Amstelveen wil wel op Venetië lijken

ARCHITECTUUR..

Amstelveen, Stadshart-Oost. Coördinerend architect: Kees Rijnboutt. Ontwerp: vanaf 1990. Ingebruikname: medio 1998 tot eind 2002.

Amstelveen associeer je niet meteen met een bruisende binnenstad. Die heeft Amstelveen ook niet, nog niet. Toen het van oorsprong kleine dorp was uitgedijd tot een uitgestrekte tuinstad, kreeg het een echt centrum midden tussen de nieuwe wijken. Maar het was geen succes. Het winkelgedeelte (van architectenbureau Van den Broek en Bakema, dat ook de Rotterdamse Lijnbaan bedacht) bleek te krap en niet goed gesitueerd; de loop kwam er niet lekker in. Het plein ervoor, Plein 1960, werd alleen gebruikt als parkeerplaats. En van de plannen voor het stadskantoor en een vestiging van de Bijenkorf kwam uiteindelijk helemaal niets terecht.

Maar nu komt het toch nog goed. Amstelveen bouwt een nieuw 'stadshart' dat met de populaire stadscentra van Haarlem, Amsterdam en Hoofddorp moet concurreren, én met het recent opgeknapte winkelcentrum aan het Amsterdamse Gelderlandplein. Niet alleen wordt het oude winkelcentrum ingrijpend uitgebreid en gerenoveerd, een heel complex van stedelijke activiteiten krijgt hier een plek.

Met de opening van het Cobra-museum van architect Wim Quist werd in november 1995 het spits afgebeten. Intussen is ook het busstation van architecten Zwarts en Jansma in gebruik genomen, evenals de nieuwe parkeergarage. Een nieuwe openbare bibliotheek is in aanbouw (van architect Hans Ruijssenaars). En er komt nog een cultuurcentrum (van Benthem Crouwel). In samenhang met dit alles zullen verderop nog een groot aantal woningen en kantoren verrijzen, en zal er een gloednieuw stadspark worden aangelegd.

Het bijzondere van dit plan is, zoals coördinerend architect Kees Rijnboutt het al in een vroeg stadium formuleerde, 'dat de openbare ruimte centraal is gesteld en tot drager van de kwaliteit van het hele centrum is bestempeld'. Alle nieuwe gebouwen passen met andere woorden in een alomvattend plan: een zorgvuldig gemaakte compositie van pleinen, straten en overdekte verbindingswegen.

Het middelpunt is het autovrije, rechthoekige Stadsplein, een soort stedelijke huiskamer, waar alle activiteiten samenkomen, met haaks daarop de brede wandelboulevard Rembrandtweg. Een overdekte winkelstraat leidt daarvandaan, via het oude winkelcentrum Binnenhof, naar het Buitenplein - dat plein is nieuw.

Het is de bedoeling, aldus de ontwerpgroep, 'dat zo een pleinenreeks ontstaat, vergelijkbaar met het Piazza en het Piazzetta bij de San Marco in Venetië'.

Zou men ooit in Venetië hebben rondgekeken? Dan zou men toch moeten weten dat de openbare ruimte niet los te zien valt van de schoonheid van de omringende bebouwing. En die laat in Amstelveen nogal te wensen over tot nog toe.

De gevel van winkelcentrum De Rembrandthof (van Atelier Pro) is nog het meest geslaagd, al is die met een harde, ongenaakbaarbare steen bekleed. Maar de woontoren van Liesbeth van de Pol bijvoorbeeld is een merkwaardig grof geval, met overmaatse poorten die toegang tot het winkelcentrum suggereren, maar waaronder slechts de voordeur naar de appartementen schuilgaat.

Kwalijker is dat men ervoor heeft gekozen het nieuwe stadscentrum voor het overgrote deel uit overdekte winkelstraten te laten bestaan. Projectontwikkelaars zweren daar nog altijd bij, het kortstondige succes van de meeste ten spijt.

Dat betekent dat in het netwerk van straten rondom het Stadsplein de nare, bedompte sfeer van muzak, reclameborden en plexiglas overheerst. Hoewel De Rembrandthof veel ruimer is opgezet dan De Binnenhof, en ook nog een gekromde winkelstraat omvat, ontbreekt ook hier allure. Zo weids als het Stadsplein is opgezet, zo bekrompen is de commercie gehuisvest. Met Venetië heeft dat erg weinig gemeen. De kracht van Amstelveens nieuwe hart moet vooral in de buitenlucht worden gevonden. Daar lijkt de toekomst nog niet hopeloos. Want tegen de tijd dat het cultuurcentrum klaar is, zal ook de nieuwe bibliotheek in gebruik zijn en met zijn opkrullende bodem een vrolijke toegangspoort tot het Stadsplein vormen, dat dan aan vier zijden is bebouwd. Hopelijk zullen dan terrassen, kraampjes en kiosken de harde gevels van De Rembrandthof en De Binnenhof enigszins aan het oog onttrekken.

Als maar niet wordt gedacht aan een inrichting zoals die is aangebracht op het Amstelveense Buitenplein. Daar staan twee rozerode paviljoens, van architecte Jeanne Dekkers. Die kleurstelling moet knusheid suggereren, maar de grillige vormen van de paviljoens ondermijnen juist elk gevoel van beschutting. Geen twijfel mogelijk: daar maakt de tand des tijds korte metten mee.

Hilde de Haan Ids Haagsma

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden