Anarchisme in de Veenkoloniën

Mijn oudoom was burgemeester. Dat klinkt tamelijk saai, en dat zou het ook zijn geweest, als hij niet burgemeester was geweest in Beerta....

Vorige week was Oost-Groningen in het nieuws. Het is het armste gebied van Nederland, het land achter Gods rug, waar opmerkelijk veel mensen op de PVV van Geert Wilders hebben gestemd. Journalisten gingen voor de gelegenheid maar eens kijken, en zo zag je opeens Wilders-stemmers aan het woord in Pekela. En van de rebelse politiek in Pekela is het niet ver naar de rebelse politiek in Beerta. Anarchisme in de Veenkoloniën!

Op het Groninger platteland is het van oudsher vreselijk roerig. Bij de historicus Otto S. Knottnerus lees ik over de eigenzinnige en vrijgevochten boeren die al aan het begin van de negentiende eeuw besloten voor hun rechten op te komen.‘Geheime genootschappen werden gevormd, belastingen geboycot, duizenden petities aan de koning gestuurd en het kwam in Beerta zelfs tot relletjes.’ Tachtig jongelieden uit Warffum stuurden de koning een brief om te vragen of hij zijn salaris wilde halveren.

Veel schot zat daar natuurlijk niet in. Bovendien werden de boeren langzaamaan steeds rijker en liberaler, terwijl de bezitloze landarbeiders armoedig achterbleven. Rumoerig bleef het dus, door de kloof tussen arm en rijk, en bij gebrek aan een goede stemwijzer vestigden de arme arbeiders hun laatste hoop op Stalin. Halverwege de twintigste eeuw tierde het communisme welig in Oost-Groningen.

Hier komt mijn brave familie aan het verhaal te pas. Want uiteindelijk hadden de communisten weliswaar de meerderheid verworven in de gemeenteraad van Beerta en Finsterwolde, maar van een communistische burgemeester kon geen sprake zijn. In plaats daarvan stonden burgemeesters aan het roer die – zoals mijn oudoom – van rustige PvdA-huize waren.

De regering ging trouwens nog een stap verder en zette in sommige perioden hele gemeenteraden buiten spel; de grondwet bood die mogelijkheid als de gemeentes hun autonomie verwaarloosden. Ten tijde van de Koude Oorlog werd de opkomst van het communisme door de regering kennelijk als zo’n noodtoestand gezien.

Toen mijn vader op een dag in de vroege jaren zestig de radio aanzette, viel hij halsoverkop in een gesprek met de burgemeester van Beerta. Het volk wordt op deze manier wel enigszins voor het lapje gehouden, begon de interviewer streng. Zou u denken, vroeg oom Ekke, met een verbazing en onschuld die waarschijnlijk niet eens gespeeld waren.

Natuurlijk werden de kiezers voor de gek gehouden. En natuurlijk begrijp je ook best waarom. Het Sovjetregime zond signalen uit die bij verstandige mensen niet onmiddellijk de behoefte wekten dat regime ook te vestigen in Beerta. Dus was het wel begrijpelijk dat men van hogerhand probeerde het communisme buiten de deur te houden. Wat beter voor Nederland was, was beter voor Beerta. Maar ja, waarom zouden de kiezers dat geloven?

Het was en is de tragiek van de kiezers in de arme gebieden van Groningen, Limburg en de grote steden. Hun sociaal-economische achterstand radicaliseert ze, en in zoverre kun je volop meegaan in hun neiging de mestvorken tevoorschijn te halen. Maar de radicale keuze in de politiek is – tragisch genoeg – vaak een keuze waardoor hun situatie eerder verslechtert dan verbetert. En precies daarom zat ik nu ook met angst om het hart naar de kiezers in Pekela te kijken.

De ene kiezer in Pekela had op de Partij voor de Vrijheid gestemd, omdat Wilders had beloofd de gulden terug te brengen. Heel begrijpelijk, maar ook heel onverstandig. De Groninger realiseerde zich duidelijk niet dat de economische crisis hem juist met de gulden onvergelijkbaar veel harder zou hebben getroffen. Daar komt nog bij dat Geert Wilders wel kan beloven de gulden terug te toveren, maar dat het niet zal gebeuren.

De andere kiezer in Pekela had op de Partij voor de Vrijheid gestemd, omdat hij vroeger veel minder last had van bureaucratische rompslomp in de zorg. Ook heel begrijpelijk. En ook heel onverstandig. De ontsporing van de bureaucratische systemen los je niet op door de helft van alle ambtenaren te ontslaan; het is gek genoeg juist het marktdenken dat heeft geleid tot de onpersoonlijke aanpak en de verantwoordingsgekte. En er is nu meer nodig dan een politiek gebaar om de bureaucratie te temmen.

Hoe dan wel verder? Valt er iets te leren van de geschiedenis? In vergelijking met de ellende van de vorige eeuw lijkt de politieke situatie van vandaag uitermate rustig en redelijk. We worden niet direct bedreigd door buitenlandse dictaturen, en de burgers betalen hun belastingen ogenschijnlijk zonder morren.

Alleen de tragiek van de kiezers in achtergestelde gebieden en groeperingen blijft nog steeds dezelfde. Op zoek naar iemand die hun belangen vertegenwoordigt, kiezen ze maar al te gemakkelijk voor iemand die hun belangen niet vertegenwoordigt. Zoals het in de jaren vijftig in een overheidsrapport over Oost-Groningen stond: ‘Men is communist omdat men tegen de regering is en niet omgekeerd.’

Dat was dan ook, kijkend naar de kiezers in Pekela, mijn allergrootste zorg. De kiezers willen wel wat Geert Wilders zegt, maar zegt Geert Wilders ook wat de kiezers willen? En zegt hij het ook als ze iets willen wat niet kan? En waarom het niet kan? En wat ze in deze veranderende wereld dan wel zouden kunnen willen? Of moet iemand anders die mensen maar eens rap gaan vertegenwoordigen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden