NieuwsIrak

Amerikaanse documenten: Aanval op IS-bommenfabriek in Hawija viel in hoogste risicocategorie

De Nederlandse luchtaanval op een bommenfabriek in Hawija, in 2015, was een aanval in de hoogste risicocategorie. Dit blijkt uit nieuw vrijgekomen Amerikaanse documenten over de aanval waarbij naar schatting circa zeventig burgerdoden vielen. De documenten zullen, zelfs in deze drukke coronatijd, waarschijnlijk binnen afzienbare tijd leiden tot een vierde Kamerdebat met minister Bijleveld.

Nederlandse luchtmachtbasis in Irak.Beeld Defensie

Na de luchtaanval bleken in de woonwijk 25 gebouwen te zijn verwoest, nog eens 52 hadden zware schade opgelopen. Cijfers als deze staan in scherp contrast met de langdurige stilte van opeenvolgende ministers van Defensie, naar eigen zeggen mede omdat er nooit een officiële bevestiging kwam over de burgerslachtoffers. Dat die er nooit kwam, is trouwens niet verwonderlijk: het was vijandig gebied en ook het Pentagon leunde op openbare nieuwsberichten, zoals van Reuters.    

De documenten, die onder meer het Amerikaanse onderzoek naar het planningsproces van de luchtaanval behelzen en waarvan grote delen zijn witgekalkt, zijn openbaar gemaakt na een langdurige inspanning van NRC en NOS. Nederland deed als onderdeel van een grote internationale coalitie van 2014 tot 2018 mee aan de luchtoorlog tegen IS. Zowel in de planning als in de beoordeling van het effect van luchtaanvallen, speelden de VS een belangrijke rol. Voor elke Nederlandse F16-inzet was instemming vereist van een Nederlandse officier (de ‘rode kaarthouder’) en een jurist.

De CIA, die informatie kreeg van vier menselijke bronnen in het gebied, ‘signaleerde het potentieel voor nevenschade vanwege de naastliggende woonwijk’. Door uit te gaan van een aanval ’s nachts en met aangepaste munitie, werd de officiële inschatting in het planningsproces met veel moeite  – en ‘uren werk’ – teruggebracht (zoals vereist aan de kant van de geallieerden) tot nul burgerdoden.

Meest risicovolle optie

Maar de betrokken Amerikaanse planningsofficier schreef later dat ‘redelijkerwijs geconcludeerd had kunnen worden dat er burgerslachtoffers zouden kunnen vallen’, omdat de inlichtingen spraken van een bommenfabriek in de buurt van een woonwijk. De ‘Collateral Damage Estimate’ (CDE, een door de VS gebruikt voorspellend model over nevenschade) voor deze aanval kwam uit op ‘CDE 5 Low’, in een systeem dat oploopt van 1 tot 5 – en waarbij CDE 5 High de meest risicovolle optie is.

De Pentagon-instructies uit 2012 spreken boekdelen over zo’n risiconiveau. ‘CDE niveau 5 wordt gebruikt als alle redelijke en bekende technieken tot schadebeperking uitgeput zijn en een bepaald niveau van nevenschade onvermijdelijk lijkt. (...) Als een doel eenmaal is ingeschat op niveau 5, blijft het geclassificeerd als niveau 5 (...) vanwege het risiconiveau en de gevoelige aard die deze factoren vertegenwoordigen voor [het hoofdkwartier] en de nationale regering’. Ook staat er: ‘Commandanten moeten zich bewust zijn dat zij een aanzienlijk risico op nevenschade lopen als ze doelen aanvallen met CDE niveau 5’.

In de vrijgegeven Amerikaanse documenten staat dat de risico’s van secundaire explosies bij een aanval op een bommenfabriek niet uit te rekenen zijn (binnen en buiten het CDE-systeem) zolang niet bekend is om hoeveel explosieven het gaat.

Volgens Defensie is vooraf gekeken naar de effecten van secundaire explosies. ‘Daaruit werd geconcludeerd’, aldus de Directeur Operatiën van Defensie in 2016, ‘dat de verwachte nevenschade groter zou kunnen zijn dan de CDE aangaf, maar dat deze verwachte collateral damage niet buiten het industriële complex zou reiken en dat er bij nacht alleen materiële schade zou zijn.’ De Nederlandse rodekaarthouder beoordeelde deze mogelijke schade als ‘niet buitensporig in verhouding tot het verwachte militaire voordeel’. 

Meer onderzoek 

De directeur Operatiën schreef in 2016 ook dat er ‘geen informatie is waaruit blijkt dat destijds (...) nader onderzoek gedaan had moeten worden’. De Amerikanen kwamen echter tot een andere conclusie, namelijk dat er in het vervolg ‘meer onderzoek moet worden gedaan naar doelen in dichtbevolkte gebieden met mogelijke secundaire explosies’. 

In het Amerikaanse onderzoek wordt geconcludeerd, net als later bij het OM, dat de aanval legitiem en proportioneel was, en dat de ‘buitengewone’ secundaire explosies in Hawija in geen verhouding stonden tot eerdere ervaringen met zulke doelen.

‘Hawija’ blijft Bijleveld en Rutte achtervolgen:

Anti-IS-coalitie onderschatte onbedoelde schade van luchtaanval op bommenfabriek Hawija

Kamer voegt nieuw materiaal toe aan wrange klucht rond burgerdoden Hawija

Waarom herinnert Rutte zich de tientallen burgerdoden uit Hawija niet?

Defensie sloeg nooit groot alarm over luchtaanval op Hawija

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden