Amnesty: 17.723 mensen stierven in Syrische staatsgevangenissen

Syrische burgeroorlog

Meer dan 17.723 mensen zijn tijdens de 4,5 jaar durende Syrische burgeroorlog gestorven in regeringsgevangenissen, vaak na gruwelijk te zijn gemarteld. Dat meldt Amnesty International in een donderdag uitgebracht rapport.

De Syriër Mazen Hamada, die werd gemarteld in een regeringsgevangenis. De Volkskrant sprak in 2014 met hem. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

In de ruim vier jaar durende Syrische burgeroorlog gaat de aandacht vooral uit naar de vluchtelingenstroom en slachtoffers van bombardementen. Toch is er nog een groep slachtoffers: de tegenstanders van het regime, die in de talloze staatsgevangenissen worden opgeborgen. Met een beetje geluk keren ze terug naar de maatschappij, veelal gebroken en getraumatiseerd. Maar er is ook een grote groep die nooit meer buiten komt. Volgens een donderdag verschenen rapport van Amnesty International zijn 17.723 Syriërs tijdens de burgeroorlog binnen gevangenismuren gestorven.

Dat aantal is gebaseerd op statistieken van de Human Rights Data Analysis Group, een organisatie die met wetenschappelijke methodes mensenrechtenschendingen in kaart brengt. Ook sprak Amnesty met 65 Syrische ex-gevangenen.

In een land waar tegenstand al decennia lang de kop in wordt gedrukt, zijn martelpraktijken in gevangenissen niets nieuws. Onder het regime van Hafez al-Assad, de vader van de huidige president, werden duizenden vermeende communisten en Moslimbroeders met elektrische schokken en kabels bewerkt. Zijn beruchtste gevangenis bevond zich in de Syrische woestijnstad Palmyra, op een steenworp afstand van de bekende Romeinse opgravingen.

Bashar al-Assad zette de erfenis van zijn vader voort, maar deed er nog een schepje bovenop. Amnesty stelt dat sinds de burgeroorlog 'een systematische en wijdverbreide aanval plaatsvindt op iedereen die ervan wordt verdacht tegen de regering te zijn'.

Gruwelijke getuigenissen

De getuigenissen in het rapport zijn gruwelijk. Gevangenen worden stelselmatig gemarteld, vernederd, langdurig opgesloten in isoleercellen en soms seksueel misbruikt of verkracht. De cellen zijn te klein en steenkoud of juist bloedheet, zieken worden niet verzorgd en doden blijven soms meerdere dagen in de cel liggen, tussen de levende gevangenen. Soms worden de lijken in toiletruimtes gelegd voordat ze uit de gevangenis worden afgevoerd.

Een van de ex-gevangenen schetst in het rapport hoe mensen stikten nadat de ventilatie in de cel het had begeven. De cipiers 'schopten ons om te zien wie nog in leven was', vertelt iemand onder de schuilnaam Ziad. 'Op dat moment realiseerde ik me dat er zeven mensen waren gestorven.'

Een ander beschrijft hoe een touw om zijn polsen werd gebonden en het vat waar hij op stond onder zijn voeten vandaan werd getrokken. 'Mijn voeten bungelden in de lucht', aldus Shiyar. 'Ik werd overal geslagen met drie houten stokken. Daarna werden er sigaretten uitgedrukt op mijn lichaam.'

Een illustratie uit het rapport van Amnesty die laat zien hoe bewakers een gevangene slaan met houten stokken. Beeld Mohamad Hamdoun

Isoleercel

Een vrouwelijke ex-gevangene, Umm Omar, vertelt dat ze bewusteloos raakte nadat bewakers met legerlaarzen tegen haar heup hadden geschopt, waaraan ze kort daarvoor was geopereerd. 'Toen ik wakker werd, lag ik in een isoleercel. Mijn broek was omlaag getrokken, mijn abaya was open en mijn shirt omhooggetrokken. Alles deed pijn, dus ik wist niet of ik was verkracht of niet.'

De martelpraktijken hebben veelal tot doel (valse) bekentenissen af te dwingen. Gevangenen geven hun 'misdaden' toe uit angst dat hun familie of vrienden iets wordt aangedaan. Of uit angst dat ze de martelingen niet zullen overleven. Ze hopen na een bekentenis in de rechtbank hun verhaal te kunnen doen. Maar in plaats daarvan worden ze overgeplaatst naar een andere gevangenis, waar ze geen contact hebben met advocaten. Soms kunnen ze voor veel geld door hun familie worden vrijgekocht.

Niet alleen de Syrische overheid, ook rebellen maken zich schuldig aan het martelen van gevangenen, zo blijkt uit een in februari uitgebracht rapport van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Veel gevangenen sterven door gebrek aan voedsel, water of medische hulp. De Syrische regering heeft herhaaldelijk ontkend dat ze zich hieraan schuldig maakt, maar volgens de VN is de overheid wel degelijk op de hoogte van deze praktijken, omdat er door de veiligheidsdiensten uitgebreid over wordt gerapporteerd.

Mazen Hamada (38) zat anderhalf jaar in een van de beruchtste gevangenissen van Damascus, bijgenaamd 'het slachthuis'. De Volkskrant sprak hem in februari 2014, drie weken na aankomst in Nederland. Zijn lichaam zat vol striemen, brandplekken en littekens. De Syriër, die als technicus voor een oliemaatschappij werkte, werd ervan beschuldigd islamitische strijders de grens over te hebben gesmokkeld. In werkelijkheid had hij meegedaan aan demonstraties in zijn woonplaats Deir Ezzor, in het oosten van het land.

Om een bekentenis af te dwingen, werd Hamada aan zijn polsen opgehangen aan het plafond. 'Ik voelde de spieren in mijn polsen langzaam scheuren en schreeuwde het uit van de pijn', blikt de Syriër terug. Ook werd hij met een speer in zijn nieren gestoken, waarna hij alleen nog maar bloed kon plassen.

Hamada was er getuige van hoe een 15-jarige jongen met een lasapparaat werd bewerkt. 'Zijn huid viel letterlijk van zijn lichaam', vertelt hij. 'Het was nog maar een kind. Hij heeft nog twee dagen geleefd.' Dankzij een bekende bij de rechtbank kwam Hamada uiteindelijk vrij.

Lees hier het hele verhaal van Mazen Hamada.

Toen Rehab Khallof (42) in december 2013 haar blinddoek afdeed, stond ze voor een man die haar gebood al haar kleren uit te doen, ook haar ondergoed. 'Je bent een ezel', zei de man, terwijl hij naar haar naakte lichaam keek. 'We gaan je verkrachten. Kijk hoe je erbij staat, je moet je schamen voor Allah.' De man sloeg haar, Khallof huilde.

Al met al zat ze vijf maanden in een staatsgevangenis in Damascus. Haar cel van vijftien vierkante meter moest ze delen met veertig vrouwen. De voormalige directrice van een middelbare school in Damascus organiseerde hulpacties in de belegerde gebieden, maar werd opgepakt omdat ze terroristen zou hebben geholpen.

In de gevangenis werd Khallof onderworpen aan 'een combinatie van grof geweld en psychologische vernedering', vertelde ze vorig jaar aan de Volkskrant. Ze moest water met terpentine drinken, werd met kleren en al onder een koude douche gezet en hield een gebroken pols over aan de martelingen. Verkracht werd ze, ondanks talloze dreigementen, uiteindelijk niet. De Syrische kwam vrij door een gevangenenruil. Tegenwoordig woont ze met haar dochter in Hillegom.

Lees hier het hele verhaal van Rehab Khallof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.