van een cholerapati eruitziet? Of de tbc in darmen en milt? Vast wel, maar de in Leiden tentoongestelde zieke ingewanden spreken niet erg tot de verbeelding. Een leek zonder veel ervaring met inwendige lichaamsdelen kan vaak niet of nauwelijks verschil zien met gezonde equivalenten.

De expositie is desondanks geslaagd, omdat ze de verwoestende infectieziekten helder over het voetlicht brengt. Compact ook, zodat de bezoeker er betrekkelijk snel mee klaar is en toch een beetje onder de indruk kan raken. Al was het maar vanwege de hand met de pokkenvlekken, de schaamstreek met knobbels van de syf, de druipers, de puisten en de zweren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden