Amerikanen kennen geen nederigheid

De Leidse hoogleraar Amerikanistiek Alfons Lammers mengt zich zelden in het koor van tv-deskundigen. Nu verschijnt zijn boek Adieu Amerika, ter gelegenheid van zijn aanstaande vertrek....

De stilte is hij kwijt. Voorgoed. Er zit een permanente ruis in zijn oor. Het geluid van een telefoon die naast de haak ligt, maar dan harder. Straatrumoer is slecht te verdragen: vooral die rotscooters gaan door merg en been. Maar ook zonder gedruis om hem heen dringt die eeuwige toon zich op. Hij gaat slapen met herrie in zijn hoofd.

De wereld van Alfons Lammers, hoogleraar Amerikaanse cultuur en geschiedenis aan de Leidse universiteit, is een akoestisch pandemonium. Nooit meer rust. Het begon in de zomer van '99, op een terras in de Ardennen. Opeens maakte het verkeer veel meer lawaai dan normaal. Hij ging naar de huisarts, naar specialisten, maar die konden weinig uitrichten. 'Ik dacht: ik word gek. Of ik vreesde dat mijn laatste uur geslagen had. Midden in de nacht ben ik naar het ziekenhuis gerend omdat ik dacht dat ik een attaque had.'

Het duurde geruime tijd voordat de specialisten zijn aandoening namen gaven: tinnitus, hyperacusis. Daar bleef het niet bij. Samen met de ziekte van Ménière vormden ze een 'miserabel drietal'. Lammers kreeg last van duizelingen. 'Ik ging telkens tegen de vlakte. Op straat, op mijn werk. Als ik in mijn werkkamer onderuitging, bood de prullenbak uitkomst. Je moet ontzettend overgeven. Na zo'n aanval ben je de rest van de dag van de kaart. Dit gebeurde drie keer per week.'

De onzekerheid en het slaapgebrek maakten hem depressief. Hij kon zich niet meer concentreren, een boek uitlezen was er niet meer bij. Hij zocht hulp bij een psychiater. Inmiddels slikt hij geen antidepressiva meer en wordt de ménière met medicijnen onderdrukt, maar het leven van Lammers is ingrijpend veranderd. Hij is nauwelijks nog in staat college te geven, hij kan niet meer naar recepties, diners of de bioscoop. Hij besloot vervroegd uit te treden. In februari legt Lammers (61) zijn ambt neer.

Voor hem geen groots afscheidscollege met familie en hoogwaardigheidsbekleders. Geen pomp and circumstance. Om zijn vertrek te markeren schreef hij een persoonlijk boek: Adieu Amerika. Een uit de hand gelopen afscheidsrede, waarin hij met ironie en weemoed terugkijkt op zijn dertigjarige loopbaan als Amerikanist in Leiden, die hij begon als rechterhand van de grote Amerika-kenner en dichter J.W. Schulte Nordholt.

Het is niet alleen het fysieke ongemak dat Lammers ertoe brengt zijn baan op te geven. Na zijn werk altijd met plezier te hebben gedaan, raakte hij uitgekeken op het onderwijs. Tot zijn 65ste doorgaan met doceren, het zou 'bijna pervers' zijn. Hij heeft al zijn trucjes en kunstjes vertoond en laat het nu graag aan anderen over. Bovendien ergert Lammers zich steeds meer aan de 'managers' op de universiteit. Hij moet over alles verantwoording afleggen. 'Terwijl ik langzamerhand wel heb bewezen dat ik kan schrijven en kan doceren. Maar het is nooit genoeg.'

De universiteitsbestuurders maken geen keuze: goed onderzoek of goed onderwijs. Ook al krijg je te horen dat onderwijs het belangrijkste is, dan word je toch afgerekend ('ik heb een bloedhekel aan dat woord') op je publicaties. Publish or perish. 'Er komen steeds meer directeuren. Ik vind het lachwekkend. De universiteit hoort een plek te zijn waar je wetenschap kunt bedrijven zonder dat er mensen in je nek blazen.'

Typerend voor de cultuur op de Leidse Alma Mater vindt Lammers het gedoe rond zijn opvolging. Ondanks de welvaart geldt al twintig jaar één devies: bezuinigen. 'Zodra er een vacature is, juicht het management.' De bestuurders vinden dat er bij geschiedenis te veel hoogleraren zijn. Ze willen alleen een aantal 'kernvakken', zoals oude, middeleeuwse en vaderlandse geschiedenis behouden. De geschiedenis van Amerika is bijzaak. 'Er schijnt sprake te zijn van een Amerikaanse particuliere sponsor voor de leerstoel Amerikaanse geschiedenis. Ik weet niet of de sponsoring doorgaat, maar het betekent dat de faculteit er geen cent meer in stopt. Terwijl er wel hoogleraren Turkse, Japanse en Chinese geschiedenis zijn. Ik zie niet in waarom de Turkse geschiedenis belangrijker zou zijn dan de Amerikaanse.'

Het geliefde Amerika is ook niet meer wat het was. Het land dat Lammers in de jaren zestig leerde kennen toen hij als jong historicus met een studiebeurs naar de Verenigde Staten trok, heeft veel van zijn magie verloren. Hij was destijds onder de indruk van het optimisme van de Amerikanen, van de kansen die het land bood, van de burgerrechtenbeweging. 'Sinds de jaren tachtig, sinds Reagan, is het idealisme uit Amerika verdwenen. Carter, hoe gebrekkig hij ook functioneerde, was iemand met idealen. Hij wilde iets uitdragen, iets waar Amerika voor stond.'

De drang om Amerika als voorbeeld voor de wereld te zien is gebleven, maar het Amerikaanse model is inmiddels 'leeg', zegt Lammers. Het gaat er alleen nog maar om consumptie en verdienen. Let it all hang out. De jaren negentig stonden in het teken van de overmoed en de banalisering van de politiek. De seksuele schandalen rond Clinton waren een supermacht onwaardig. 'De Amerikanen zijn te machtig. Ze kunnen zich niet voorstellen dat er mensen in de wereld zijn die geen zin hebben in hun cultuur; het gaat bij ons toch fantastisch? Ze kunnen zich moeilijk in een ander verplaatsen. Die enorme verschuiving van macht na de Koude Oorlog: dat kan een land nooit goed doen.'

Waren de aanslagen op de Twin Towers een gruwelijke les in nederigheid? Lammers: 'Het gevoel dat hen niets kan overkomen, is voorlopig verdwenen. Niet dat ik het hen gun, maar die terreur brengt misschien een zekere verandering van denken teweeg. De Amerikanen zijn met de neus op de feiten gedrukt: dat er culturen afwijzend staan tegenover hun model. Ik praat die aanslagen niet goed, maar misschien kunnen ze een heilzame uitwerking hebben.

'Nederiger zullen de Amerikanen er niet door worden. Ze zeggen meteen: dit zullen we te boven komen, we zullen het kwaad vernietigen. Ze hebben een ongebroken geloof in eigen kunnen. Die can do-mentaliteit zit in hun genen. Dat is hun kracht, maar ook hun zwakte. Daardoor hebben ze zich in het verleden in avonturen gestort die niet goed afliepen.'

Komt er als gevolg van de aanslagen een herwaardering van de overheid in de VS? 'Dat zal tijdelijk zijn. Er bestaat nu eenmaal een diep wantrouwen tegen bemoeizucht. De Amerikanen denken over Washington zoals wij over Brussel. De gedachte dat Amerika voorgoed is veranderd, schort ik nog even op.'

In het buitenlands beleid van de enig overgebleven supermacht verwacht Lammers evenmin een breuk. Zolang de bondgenoten achter Amerika aanlopen, gaat het goed. Als ze vervelend worden, krijgen ze de wacht aangezegd. Met Bush is een unilateralist in het Witte Huis gekomen en hij zal zich in de strijd tegen het terrorisme slechts tijdelijk bekeren tot een zeker multilateralisme. De Amerikanen deinzen er niet voor terug hun coalitiegenoten te laten vallen als ze niet langer noodzakelijk zijn, meent Lammers.

De oorlog in Afghanistan kan volgens Lammers niet het enige antwoord zijn als de VS het terrorisme in de wereld willen onderdrukken. Hij hoopt dat de CIA, de FBI en 'die andere organisaties die hebben gefaald', buiten het zicht van de tv-camera's bezig zijn het kwaad uit te roeien. Irak als volgend doelwit? 'Dat lijkt me bijzonder onverstandig. Dan jaag je de rest van de moslimwereld tegen je in het harnas. Je kunt wel bezig blijven met militaire operaties tegen iedereen.'

Lammers' grootste angst is een nieuwe grote aanslag in de VS. Dan breekt de hel los. 'Dan zijn de Amerikanen niet meer te houden, daar ben ik van overtuigd. Het gebruik van kernwapens zou ik dan niet uitsluiten. Eén klap kunnen ze verwerken, maar twee. . .'

Zal het westerse liberaal-democratische model ook na deze confrontatie met het islamitisch extremisme overheersend blijven, zoals Francis Fukuyama voorspelt? Lammers gelooft niet in het einde van de geschiedenis: die bestaat uit onverwachte wendingen. Een gevaar voor de aangeharkte westerse maatschappij is bijvoorbeeld zoiets triviaals als verveling. 'Dat is een factor waarmee in de geschiedenis te weinig rekening wordt gehouden. Je ziet het in Nederland al op kleine schaal: dingen worden uit pure verveling kapot gemaakt. Dat kan over een paar decennia ook op geestelijk vlak gebeuren. Er zijn oorlogen gevoerd om verveling te verdrijven. Soldaten gingen zingend de Eerste Wereldoorlog in.'

In het koor van Amerika-deskundigen dat na 11 september het publiek via de media van commentaar voorzag, ontbrak Lammers. Dat heeft niet met zijn ziekte te maken. In de jaren negentig was hij al 'geëmigreerd uit medialand'. Hij kreeg een hekel aan zijn nervositeit, aan zijn eigen stem. Zelden werd er gepraat over dingen waar hij verstand van had - een terugblik in de geschiedenis - maar vrijwel altijd over wat er zou gaan gebeuren. 'Nou, dat weet je niet. Ik heb geen hotline met het Witte Huis. Dan kun je er hooguit als een willekeurige voorbijganger een slag naar slaan. Als ik Rob de Wijk met grote stelligheid van alles hoor beweren, dan denk ik: kom op, dat kun je niet menen.'

Hoe beoordeelt hij president Bush, die bij zijn aantreden door menigeen werd afgeschilderd als een lichtgewicht? 'Ik heb niet zo'n hekel aan hem. Hij is geen ramp. Het had veel erger kunnen zijn. Maar het blijft voor mij een raadsel waarom dit soort mensen komt bovendrijven in een land waar zoveel talent rondloopt. Als je burgemeester Giuliani van New York zelfverzekerd en met gezag ziet optreden, dan vraag ik me af hoe iemand als Bush president kan worden. Het is toch een man bij wie je tenen krommen als hij aan het woord is.'

In Adieu Amerika schrijft Lammers dat hij zich erbij heeft neergelegd dat hij altijd de opvolger zal blijven van de inmiddels overleden Schulte Nordholt. En dat Schulte Nordholt nooit Lammers' voorganger zal worden genoemd. Is de leerling er niet in geslaagd uit de schaduw van zijn leermeester te treden? Lammers: 'Ik heb geprobeerd mijn werk stilistisch anders aan te pakken. Schulte Nordholt vertelde en schreef met veel pathos. Dat heb ik altijd proberen te vermijden. Pathos doet het goed voor grote zalen, maar om te schrijven voor volgende generaties is sober schrijven beter. Ik wil kaal schrijven, zoals Willem Elsschot, Karel van het Reve.

'Schulte Nordholt hield van theater. Ik houd niet van grote zalen. Daar ben ik te verlegen voor. Ik kan beter dan hij omgaan met kleine groepen. Ik ben geïnteresseerd in mensen. Als ik naar de psychiater ga, denk ik altijd: dat zou ik graag willen zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden