Nieuws

Amsterdam legt de rode loper uit voor expats van Europees Medicijnagentschap uit Londen

Woensdag kreeg het Europees Medicijnagentschap EMA de sleutel van zijn tijdelijke onderkomen in Amsterdam. Het is een eerste stap op de rode loper die Nederland uitrolt voor de instelling die wegens de Brexit uit Londen moet vertrekken.

Minister Bruins overhandigt EMA-directeur Guido Rasi een stel klompen. Volgens Bruins een oud-Hollands huwelijksgeschenk. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Een warm onthaal

‘Zo opgetogen hebben velen Wouter Bos in geen tijden gezien’, schrijft de Volkskrant daags nadat op 17 november 2017 is besloten dat het Europees Medicijnagentschap (EMA) naar Nederland zal komen. Als voorzitter van het VU Medisch Centrum en oud-minister van Financiën is de PvdA’er door het kabinet gevraagd om de lobby voor het EMA te leiden.

De instelling die verantwoordelijk is voor het beoordelen van de kwaliteit en werkzaamheid van geneesmiddelen die tot de Europese markt worden toegelaten, is gevestigd in Londen en zal het eiland na de Brexit moeten verlaten. Al een paar dagen na het besluit van de Britse regering over de Brexit is in Den Haag het idee ontstaan dat het agentschap in Nederland gevestigd moet worden.

Het economische en wetenschappelijke profijt van het EMA is evident. Te beginnen met de medewerkers. Er zijn ongeveer negenhonderd goedbetaalde en hoog opgeleide Europeanen in dienst. Daarnaast ontvangt de instelling jaarlijks 35 duizend bezoekers: wetenschappers en vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie. Daarmee zijn 30 duizend hotelovernachtingen gemoeid. En dan is er nog de verwachting dat veel bedrijven die adviseren bij de registratie van medicijnen zich in het kielzog van het EMA in Amsterdam zullen vestigen.

Wouter Bos speelde een belangrijke rol bij de komst van het EMA Beeld Dijkstra bv

Bos zet groots in. Met een bidbook waarin stralende foto’s van de Amsterdamse binnenstad worden afgewisseld met beelden van Schiphol, jonge wetenschappers in een lab en kinderen die in een meertje springen. In het Amsterdamse bod wordt het EMA een ‘naadloze’ verhuizing vanuit Londen naar Amsterdam beloofd. Op 29 maart, de dag waarop de Brexit een feit moet zijn, moet de organisatie in Nederland beginnen. In november 2019 moet er een speciaal voor het EMA ontworpen gebouw staan.

En ook op politiek niveau brengt hij zwaar geschut in stelling. Topambtenaren, Amsterdamse wethouders, ministers en zelfs Mark Rutte bewerken Europese collega’s om hen ervan te overtuigen dat Amsterdam de beste keuze is.

Nederland is bij lange na niet het enige EU-land. Liefst negentien lidstaten stellen zich kandidaat, sommigen serieuzer dan anderen. De uiteindelijke stemming loopt in november 2017 uit op een zenuwslopende tweestrijd tussen Amsterdam en Milaan. De stemmen staken: dertien tegen dertien en één onthouding. Daarop moest de beslissing komen van twee wit-blauwe balletjes. In een vissenkom worden ze gehusseld, waarna de voorzitter er een uithaalt en opent: ‘Amsterdam.’

Er wordt die avond gejuicht en gedronken bij de Nederlandse delegatie. Voor Bos zit zijn taak erop. Voor veel anderen in Amsterdam en Den Haag begint het werk pas. Zij moeten de beloften uit het bidbook waarmaken.

Minister Bruins over de voortvarendheid van het Rijk Beeld ANP

Supersnelle bouw op een A-locatie

‘Ik heb heel wat vastgoedprojecten van dichtbij gezien, maar het tempo waarin we voor het EMA bouwen is echt ongekend’, zegt Bruno Bruins. Als minister van Volksgezondheid is Bruins (VVD) politiek eindverantwoordelijk voor de verhuizing van het EMA. Woensdagmiddag 9 januari 2019 overhandigt hij ‘geheel volgens planning’ de sleutel van het ‘Sparkgebouw’ aan EMA-directeur Guido Rasi. Plus een paar klompen, volgens Bruins een oud-Hollands huwelijksgeschenk. Vanaf 29 maart zal het medicijnagentschap tijdelijk vanuit dit kantoorgebouw naast station Sloterdijk opereren.

Een paar kilometer verderop aan de oostkant van het zakencentrum op de Zuidas wordt met stoom en kokend water gebouwd aan het kantoor waar het EMA zich vanaf november dit jaar permanent zal vestigen. Al voordat de keuze op Amsterdam viel, besloot de gemeente de kavel voor het medicijnagentschap te reserveren. En werd de grond bouwrijp gemaakt.

Die nieuwe plek mag bepaald een A-locatie heten. Midden in het Amsterdamse zakencentrum en op 5 minuten lopen van station RAI waar metro’s de stad inrijden en treinen naar Schiphol vertrekken. Tegenover het EMA wordt ook nog eens het door Rem Koolhaas ontworpen ‘Nhow hotel’ gebouwd, dat met zevenhonderd kamers het grootste hotel van Amsterdam wordt.

De Rijksgebouwendienst is de opdrachtgever en eigenaar van het toekomstige EMA-gebouw, waarvoor het 255 miljoen euro heeft betaald. Het EMA gaat daarvoor wel gewoon huur betalen. Bruins: ‘Het bijzondere is dat al is begonnen met bouwen van het geraamte terwijl nog niet duidelijk was hoe het eindresultaat er precies uit zou zien. Daar werd nog samen met het EMA aan getekend.’

Specifiek voor het EMA is vooral dat het bedrijf veel bezoekers ontvangt. Zeven verschillende comités waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd, komen maandelijks bijeen. In grote vergaderzalen overleggen ze met experts en de industrie over de veiligheid en werkzaamheid van nieuwe geneesmiddelen. Ook komt er een auditorium waar hoorzittingen met bijvoorbeeld patiënten en artsen worden gehouden.

En omdat de beslissingen van het EMA vaak grote financiële consequenties hebben voor farmaceuten, doet het instituut veel om ‘elke schijn van belangenverstrengeling’ te vermijden. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft daarom de opdracht gekregen in het gebouw twee compleet gescheiden gebieden te maken. Een waar de buitenwereld binnenkomt, en een waar de medewerkers zich bevinden. Contact tussen die twee groepen moet zo alleen plaatsvinden als daar een afspraak voor is gemaakt. 

Colleen Geske van de gemeente Amsterdam ziet de gezinnen blijven.

Geen zorgen over de verhuizing

‘Aanvankelijk merkten we wel dat veel medewerkers hun reserves hadden bij hun verhuizing’, zegt Colleen Geske. Zij maakt deel uit van het team dat namens de gemeente Amsterdam het EMA-personeel en hun gezinnen met alle egards binnenhaalt. De rijksoverheid heeft daarvoor een bedrag van 2,5 miljoen euro beschikbaar gesteld. Geske en haar collega’s organiseerden de afgelopen maanden onder meer excursies naar verschillende woongebieden, informatiebijeenkomsten over scholen en ze assisteren bij eventueel papierwerk. Zelfs het Koninklijk Instituut voor de Tropen is naar Londen gekomen om de EMA’ers voor te bereiden op de Nederlandse omgangsvormen: ‘Recht voor zijn raap, heel anders dan de Engelsen’.

Dat niet alle medewerkers stonden te juichen, vindt Geske niet zo gek. ‘Je wordt toch voor de keuze gesteld: of je moet verhuizen, of je moet je baan opzeggen. Bij verhuizing moeten kinderen van school wisselen en partners vaak een baan opzeggen.’ Bovendien besloot de EU de EMA-medewerkers een salarisverlaging van 20 procent op te leggen, omdat de leefkosten in Amsterdam nu eenmaal aanmerkelijk lager zijn dan in Londen. ‘Daar was veel onvrede over.’

Toch wilde de overgrote meerderheid van de ruim negenhonderd mensen die bij het EMA in Londen werken wel naar Nederland komen. De eerste lichting van iets meer dan 67 is inmiddels al verhuisd. Dat zijn vooral medewerkers met schoolgaande kinderen.

Bij het EMA werken relatief veel mannen en vooral vrouwen van tussen de 30 en de 50 jaar. Op het totaal van 650 migrerende medewerkers zijn er 500 kinderen. Van de eerste lichting heeft een aanzienlijk deel gekozen voor de Europese scholen in Den Haag en Bergen, waar ook de medewerkers van andere Europese instellingen zoals Eurojust in Den Haag, ruimtevaartorganisatie ESA in Noordwijk en het Joint Research Center in Petten hun kinderen naar school brengen. Op Europese scholen is het onderwijs voor EU-werknemers gratis en er wordt voor alle leerlingen les in de ‘moedertaal’ aangeboden.

Geske: ‘Maar er zijn inmiddels ook al vijftien kinderen die gewoon op Nederlandse scholen zitten. Voor de meeste EMA-medewerkers is Nederland niet een tussenstation. Ze denken dat ze hier nog jaren wonen en willen dus integreren.’

In Amsterdam ontstond na het nieuws dat het EMA zou komen enige irritatie over ‘nog meer rijke expats’ die de huizenprijzen in de hoofdstad zullen opdrijven. Maar daartoe lijkt vooralsnog weinig reden. Mede door de internationale scholen kiezen de meeste medewerkers dus voor andere plaatsen. Geske: ‘Veel van hen zijn Londen gewend, dus voor een uurtje forensen schrikken ze niet terug. Ik vind het zelf opvallend dat je ze vaak enthousiast hoort vertellen dat ze nu dicht bij de zee wonen. Na al die jaren in een wereldstad zijn veel van hen wel blij dat ze nu meer in de natuur kunnen wonen.’

70 duizend nieuwe Amsterdammers

Internationale werknemers zijn ‘extreem welkom’ in Amsterdam. ‘Wij denken niet dat zij onze banen inpikken of onze huizen innemen.’ Met die uitgesproken mededeling luisterde de Amsterdamse economiewethouder Udo Kock (D66) woensdag de opening van het tijdelijke EMA-gebouw in de hoofdstad op. Kock nam zo nog maar eens krachtig stelling in een discussie over het hoge aantal expats in de hoofdstad, die de afgelopen dagen oplaaide.

‘Pak verdringing van Amsterdammers door expats aan’, schreef SP-gemeenteraadslid Erik Flentge op Twitter nadat het Centraal Bureau voor de Statistiek had bekendgemaakt dat in Amsterdam het afgelopen jaar 70 duizend mensen van buiten de stad zijn komen wonen. D66’er Sebastiaan Capel maakte Flentge vervolgens uit voor xenofoob en vergeleek hem met Donald Trump.

Kock schaart zich namens het stadsbestuur dus nadrukkelijk achter zijn partijgenoot. En ook SP-wethouder Laurens Ivens (wonen) distantieert zich voorzichtig van Flentge. ‘Mij maakt het niet uit wie er in een huis woont. Maar ik constateer wel dat er veel mensen in de stad komen wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.