Amsterdamse geschiedenis in walvisbalein en oude krant

De tentoonstelling begint buiten, in de Kalverstraat, met een dichtregel van Joost van den Vondel:..

Van onze verslaggever

Willem Ellenbroek

AMSTERDAM

Wy groeien vast in tal en last. Ons tweede Vaders klagen.

Ay ga niet voort door dese poort. Of helpt een luttel dragen.

Vondels woorden staan gebeiteld in de gevelsteen boven de ingang van het Amsterdams Historisch Museum, dat vroeger het weeshuis van de stad was. Niet de weeskinderen of Vondel, maar de gevelsteen is het onderwerp van de tentoonstelling. Het museum toont een deel van zijn collectie beeldhouwkunst en treedt er letterlijk mee naar buiten. Op de binnenplaats staan stenen brugdelen uit de Amsterdamse School en de schutters in hun galerij hebben gezelschap gekregen van een rij bustes van Amsterdamse en nationale prominenten.

De verzameling vertegenwoordigt zeven eeuwen Amsterdamse geschiedenis. Alle tijden en stijlen zijn vertegenwoordigd. De beelden zijn uitgevoerd in alle mogelijke materialen tot ivoor, was, walvisbalein, wrakhout en een oude krant toe. Ze laten de stad zien in de roerige middeleeuwen, in de statige rijkdom van de zeventiende en de achttiende eeuw, in de frivoliteit van volks kermisvermaak en de drukte van de negentiende eeuwse stadsuitbreidingen, in de kloeke ornamentiek van de Amsterdamse School en in het ernstige zwijgen van de monumenten uit onze dagen die de oorlog en de bezetting gedenken.

Sommige beelden hebben een stormachtige geschiedenis achter de rug. Een groep gravenportretten uit de middeleeuwen werd ternauwernood uit de brand van het oude stadhuis gered. Een Piëta - een treurende Maria met de gestorven Christus op haar schoot - moet tijdens de beeldenstorm op een kloosterkerkhof zijn begraven en werd pas vier eeuwen later door archeologen ontdekt. Een reeks voorstudies voor marmeren beelden en reliëfs voor het nieuwe stadhuis raakte vergeten op een zolder en werd pas in de vorige eeuw onder een laag turf teruggevonden. Een collectie miniaturen van ivoor kwam beschadigd uit de Slag om Arnhem.

De collectie omvat vijf verzamelperioden. De verzameling is gegrondvest in het oude bezit van de stad uit de zeventiende eeuw, waarvoor een ruimte in het nieuwe stadhuis op de Dam was vrijgemaakt. Toen Lodewijk Napoleon van het stadhuis zijn paleis maakte, raakte de verzameling op drift. Later kwamen bij het stadsbezit de nagelaten collecties van de patriciërsfamilies Fodor en Willet-Holthuysen. De zwervende verzameling kreeg pas reliëf en werd verder uitgebouwd toen het museum in 1926 in de Waag op de Nieuwmarkt werd gevestigd. De verhuizing naar het Burgerweeshuis in 1963 markeert een nieuwe actieve verzamelperiode. De verzameling is nu uitgebreid met een nieuwe taak, het museum werd het depot voor de vondsten van de stadsarcheoloog.

Het overzicht in het oude weeshuis begint met een reconstructie van de kunstzaal in het stadhuis op de Dam. Het gaat in wezen nog verder terug, naar het oude vijftiende-eeuwse stadhuis. Ooit was 'de Vierschaar', de plek waar de schout recht sprak, versierd met vier houten beelden van Hollandse graven. Ze staan hier weer, een van de weinige voorbeelden van wereldlijke beeldhouwkunst uit de middeleeuwen.

Voor de stadsdoorbraken in de negentiende eeuw werden reeksen panden gesloopt. Kenmerkende bouwfragmenten zijn hier nu weer te zien in gevelstenen en gevelborden, die in de zeventiende eeuw de vreemdeling de weg naar de nering moesten wijzen. Er zit een mooi gelegenheidsbeeld bij, een adelaar die de ereboog bekroonde voor de intocht van Napoleon in 1811.

In een tussenkabinet is onder de titel 'Helden op sokkels' een verzameling miniaturen te zien van monumentale standbeelden waarmee in de negentiende eeuw 's lands groten werden geëerd. De stad werd verrijkt met beelden van Rembrandt, Thorbecke en Vondel. Een kleine aparte afdeling biedt een terugblik op de patriciërsverzamelingen van de zeventiende en achttiende eeuw, die aan de stad werden gelegaleerd. Er zijn veel kopieën bij van beelden uit de klassieke oudheid, in romantisch dromerig marmer als 'De onschuld met een slang spelend' en 'De kuisheid'.

De tentoonstelling eindigt bij de beeldhouwkunst van deze eeuw, met de ornamentiek van de Amsterdamse School, de krachtige ode aan de arbeid van stadsbeeldhouwer Hildo Krop, waaronder een stralend, bijna goddelijk zelfportret van verguld eiken. In dit deel van de tentoonstelling is zelfs de agitprop vertegenwoordigd in een reliëf van Frits Sieger (1893-1990), dat de titel 'Vernietigen en opbouwen' draagt. Het beeld werd ontworpen ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Sovjet-Unie. Het bestaat uit gips, hout en een oude krant. Het tafereel toont de tegenstelling van een sloper die een muur weghakt en een metselaar die een muur opbouwt. Op de achtergrond ratelt een drukpers, waar een krant afrolt, De Tribune van 27 juli 1932 die de koppen draagt 'De werkloozen worden weer afgescheept' en 'Waar gaat de wereld heen'. Er is weinig veranderd.

De periode van emancipatie is ook uitgedrukt in stevige koppen met ferme oogopslag van socialistische voormannen als Jan van Zutphen (door Gerrit van der Veen) en Wibaut (van Tjipke Visser). Bijna vanzelfsprekend gaat de verzameling dan over in het kunstenaarsverzet met een zelfportret van Gerrit van der Veen en een kop van Willem Sandberg door Erwin de Vries. Voorstudies van John Rädecker voor het Nationale Monument op de Dam en een model van De Dokwerker van Mari Andriessen bekronen dit onderdeel.

In het restaurant van het museum staat de beeldengroep Goliath, David en de schilddrager. Het drieluik was ooit de grote attractie van een pleziertuin, de voorloper van het pretpark. De beelden bewogen, ze konden vervaarlijk met hun ogen rollen. Eind deze maand verschijnt een bestandscatalogus met de complete verzameling van het museum, waarmee de collectie voor het eerst is ontsloten.

Het overzicht eindigt op de binnenplaats met een geteerd en geschilderd zeebaken uit wrakhout van Victor IV, de vlottenbouwer van de Amstel die bij werkzaamheden aan zijn drijvend lusthof verdronk. Het staat er alsof het de weg wijst in een land, dat het water altijd 'heeft geëerd en gevreesd'.

In beeld gebracht, beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, t/m 8-1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden