Amsterdam, here we come

'Le vrai bonheur, ce n'est que dans les gares', mijmerde de Franse schrijver Anatole France. Alleen in spoorwegstations vind je nog het echte geluk....

Eind jaren zeventig, herinnert Paul Arnoldussen zich in Rue d'Amsterdam - Kleine atlas van Nederlanders in Parijs, zei Campert tegen journalist Jan Brokken 'dat hij naar Parijs of Californië zou verhuizen, als de kinderen wat groter waren'. Die zijn inmiddels heel groot, schrijft Arnoldussen, 'en Campert zit nog steeds in Amsterdam'.

Vaut le voyage luidt de titel van een geheel aan 'Nederlandse en Vlaamse schrijvers en kunstenaars in Parijs' gewijd nummer van het tijdschrift Septentrion - Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bas (Stichting Ons Erfdeel; euro 10,-), dat afgelopen dinsdag in Parijs op de Salon du Livre is voorgesteld. Al wonen er nu nog weinig of bijna geen Nederlandstalige auteurs in Parijs, toch is 'het verhaal van wederzijdse aantrekking en bevruchting nog lang niet af', zegt Luc Devoldere, hoofdredacteur van het blad. 'Laat het ons houden op vaut le passage, of om preciezer te zijn: Parijs is nog altijd een belangwekkende rite de passage.'

In het pas verschenen Le mal du pays, 'heimwee' (Seuil; euro 22,50), een autobiografie van België in 26 letters, schrijft de in Parijs wonende Franstalige Belg Patrick Roegiers onder het lemma parianisé over dat vreemde verschijnsel zich als buitenlander in Parijs tegelijk een paria te voelen én meer Parijzenaar dan de Parijzenaars. Er is altijd veel en nostalgisch over Parijs geschreven, ook in de Nederlandstalige letteren. Er staat een flinke 'geparianiseerde' bloemlezing in Septentrion. Vroeger waren er in die stad zelfs hele kolonies van Vlaamse en Nederlandse schrijvers, bohémiens en kunstenaars. Ooit hebben ze allemaal een tijd lang Parijzenaar willen zijn.

De filosoof en publicist Ger Groot noemt Parijs een lieu de bonheur, een plek om gelukkig te zijn. Hij studeerde in het academiejaar 1979-'80 aan de universiteit van Nanterre. Het was een bijzonder jaar: Jean-Paul Sartre, lange tijd het boegbeeld van de linkse intelligentsia, stierf dat jaar; Nicos Poulantzas sprong uit het raam, Roland Barthes kwam onder een bestelwagen en Louis Althusser wurgde zijn vrouw. Maar wie leest Sartre nog, vraagt Groot zich in Septentrion af, of Poulantzas en Althusser? Nu heb je nieuwe Franse goden: Foucault, Cioran en Bourdieu, alledrie intussen overleden; Baudrillard en Derrida, Kristeva, Finkielkraut, Todorov en Onfray.

Voor politiek filosoof Luuk van Middelaar is Parijs, dat opengeslagen boek, een Bildungsroman. Je moest daarheen. Van Middelaar ging naar Parijs. Hij roept in het tijdschrift herinneringen op aan de colleges van Jacques Derrida ('la messe de Derrida') in het groot amfitheater van de École des hautes études en van Pierre Bourdieu in het Collège de France. De openbare colleges van filosofen en sociologen trokken veel publiek. Ethel Portnoy, die jarenlang met Rudy Kousbroek in Parijs woonde, beschreef in Vliegende vellen - Schetsen en verhalen de lessen van Barthes. De collegezalen zaten afgeladen vol; in Parijs kon iedereen zulke geleerde wijsgerige referaten aanhoren. Het was, zegt Portnoy, 'mijn universitair ideaal'.

In het 200 pagina's tellende Septentrion staan tientallen verhalen over en van Nederlanders en Vlamingen die in Parijs hebben gewoond. De lijst is indrukwekkend, dat bleek ook uit de atlas van Arnoldussen. Dat is nu niet meer zo - misschien was Willem Frederik Hermans de laatste grote schrijver die jarenlang 'in vrijwillige ballingschap' in Parijs resideerde. Een echte Parijzenaar werd hij niet.

Je reist tegenwoordig per trein van Amsterdam naar Parijs in vier uur; dat wordt binnen enkele jaren nóg minder. Maar, zegt Groot in Septentrion, al liggen die steden nu dichter bij elkaar, de mentale afstand is merkwaardigerwijs vergroot. Steeds meer Nederlanders lezen en spreken nauwelijks Frans. En, gaat Groot verder, Parijs wordt ook weer exotisch; jonge Nederlanders 'ontdekken' die stad. Dat komt 'omdat ook steeds meer Fransen Engels spreken'. Vaut le détour, ook in taal, maak die omweg. Middelaar zei tijdens een toespraak in de residentie van de Franse ambassadeur in Den Haag toen hij een beurs kreeg om er te gaan studeren: 'Paris, here we come.'

In Septentrion staat een foto van het Gare du Nord, waar het allemaal is begonnen. Dit jaar waren Nederlandse en Vlaamse schrijvers - na veel lobbyen - te gast in Parijs; volgend jaar reizen de Fransen naar Nederland. Na Phares du Nord, het thema van de Parijse boekenbeurs, luidt het motto van de Boekenweek 2004, dat de organisator Stichting CPNB woensdag bekendmaakte op de laatste dag van de Parijse Salon du Livre: Gare du Nord - Ontmoetingen met Frankrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden