Nieuws slavernijmuseum

Amsterdam sticht een Nationaal Slavernijmuseum, iedereen mag meedenken

Hoe moet het nieuwe Nationaal Slavernijmuseum eruit zien? In welk deel van Amsterdam moet het komen? En welk verhaal moet het precies vertellen? Daar mag ú over meepraten.

Toerist bezoekt klein museum in Juffereh, Gambia dat de slavernij behandelt.

Als het aan de Amsterdamse wethouder Simone Kukenheim (D66) ligt, ontstaat er de komende maanden een groot landelijk debat over die vragen. Vandaag doet zij een oproep om ideeën in te sturen voor de ‘nationale museale voorziening’ die Amsterdam wil oprichten om de slavernijgeschiedenis van Nederland te behandelen. Vanaf eind juni kunnen musea, belangengroepen, wetenschappers of ‘gewone’ betrokkenen met plannen komen. Het belooft een heftig debat te worden, verwacht Kukenheim, en wel eentje met twee hete hangijzers.

1. Wie bepaalt de vorm en de inhoud van het museum?

Om tot een ‘breed gedragen’ museum te komen, zijn hoogoplopende discussies onvermijdelijk en ook ‘heel erg goed’, meent Simone Kukenheim. Afgelopen maanden heeft zij, na een oproep van de voltallige Amsterdamse gemeenteraad, gesleuteld aan een procedure die zoveel mogelijk recht moet doen aan alle verschillende opvattingen.

Dat proces begint dus vandaag met de ‘call’, de oproep om ideeën in te sturen. Een deskundige beoordelingscommissie zal die beoordelen. De indieners van het ‘winnende’ inzending krijgen eind dit jaar maximaal 100.000 euro om hun ideeën uit te werken tot een concreet financieel onderbouwd plan, dat ergens in de hoofdstad uitgewerkt zal worden.

Die beoordelingscommissie staat onder voorzitterschap van Kathleen Ferrier, oud-Tweede Kamerlid voor het CDA en dochter van de eerste president van Suriname. De overige zeven leden zijn wetenschappers, mensen met kennis van de museumwereld of met veel draagvlak in de gemeenschappen die hun wortels in Afrika en de Caraïben hebben.

Zelf wil de wethouder niet te diep ingaan op de vraag hoe het museum eruit moet komen te zien. ‘Dan ga je eigenlijk alweer dingen invullen, terwijl we het juist open neerleggen.’ Maar de bedoeling is in elk geval dat het slavernijverleden op een moderne, aansprekende manier verteld zal worden. Kukenheim: ‘Dus niet dat er een neoclassicistisch gebouw komt, met spullen onder een stolpje en een kaartje ernaast’. Om die reden vraagt de gemeente ook om plannen voor een ‘museale voorziening’ in plaats van een museum.

Belangrijk is bovendien dat het een aantrekkelijke ‘voorziening’ wordt voor scholen, stelt de wethouder. ‘Want het slavernijverleden krijgt nu in het onderwijs nog veel te weinig aandacht. Niet alleen wat betreft de historische feiten, maar ook hoe die geschiedenis vandaag de dag nog doorwerkt.’ De afgelopen jaren is Kukenheim er steeds meer van doordrongen geraakt dat veel mensen in Nederland tot op de dag van vandaag pijn hebben van het slavernijverleden. ‘Dat verhaal moet ook goed worden verteld.’

2. Hoe wordt een Amsterdams initiatief een Nationaal Museum?

Dat Amsterdam een logische plek is voor een museum over het nationale slavernijverleden, lijdt geen twijfel. Het is niet alleen de hoofdstad, maar heeft zelf ook een lange slavernijgeschiedenis. De stad werd rijk van de slavenhandel en was drie eeuwen lang eigenaar van Suriname. Kukenheim: ‘Dat is een deel van onze geschiedenis waar we ons voor moeten schamen, of in elk geval het eerlijke verhaal over vertellen.’

Het is ook niet verrassend dat de gemeente Amsterdam zelf met het plan voor zo’n museum komt. Met name in Amsterdam-Zuidoost woont een grote gemeenschap van mensen met wortels in Suriname en de Caraïben. In die gemeenschappen wordt al jaren gesproken over de gebrekkige aandacht die er is voor de geschiedenis van hun tot slaaf gemaakte voorouders. Dat is een opvatting die de afgelopen jaren, mede als gevolg van de discussie rond Zwarte Piet, aan kracht won. Eind vorig jaar werd daarom door drie linkse partijen in de gemeenteraad het plan ingediend voor een instelling die deze geschiedenis vol in de schijnwerpers plaatst.

Toch zou het vreemd zijn om een Amsterdams slavernijmuseum te stichten, is de dominante opvatting in de stad. Het is niet enkel een Amsterdams verleden en het is geen geschiedenis die alleen Amsterdammers raakt, dus spreekt de gemeente van een ‘nationale museale voorziening’. De oproep van vandaag is dan ook expliciet gericht aan alle Nederlanders die zich bij het onderwerp betrokken voelen.

Maar wat de bijdrage zal zijn van de nationale overheid en andere gemeenten aan dit ‘nationale museum’ zal nog moeten blijken. In Het Parool merkte hoogleraar Caraïbische geschiedenis Alex van Stipriaan eerder dit jaar op, dat er tijdens de formatie van het huidige kabinet weinig animo bestond om een passage in het regeerakkoord op te nemen over extra aandacht voor het koloniale verleden. ‘Het is veelzeggend dat meer aandacht voor het Wilhelmus het regeerakkoord wél heeft gehaald.’ Hij vreest daarom dat de landelijke politiek weinig toeschietelijk zal zijn om een slavernijmuseum te steunen.

Wethouder Kukenheim ziet dat zonniger in. Minister van Cultuur Ingrid van Engelshoven – haar partijgenoot – is ‘positief en erg geïnteresseerd’, zegt ze. ‘Ik denk dat Amsterdam nu gewoon een voortrekkersrol moet vervullen, en dat de nationale overheid en andere steden de komende tijd zelf moeten bepalen hoe zij daaraan willen en kunnen bijdragen.’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.