Amsterdam onderzoekt komst slavernijmuseum; scepsis over startbedrag van 100.000 euro

Het Amsterdamse stadsbestuur wil de mogelijkheden onderzoeken voor een 'voorziening' die vertelt over het slavernijverleden. Voor deze verkenning stelt het college 100.000 euro beschikbaar.

Een kranslegging bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Amsterdamse Oosterpark. Beeld anp

Het hoeft niet per se een gebouw of een klassieke museuminrichting te zijn. Het stadsbestuur zal eerst onderzoek doen naar de wenselijkheid, het draagvlak en de vorm van een museale voorziening.

Bovenaan staat dat de kennis over de slavernijgeschiedenis voor alle Amsterdammers van belang is. 'En dat is meer dan één zwarte bladzijde in de geschiedenisboekjes,' zegt wethouder Simone Kukenheim (diversiteit). 'Het aandeel van Nederland in de slavenhandel heeft zichtbare en onzichtbare sporen achtergelaten. Het college is zich bewust van het belang van er- en herkenning van het slavernijverleden.'

Volgens Kukenheim is er veel aandacht voor het onderwerp, onder meer door de discussie over Zwarte Piet. De verkenning, waar de raad nog mee moet instemmen, gebeurt in samenwerking met het Rijk en andere betrokken partijen. Een onafhankelijk onderzoeker zou als het aan het college ligt nog dit jaar aan de slag kunnen met het verkennen van de mogelijkheden.

Breuk

Eerder dit jaar kondigde het Rijksmuseum aan in 2020 een tentoonstelling over het Nederlandse slavernijverleden te houden. De keuze was een breuk van de nieuwe directeur Taco Dibbits met de visie van eerdere directeuren, die weinig tot geen aandacht aan de duistere zijde van de Hollandse geschiedenis schonken. Bij de heropening in 2013 koos toenmalig directeur Wim Pijbes voor een vermenging van kunst en geschiedenis, pijlers die voorheen gescheiden waren in het museum. Daarbij lag de nadruk op de successen: de Hollandse koopmansgeest, de handel, de meesterschilders als Rembrandt en Vermeer die dankzij de bloeiende economie in de Gouden Eeuw een markt hadden. Waar Pijbes'motto vooral was: het museum is 'de schatkist van Nederland', zal de tentoonstelling in 2020 juist laten zien hoe de Hollanders aan sommige van die schatten gekomen zijn.

Dat is ook het idee van het Amsterdamse stadsbestuur, die bij de museale voorziening juist deze schaduwkant van het slavernijverleden wil belichten.

Sceptisch

Gert Oostindie, hoogleraar koloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden vindt het een goed plan van het Amsterdamse stadsbestuur, maar is ook sceptisch. 'Het is natuurlijk een mooi initiatief, maar ik denk niet dat je met 100.000 euro heel ver komt. Zeker niet als je de context van het slavernijverleden ook wil schetsen.'

Volgens Oostindie was het beter geweest als het idee vanuit de Rijksoverheid was gelanceerd. 'Want zij hebben een groter budget.' Oostindie ziet dat het nu vooral om een Amsterdams plan gaat. 'Het is een signaal van de gemeente Amsterdam naar de Amsterdammers: we houden ons met het onderwerp bezig. En dat is belangrijk voor een stad als Amsterdam, want daar speelt loopt de discussie over het slavernijverleden het hoogst op.'

De discussie over het slavernijmuseum

Aan de vooravond van de jaarlijkse slavernijherdenking Keti Koti schreef Wim Bossema: waarom is er nog geen slavernijmuseum?

Columnist Harriët Duurvoort noemt het een 'schande' dat uitgerekend Nederland niet een apart slavernijmuseum kent. (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden