Amerikaanse welvaartskolonisten leggen beslag op natuur

De Amerikaanse droom betekent niet alleen blije gezichten. De welvarende buitenwijken groeien. Natuur wordt opgeslokt, slechts weinigen zien de gevaren....

Dit is het landschap van de American dream. Glooiende, groene heuvels, ruimte en zover het oog reikt smetteloos geschilderde luxe villa's met ruime kamers, verscheidene badkamers, een kelder waarin het gemiddelde Amsterdamse appartement zich meer dan thuis zou voelen en een reusachtig houten deck, een balkon waar je als echte Amerikaan barbecuet, maar nooit buiten gaat zitten. Voor de dubbele garages staan de glimmende terreinwagens die bij dit landschap zijn gaan horen.

Aan de rand van de wijk schieten overal villa's uit de grond en ze gaan als zoete broodjes over de toonbank. De minimumprijs is 800 duizend gulden, maar je moet er snel bij zijn om in Potomac Station, een nieuwbouwwijk bij Leesburg in Virginia nog een plaatsje te bemachtigen in het paradijs.

Potomac Station is een schoolvoorbeeld van het sympathieke monster dat over Amerika kruipt: urban sprawl, het permanente uitdijen van de steden. Eerst trokken de inwoners van de binnensteden uit angst voor de misdaad naar de buitenwijken, maar nu trekken de inwoners van de buitenwijken naar de buitenste wijken. Niet uit ergernis over de misdaad, maar wegens de welvaart. Amerika trekt steeds verder van de stad, op zoek naar ruimte.

Phoenix, Las Vegas, Atlanta, overal in de Verenigde Staten kruipen de buitenwijken steeds dieper het land in en overal moeten bossen, weiden en landbouwgrond wijken voor de frisse, ordelijke nederzettingen van de welvaartskolonisten.

Leesburg was twintig jaar geleden nog een slaperig provinciestadje waar Washington, dertig kilometer verderop, heel ver leek. Maar het stadje is nu bijna helemaal opgeslokt door de buitenwijken die vanuit Washington voorbij kruipen. In tien jaar steeg de bevolking van het district Loudoun, waar Leesburg ligt, van 86 duizend naar 170 duizend inwoners, de op twee na sterkste groei in het hele land.

Volgens makelaar Brett Crandle gaat de trek nog steeds door. 'Ondanks de angst voor een recessie loopt de handel nog steeds uitstekend', zegt hij glunderend. 'Veel mensen zien een villa hier ook als een goede belegging. De prijzen stijgen voortdurend.'

Architecten mopperen dat de McMansions, zoals zij de luxe villa's in de nieuwe wijken spottend noemen, de VS een zielloos uiterlijk geven. Overal zien de suburbs er hetzelfde uit: dezelfde villa's, dezelfde planning, dezelfde shopping malls met dezelfde winkels. En het is waar: rondrijdend door de Verenigde Staten kom je af en toe op volstrekt nieuwe plaatsen die je griezelig bekend voorkomen, alsof je er al eens eerder bent geweest.

Naarmate de McMansions uitdijen, neemt de ruimte erom heen steeds meer af. Voor Nederlandse begrippen zijn het nog steeds heel aardige tuinen, maar naar Amerikaanse maatstaven is het hier dringen geblazen. Maar Roger James, die net naar Potomac Station is verhuisd, omdat hij meer kamers nodig had voor zijn kinderen, kan er niet om malen dat zijn tuin wat klein is. 'De meeste mensen hier kan het niet schelen. Ze hebben toch geen tijd om in de tuin te zitten. Er wordt hier hard gewerkt', zegt hij.

Maar het wonen à la American dream heeft ook zijn nadelen. Aan het eind van de middag verandert de weg tussen Washington en Leesburg in een blikken slang, die eindeloos traag voorkruipt door het glooiende landschap.

'Van en naar het werk rijden veroorzaakt hier zoveel stress alsof je in de frontlinie ligt', zegt Joseph Mayo, die samen met zijn vrouw Peggy in Leesburg een actiegroep tegen urban sprawl heeft opgericht. 'Wie hier woont is volledig afhankelijk van de auto.' Iedere villa in de nieuwe buitenwijken kost volgens hem tien autoritjes per dag: naar het werk, naar de supermarkt, naar school, de dokter, baseball, het voetbalveld en ga zo maar door. Niets is te belopen, en dus staan voor de meeste huizen twee of drie auto's.

'Het probleem van Amerika is dat we hier te veel ruimte hebben', zegt Mayo. 'Bovendien is de benzine goedkoop, dus niemand hoeft zich zorgen te maken over het feit dat hij voor alles een auto nodig heeft.'

Artsen zeggen dat sprawl ook een van de oorzaken is voor de opmars van de zwaarlijvigheid in de Verenigde Staten. Wandelaars zijn in dit landschap zo zeldzaam dat wie in de suburbs rondloopt of een lift van een kennis krijgt aangeboden of het risico loopt de politie achter zich aan te krijgen. Niet-gemotoriseerde wezens zijn in de suburbs bijna per definitie buitenstaanders en dus verdachte figuren.

Mayo betreurt het ook dat het oprukken van de buitenwijken het karakter van de streek volledig heeft veranderd. it was een landbouwgebied, maar het groene hart is helemaal verdwenen.' Aangelokt door de verleidelijke prijzen hebben veel boeren hun land verkocht aan projectontwikkelaars. Het is een landelijke trend: jaarlijks vreet de urban sprawl in de Verenigde Staten zeker 600 duizend hectare landbouwgrond weg.

De trek naar de suburbs, waar de inwoners zich tevreden terugtrekken in hun anonieme luxe villa's, heeft volgens Peggy Mayo ook nadelige gevolgen voor de sociale structuur van de wijken. 'Vroeger kende je elkaar, maar nu is dat niet meer het geval. Bovendien zijn de straten erop gemaakt om de doorstroming van het verkeer zo effectief mogelijk te maken. Maar voor de kinderen is het onveiliger geworden. Eigenlijk kunnen zij nergens meer alleen heen. Dat heeft weer als gevolg dat de ouders, dat wil zeggen in de praktijk de moeder, nauwelijks vrijheid hebben. De hele tijd zijn ze bezig kinderen weg te brengen of op te halen.'

Milieugroeperingen, zoals de Sierra Club, waarschuwen dat sprawl de Verenigde Staten meer en meer afhankelijk maakt van energie, niet alleen door het toenemende autogebruik, maar ook door het feit dat eengezinswoningen nu eenmaal meer energie verbruiken dan appartementen.

Tegenstanders van urban sprawl klagen verder dat de nieuwe wijken sociale ongelijkheid bevorderen: iedereen woont al naar gelang zijn inkomen in strak afgebakende wijken. Projectontwikkelaars voelen er niets voor goedkopere woningen in hun villa-parken te plannen, want dat haalt de prijzen van de andere huizen omlaag. Het doet immers afbreuk aan de verborgen boodschap waarmee zij de kopers hopen te trekken: wie hier woont, mag zich geslaagd noemen.

Volgens Mayo beginnen steeds meer Amerikanen de nadelen van sprawl te zien. Hij wijst op het succes van de organisatie 'Voters to Stop Sprawl' die hij in 1999 samen met zijn vrouw oprichtte. De organisatie kreeg het voor elkaar dat allerlei sprawl-tegenstanders in het districtsbestuur werden gekozen.

In plaats van blindelings bouwvergunningen uit te delen voor nieuwe projecten willen de nieuwe bestuurders alleen smart growth bevorderen: de bouw van dichter geplande wijken met busverbindingen, winkels op loopafstand, en trottoirs, waaraan het zo opvallend ontbreekt in suburban America.

Mayo is een bewonderaar van New Urbanism-architecten Andres Duany en Elizabeth Plater-Zyberk die al jaren pleiten voor een terugkeer naar de oude, compactere stijl van steden plannen. 'De architectonische versie van de Invasion of the Body Snatchers', noemen Duany en Plater-Zyberk de nieuwe suburbs smalend.

Volgens hen moeten de Amerikanen het sprawl-monster een halt toeroepen. 'We staan voor de keuze of we een maatschappij willen van homogene onderdelen die strak gescheiden van elkaar in versterkte enclaves zijn ingedeeld of een maatschappij met heel diverse, karakteristieke wijken die verweven zijn in een netwerk van steden die elkaar aanvullen', schrijven zij in hun pamflet 'Suburban Nation'. Volgens hen betekent de opkomst van de sprawl juist de ondergang van de Amerikaanse droom.

Maar uit alles blijkt dat de suburbs toch de plaats zijn waar de Amerikanen willen wonen. Druist het niet tegen het Amerikaanse gevoel van vrijheid in mensen het recht te ontzeggen op hun stukje van de droom? 'Als iemand iets wil, is dat nog geen reden dat we verplicht zijn om hem dat te verschaffen', redeneert Mayo. 'Ik zou graag een Mercedes willen hebben, maar ik rijd in een Honda. Betekent dat dat iemand mij een Mercedes schuldig is?'

In conservatieve kringen wordt dat nu juist gezien als het manco van de 'smart growth'ers. Zij willen dat de overheid en niet de burgers zelf, gaat bepalen hoe zij moeten wonen.

'De smart growth'ers hebben een afkeer van de buitenwijk-gezinnetjes, omdat ze die verspillend en steriel vinden. En ze haten de auto, die ze meer als een bron van zonde zien dan als vervoermiddel', sneert de conservatieve publiciste Virginia Postrel. Maar wat voor de één 'leefbaarheid' en 'kwaliteit van leven' is, is voor de ander heel iets anders. Postrel: 'De anti-sprawlcampagne is niet zomaar wat leuzen. Het is een opvatting van de beste manier van leven en de vastbeslotenheid die manier van leven via politieke actie aan anderen op te leggen.'

Op Roger James, de kersverse bewoner van Potomac Station, maken de sombere toekomstvisi- oenen van de sprawl-tegenstanders geen indruk. Hij vindt dat hij er alleen maar op vooruit is gegaan: een ruimer huis, een betere buurt en een betere school voor zijn kinderen. Het grootste nadeel? 'De maandelijkse hypotheek!', zegt hij met een lach. Maar toch, nu hij hier eenmaal woont, begint hij ook het gevoel te krijgen dat de groei niet eindeloos kan doorgaan. 'Op een gegeven moment moeten we stop zeggen', zegt hij peinzend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden