Amerikaanse campagnesysteem is hard, maar werkt doelmatig

Er wordt vaak geklaagd dat de voorverkiezingen voor het Amerikaanse presidentschap de beste mensen buitenspel zetten. Volgens Frans Verhagen behoedt dit systeem het land feilloos voor verkiezing van een ongeschikte bewoner van het Witte Huis....

EIND januari gaan de Amerikanen weer van start met hun bizar ogende manier om presidenten te kiezen. Toch doen ze dat zo gek nog niet, gegeven hun politieke systeem. Uiteindelijk moeten ze iemand kiezen die ze nu nog maar nauwelijks kennen en waar ze vier jaar niet vanaf kunnen . Kortom, ze duiken in het diepe en stellen wel enige eisen aan degene die hen daartoe uitnodigt. Het mooie van het campagnesysteem is dat het ongeschikte en minder capabele lieden ontmaskert.

En dat de kiezers die dan naar huis kunnen sturen. Neem de campagne van 1988, toen George Bush sr. de vloer aanveegde met Michael Dukakis. Menig weldenkende Amerikaan was na acht jaar Reagan bereid om een eerlijke kans te geven aan Dukakis. Een weldenkende, rustige en beschaafde man die als gouverneur van Massachusetts zijn staat had omgevormd van een berg roest tot een centrum van high tech. Dukakis gold als een Nieuwe Democraat: bewogen en betrokken, maar rationeel en niet gevangen in het big government-denken. George Bush was voor veel mensen een whimp, een slappeling, die zijn ziel had verkocht aan Ronald Reagan en nog nooit was betrapt op eigen ideeën. Aan het eind van de campagne was duidelijk dat Dukakis niet geschikt was voor het presidentschap. Hij was overmoedig, arrogant, had zijn campagne niet onder controle, kon niet organiseren, niet debatteren, verdedigde zich halfslachtig als hij werd aangevallen, zag er niet presidentieel uit en gedroeg zich evenmin zo. Kortom, de opeenstapeling van indrukken tijdens de campagne maakte duidelijk dat hij vooral geen president moest worden. De Amerikanen kozen massaal voor Bush, niet uit liefde of overtuiging, maar op basis van gezond verstand. Het was een duidelijke keuze, gebaseerd op duidelijke motieven en op wat mensen het jaar daarvoor hadden gezien.

In het begin weet het land gewoon nog weinig van de kandidaten. Soms gaat het zelfs andersom: dan blijkt een onbekende ineens meer in huis te hebben dan iedereen dacht. Kijk naar Wendell Willkie in 1940 en Jimmy Carter in 1976. De keuze voor Reagan in 1980 was gebaseerd op de indruk die hij in de campagne maakte. Zo verrassen Bill Bradley en John McCain dit verkiezingsjaar.

Ontelbaar is het aantal kandidaten dat veelbelovend oogde, maar in de voorverkiezingen werd vermalen door eigen incompetentie of domheid. Phil Gramm, Gary Hart, John Glenn, Alan Cranson en nog tien onbekende anderen: allemaal capabele politici die dachten dat ze als president iets konden betekenen. U hoeft er geen traan om te laten. Een campagne is een test. Een vuile en harde test, maar wel een relevante. Deze heren waren niet geschikt.

Er wordt vaak over geklaagd: het Amerikaanse systeem zou de beste mensen buitenspel zetten en het zou de verkeerde eisen stellen. Dat is niet zo. Het is niet ideaal, maar het doet feilloos wat het moet doen: ongeschikte mensen uit het Witte Huis houden. Dat betekent niet dat wie er wél terechtkomt bij uitstek gekwalificeerd is, maar ja, niemand weet wat een president tot een succes maakt en dan is het zo gek nog niet je neer te leggen bij een systeem dat in elk geval dommeriken, luiaards, radicalen en gevaarlijke gekken buiten de deur houdt.

Ik wil maar zeggen: campagnes zijn nuttig. Ze zijn een mooie leerschool voor de grote-mensenwereld. Tijdens een campagne moet een kandidaat niet alleen zichzelf definiëren en vertrouwen winnen, hij moet ook laten zien dat hij een organisatie kan runnen, de juiste mensen kan aantrekken en financiers enthousiast kan maken. Kortom, hij moet tonen dat hij iets in zijn mars heeft.

Zelfs het geld is belangrijk. Want de vaardigheid om dat geld los te krijgen, maakt minstens twee dingen duidelijk. Ten eerste laat ze zien of de kandidaat een minimum aan steun heeft bij mensen die geld over hebben voor politiek. Het lijkt alsof dat alleen maar rijke en/of conservatieve politici bevoordeelt, maar dat is niet zo. Niet alle rijken zijn onverbeterlijk conservatief of hebzuchtig. Hollywood en Silicon Valley zijn bijvoorbeeld tamelijk progressief. Ook als het campagnesysteem hervormd zou worden, moeten kandidaten steun werven en ik denk dat de dynamiek niet fundamenteel verandert. Ten tweede vereist geld inzamelen een organisatie én een boodschap.

Geen boodschap, geen geld. Kijk maar naar Bradley, die op eigen kracht meer geld heeft ingezameld dan vice-president Gore. Geld smeert niet alleen, het selecteert ook.

Dat verklaart ook waarom al die vervelende vragen worden gesteld. De verschrikte reactie van Bush op de vraag naar zijn cokegebruik, liet zien hoe onvoorbereid hij was, na twee jaar treuzelen, op een campagne. Zijn vermeende gebrek aan kennis en diepgang zijn relevant. Maar ook zijn kennelijke bereidheid om snel te leren. Dat Al Gore voor 15duizend dollar per maand een adviseur heeft ingehuurd om hem zijn andere ik te laten ontdekken, vertelt iets over Gore's onzekerheid én over zijn dure campagne vol met zakkenvullers.

De meest futiele vragen zijn gerechtvaardigd, het porren is nuttig, en ook de weigering om te antwoorden vertelt wat. Zo heeft Bradley blijkbaar een grote mate van afscherming van zijn privéleven verworven. Campagnes zitten vol met incidenten en schijnbaar triviale ééndagsverhalen. Gelukkig maar. Crises in de campagnes geven de kandidaten de kans om te laten zien dat ze daarmee kunnen omgaan. Kunnen ze dat niet, dan brokkelt hun geloofwaardigheid gestaag af onder de genadeloze aanvallen van tegenstanders en pers. Dat kun je zielig vinden, maar in elk geval weet je dat de man niet geschikt is voor het ambt dat hij nastreeft. En daar gaat het allemaal om.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden