Amsterdam is nog niet eerlijk

Afkomst is in Amsterdam nog steeds zeer bepalend voor wat je in het leven kunt bereiken, ziet Lodewijk Asscher...

Lodewijk Asscher

Stel dat je voor het eerst in Amsterdam komt en je jezelf afvraagt: doet Amsterdam het eigenlijk goed genoeg? Is de stad zo ingericht dat iedereen er het maximale uit kan halen? In dat geval zie je gelijk een paar lelijke dingen. Zoals de inburgering. Wij denken dat we mensen verder helpen als we ze vertellen: ‘U moet een cursus volgen, maar u leert daar wellicht niets, en als u niet op tijd examen doet, betaalt u 270 euro.’ Onze boodschap is: ‘Het interesseert ons niet.’ Wij bedrijven te veel symboolpolitiek en zoeken te weinig naar oplossingen.

Ik geef u twee voorbeelden.

Calixte Veerman is consultatiebureauarts in Amsterdam-Noord. Zij vertelde me dat het voor haar heel moeilijk is over integratie, islam en immigratie te praten. Terwijl de problemen waarmee ze geconfronteerd wordt, om praktische oplossingen vragen.

Een greep uit haar verhalen over patiënten: een zwakbegaafde moeder met pleinvrees van wie zes verwaarloosde kinderen uit huis zijn geplaatst en van wie het zevende kind van de rechter mag blijven, omdat hij hoopt dat ze dan ophoudt met kinderen krijgen. Of een uit Afghanistan gevluchte moeder met twee kinderen die niet zonder haar kinderen kan slapen omdat ze dan nachtmerries krijgt. Vervolgens blijven de kinderen emotioneel onderontwikkeld. Ze snauwen haar af, slaan haar en presteren slecht op school. Toen ik Calixte vroeg in hoeveel van de gezinnen waar zij komt er van alles tegelijk mis is of fout gaat, antwoordde ze: ‘80 procent!’

Een ander voorbeeld is een Nederlandse vrouw van Turkse komaf die voor haar verstandelijk gehandicapte broertje moest zorgen, omdat haar ouders niet wisten hoe dat moest. Schaamte en onwetendheid maakten dat ze geen hulp kregen. Aysel is om die reden een bedrijf begonnen voor allochtone ouders met gehandicapte kinderen.

Veel problemen rondom zwakbegaafde jongens worden opgelost met importbruiden. Ze worden als mantelzorgster/echtgenote naar Nederland gehaald. Mantelzorgers zijn ontheven van inburgerplichten. Hoe is het mogelijk dat we dit toelaten? Deze vrouwen krijgen levenslange vonnissen met dergelijke huwelijken, waaruit ook vaak weer zwakbegaafde kinderen worden geboren. Waarom wordt er in de eigen gemeenschap geen alarmerend debat over deze kwestie gevoerd?

Met Calixte pleit ik ervoor op te houden met ongebreidelde huwelijksimport en gezinsherenigingsmogelijkheden, en neef- en nichthuwelijken te verbieden.

In Amsterdam zijn er zo’n 1.200 basisschoolkinderen die gedurende een aantal jaren in het geboorteland van hun ouders naar school gaan. Dat vinden hun ouders handig, goed voor de familiebanden of voor de culturele identiteitsvorming. Ik vind dat gek. Het is een teken van verwaarlozing. Ik wil daarom kwaliteitseisen gaan stellen aan het onderwijs dat deze kinderen op hun buitenlandse scholen krijgen – niet om te pesten, maar in hun eigen belang.

Maar ook in ons eigen onderwijs is er nog veel te winnen. Amsterdam heeft 48 zwakke basisscholen. Er zijn schoolbestuurders die stellen dat de leerlingenpopulatie op hun scholen de slechte schoolresultaten verklaren; dat daar niks aan te doen valt. Nu zal ik niet ontkennen dat het moeilijk is. Maar kinderen op voorhand afschrijven, vind ik een grof schandaal. Het is ook niet waar. Want vaak staat er een paar honderd meter verderop een school met precies dezelfde leerlingenpopulatie, een zwarte school ook, die er wel in slaagt om het beste uit die kinderen te halen. Ik ben er trots op dat ik met veel Amsterdamse scholen samenwerk aan kwaliteitsverbetering, maar het is een gotspe dat het nodig is.

Jan Tinbergen zei het al: de grootste ongelijkheid tussen mensen wordt veroorzaakt door aangeboren intelligentie en de plek waar je wieg staat. Maar dankzij onderwijs kun je je ontwikkelen en je omhoog werken. Aan het verkleinen van de verschillen als gevolg van afkomst kunnen we als samenleving dus iets doen. Daarom wil ik als wethouder van onderwijs graag meer gymnasia in Amsterdam. Maar ook meer uitmuntende havo’s, vmbo’s en mbo’s.

Vaak krijgen wij kinderen pas goed in het vizier als ze ‘overlastgevend’ zijn geworden. Als je denkt aan de verhalen uit de praktijk, dan realiseer je je maar al te goed dat het onderwijs het niet alleen kan. De wereld van ellende en verwaarlozing die daaraan vooraf gaat, vraagt om goede jeugdzorg. Jeugdhulp. Welzijnswerk.

In Nederland bestaat een ware hulpverleningsindustrie. Instanties die over elkaar heen buitelen om deze problemen aan te pakken. Omdat ik niet vond dat we voldoende bereikten, heb ik alle instellingen en activiteiten in kaart laten brengen. Het bleek een wirwar van geld, regels en projecten. Operatie Frankenstein, het vereenvoudigen van het jeugdwerk zodat we kinderen beter bereiken en helpen, helpt nu al om meer waar voor het kind en ons geld te krijgen. Wij politici moeten stoppen voor elk probleem een nieuwe oplossing te eisen.

Jongeren moeten geholpen kunnen worden en jeugdwerkers moeten het plezier in hun werk terugkrijgen én zich weer verantwoordelijk kunnen voelen.

Het is mijn plicht als bestuurder en als bewoner te doen wat ik kan. Daarbij wil ik me niet verschuilen achter boetes en regels.

We moeten het debat aangaan over grenzen aan huwelijksmigratie en trouwen binnen de familie. Het bestaande systeem van inburgering moet worden vervangen door burgerschapstrainingen en taal, een greencard systeem voor buitenlands talent. Het onderwijs moet, net als de jeugdhulpverlening, beter gereorganiseerd worden. In het belang van het kind.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden