Amsterdamse efficiëntie

In Amsterdam is door de eeuwen heen altijd pijnlijk nauwkeurig geregistreerd. Alles op papier en netjes geordend. In 'De Schatkamer van Amsterdam' is de geschiedenis tot plafondhoogte opgetast....

Sommige Amsterdammers waren tijdens de bezetting niet alleen bedreven in het aangeven van de buurman, maar ook in het verlinken van de geliefde postduif. Vele duizenden duiven werden op last van de bezetter de nek omgedraaid, waarna de geamputeerde pootjes, met ring en al, bij het hoofdbureau van politie werden ingeleverd. Aldaar werden ze als bewijs netjes bewaard.

De politie had een speciale duivenbrigade geformeerd, een eenheid die al kort na de inval van de nazi's in 1940 alle duiven ging registreren. De verordening uit dat jaar: 'Hij bij wien een duif binnenvliegt of die op andere wijze een duif daadwerkelijk in zijn bezit krijgt of vindt, moet deze met de zich mogelijk bij de duif bevindende berichtkokers en mededelingen aan den burgemeester afgeven.'

Het tellen der duiven moet een hell of a job zijn geweest. Het 'duivenmelken' was immers een oude Amsterdamse hobby bij uitstek. Aanvankelijk, al in de 16de eeuw, ging het vooral om het kweken van sierduiven, vanaf de 19de eeuw lieten de duivenmelkers hun vogels wedstrijden vliegen. Op de daken van menig huis bevonden zich grote bouwsels, waarin plaats was voor honderden duiven.

In 1942 kon de ijverige duivenbrigade van Amsterdam de Duitse Ortskommandantur trots melden dat er zich 32.709 duiven in de hoofdstad bevonden, beestjes die zich ordnungsgemäß in de daartoe bestemde hokken bevonden, opdat ze niet konden worden ingezet als postduif met geheime berichten richting Engeland.

Toen kwam de aap uit de mouw, de duivenbrigade kon de Duitsers nog meer vertellen. Eind 1942 was registratie niet langer voldoende, de duiven moesten worden geslacht - geruimd, zou men tegenwoordig zeggen. Opnieuw toonden de Amsterdamse dienders zich van hun beste kant door op jacht te gaan naar het de Duitsers onwelgevallige gevogelte. De afgehakte pootjes verdwenen als bewijs in het politiedossier.

Uit de jaren 1943-1944 is een register van de duivenbrigade bewaard gebleven, waarin per dag staat opgetekend op welke punten van de stad nog losvliegende duiven werden aangetroffen. In de Minervalaan bijvoorbeeld, waar zich op een goede dag plotseling tweehonderd stuks ophielden. Uit het dagrapport: 'Deze huizen op de daken der huizen en onder de dakgoten der huizen.'

Bovenstaande informatie, een weinig heldhaftige voetnoot uit de vaderlandse geschiedenis, is afkomstig uit De Schatkamer van Amsterdam, een nieuwe en permanente tentoonstelling in het Gemeentearchief Amsterdam. Donderdagavond wordt het overzicht geopend door burgemeester Cohen. Literatuurcriticus Kees Fens houdt de inleiding.

In de depots van het Gemeentearchief liggen op ruim 35 kilometer stellingen talloze papieren schatten. Eeuwenoude archiefstukken, boeken, prenten en tekeningen, foto's, bouwtekeningen, plattegronden, affiches. Die depots, aldus adjunct-gemeentearchivaris en projectleider Ellen Fleurbaay, vormen 'de schatkamers van de geschiedenis van Amsterdam'. Die dienen 'voor de eeuwigheid' te worden bewaard, bewaakt en toegankelijk gemaakt.

Wat dat laatste betreft kreeg Fleurbaay een bijzondere inval. Bezoekers ontvangen bij de ingang een handcomputer, de 'personal digital assistant'. Met dit apparaatje - vooral bekend in horecabedrijven waar de bestellingen elektronisch naar de bar worden doorgegeven - kan informatie over de uitgestalde en genummerde objecten worden oproepen.

Soms lees je niet alleen tekst, maar is via de handcomputer tevens een passend geluid hoorbaar, bijvoorbeeld het carillon van de Westertoren, 'de parel van de Jordaan'. Hetzelfde systeem wordt volgens haar gebruikt door de Tate Gallery in Londen, maar het Amsterdamse gemeentearchief gaat een stap verder.

Wie genoeg heeft aan het bekijken van de tot plafondhoogte opgetaste geschiedenis en geen zin heeft in toelichting, toetst de nummers in. Met een druk op de knop van de handcomputer wordt de informatie als e-mail naar huis gezonden. Amerikaanse musea hebben belangstelling getoond voor het in principe eenvoudige systeem.

Op die manier kan een privé-catalogus worden samengesteld, thuis achter de computer en printer. De educatieve mogelijkheden liggen voor de hand; docenten geschiedenis zullen in hun handen wrijven. Wie geen computer heeft, kan zijn eigen selectie op het gemeentearchief laten printen. Voor wie dit allemaal te modern is, ligt op het gemeentearchief een traditionele catalogus klaar.

Voor het gemak heeft Fleurbaay de geschiedenis van de hoofdstad verdeeld over twintig hoofdgroepen. Van Handel, Geld, Liefde, Oproer, Oorlog tot en met Sport en Macht. In alle gevallen blijkt dat er in Amsterdam door de eeuwen heen altijd pijnlijk nauwkeurig is geregistreerd. Alles op papier en netjes geordend. De Duitsers hadden er zoals bekend veel profijt van, toen zij met behulp van het Amsterdamse bevolkingsregister moeiteloos de joodse bevolking konden localiseren.

Maar ook zonder dit beruchte voorbeeld van Hollandse efficiëntie kan er onbedoeld bij latere generaties een bizar beeld ontstaan van de regelzucht.

Want terwijl de duivenbrigade in de eerste oorlogsjaren bezig was alle potentiële gevederde 'Engelandvliegers' in kaart te brengen, werd elders binnen het politiekorps dagelijks notitie gemaakt van een andere Amsterdamse kwaal, toen al: het jatten van fietsen. Op 14 april 1942 worden liefst vier fietsen gestolen in de buurt van de Pieter Aertszstraat. De dienstdoende agent van het gelijknamige bureau noteert om 15.10 uur: 'Anne Frank, oud 12 jaar, scholier, doet aangifte van diefstal van haar rijwiel.' Het op zichzelf onbenullige document is, hoe kan het anders, zorgvuldig bewaard.

In haar dagboek maakte Anne Frank er zelf ook melding van: 'Ik wou maar dat ik niet naar school moest, m'n fiets is in de paasvakantie gestolen en die van moeder heeft vader bij christelijke kennissen in bewaring gegeven. Maar gelukkig nadert de vakantie met rasse schreden, nog een week en het leed is geleden.'

Onder het hoofdstuk 'Oproer en Orde' is via de handcomputer gelukkig ook een andere Amsterdamse specialiteit te vinden: vilipenderen, een helaas verdwenen werkwoord, dat staat voor het aan de laars lappen van regelgeving. Fietsers die consequent op de stoep of door rood rijden, anders wel de feestgangers die afgelopen maand tijdens Koninginnedag in de hoofdstad letterlijk alle regels vilipendeerden, hoeven zich niet op de borst te slaan. In 1756 ging het net zo.

In dat jaar werd de Dam vanaf tien uur 's avonds afgesloten voor doorgaand verkeer. Niemand die zich er iets van aantrok. Zelfs toen het plein 's nachts met kettingen werd afgeloten, werd er gevilipendeerd: rijtuigen, koetsen en sleden reden er dwars doorheen. Pas nadat schout en schepenen overgingen tot het in beslag nemen van de voertuigen en het uitdelen van forse boetes werd het rustig in de binnenstad.

Erg aardig ook die documenten uit 1629 en 1630, waaruit blijkt dat de nog geen twintig jaar geleden met veel tamtam aangekondigde optiehandel op de Amsterdamse effectenbeurs in werkelijkheid niets nieuws was. Al in het begin van de 17de eeuw plaatsten de heren Pieter de Bitter en Jacques Hack een calloptie bij ene Isaac Casteleijn: zij kochten tegen betaling van een premie het recht om op termijn tegen een bepaalde prijs diens aandelen in de West-Indische Compagnie over te nemen.

Casteleijn overleed kort daarna en met de WIC (handel in tropisch hout, ivoor en slaven) ging het ook bergafwaarts, de aandelenkoers was scherp gedaald. De Bitter en Hack deden of hun neus bloedde, maar konden er door de erfgenamen Casteleijn via de notaris toe gedwongen worden de inmiddels vrijwel waardeloze aandelen tegen de afgesproken prijs af te nemen.

Melkertbanen? Al eeuwen oud. Vroeger kregen moeilijk te bemiddelen werkzoekenden in Amsterdam een gesubsidieerde baan als visdrager. Strengere straffen voor criminele hangjongeren? Achterhaald! Tegen het einde van de 16de eeuw was al ontdekt dat straffen alleen niet helpt. Uit een bestelde e-mail van het Gemeentearchief: 'De vaak arme criminelen hadden nooit geleerd een goed en arbeidzaam leven te leiden. Ze moesten dat in een inrichting leren, voordat ze terugkeerden in de maatschappij.'

De legale verhuizing van het gemeentelijk archief naar de persoonlijke mailbox is uniek. Ellen Fleurbaay: 'De bezoekers moeten echter ook kennis maken met de originele documenten. Je moet de historische sensatie voelen door het directe contact met een eeuwenoud stuk. Je moet je kunnen verwonderen hoe mooi die oude boeken zijn, hoe geduldig notarisklerken stapels en stapels akten met de hand schreven, hoe een tekenaar de aanleg van de grachten tekende en een fotograaf de nog lege straten van de stad op de plaat vastlegde.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden