Amerikaan bleef Clinton trouw

ALS DE grondwet hem niet had gedwongen na twee termijnen het Witte Huis te verlaten, was Bill Clinton nu waarschijnlijk nog president....

Hij had gelogen ('I did not have sexual relations with that woman, Miss Lewinsky') en hij had beschamende details over zijn escapades moeten prijsgeven. Het meest prestigieuze ambt ter wereld was, volgens Clintons critici, bezoedeld. Je zou verwachten dat de Amerikanen hierna niets meer van hem wilden weten. Maar nee, slick Willie vertrok als een van de meest gewaardeerde presidenten van de afgelopen halve eeuw.

Het maakte het Amerikaanse publiek niet uit hoe betrouwbaar Clinton als echtgenoot was. Een meerderheid van het electoraat vond dat hij niet moest worden beoordeeld op zijn privé-leven maar op zijn prestaties als president. De drijfjacht van de Republikeinen en de hysterie van veel media hadden een averechts effect: ze versterkten de weerzin tegen de afbraak van Clinton.

Na de opwinding over talloze 'onthullingen' en de Republikeinse manoeuvres om Clinton zoveel mogelijk te beschadigen, bleef er maar één held over: de modale Amerikaanse kiezer, schrijft historicus Maarten van Rossem in de derde, herziene druk van De Verenigde Staten in de Twintigste Eeuw. 'Die heeft zich nooit iets aangetrokken van alle eindeloze schandalen en onderzoeken in Washington en daardoor de bijziende incrowd van deskundigen, journalisten op pijnlijke wijze te kijk gezet.'

Hoe kon Clinton overleven in die vijandige politieke cultuur? Van Rossem: dat had hij te danken aan de bloeiende economie, zijn politieke gevoel voor de 'modale, suburbane, gelovige, lichtelijk conservatieve Amerikaan' en aan zijn politiek adviseur Dick Morris. Clinton was geen liberal, maar presenteerde zich als vertegenwoordiger van middle America. Hij nam populaire programmapunten van de Republikeinen over en verdedigde tegelijkertijd oude Democratische waarden, zoals het behoud van de (naar West-Europese normen zeer bescheiden) verzorgingsstaat.

Samen met Morris, die hij al kende toen hij nog gouverneur was van Arkansas, had Clinton het idee ontwikkeld van de permanente campagne. Hij stemde zijn beleid af op opinieonderzoeken en mikte op de zwevende kiezers in het midden van het politieke spectrum. Van Rossem verdedigt deze aanpak tegen de kritiek dat van een president meer leiderschap mag worden verwacht. 'Dat is een mooi ideaal, maar waar de politieke ruimte ontbreekt kan nu eenmaal geen krachtdadige leiding worden gegeven.'

Was Clinton een groot president? Nee, zegt Van Rossem. Wel een briljant politicus. Clinton kreeg zijn Rooseveltian Moment niet, geen grote crisis die hem de gelegenheid bood zich te bewijzen. Bovendien was zijn macht beperkt door het Congres, dat een groot deel van zijn ambtsperiode in handen was van de Republikeinen.

Clintons kracht was zijn vermogen via de camera zijn (al dan niet oprechte) gevoelens over te brengen. Na een paar moeizame jaren - mislukken hervorming gezondheidszorg; Democratische nederlaag bij Congresverkiezingen van 1994 - was de bomaanslag in Oklahoma (1995) een keerpunt. Toen begon zijn comeback, omdat hij, stelt Van Rossem, overtuigend leiding wist te geven aan de nationale rouw.

Van Rossem, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, schrijft zoals hij spreekt: helder en zonder gewichtigheid. De grens tussen analyse en opinie negeert hij nogal eens. Soms is zijn woordkeus ronduit onacademisch ('totaal geschifte zaak', 'retorische poppenkast') en verdringt de columnist de wetenschapper van de pagina's. Zoals bij zijn beoordeling van de aanslagen van 11 september. Van Rossem vindt het 'niet verstandig' dat de Amerikaanse regering sprak van een oorlogsdaad, omdat daarmee volgens hem ten onrechte werd gesuggereerd dat de veiligheid en de soevereiniteit van de VS in het geding waren. Los van de vraag of hij gelijk heeft: hoort zo'n oordeel in een historisch 'handboek' thuis?

Terug naar Clinton: teleurstelling klinkt door in The Truth of Power van de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber. Het is een verslag van diens ontmoetingen met de president, die regelmatig vooraanstaande intellectuelen voor het diner uitnodigde om zich aan hun opvattingen en inzichten te laven. Barber, auteur van de beststeller Jihad vs. McWorld, was een van hen. Van de grote ideeën die bij deze sessies over tafel gingen, was weinig terug te vinden in Clintons beleid, constateert Barber verdrietig.

Eigenlijk gruwt Barber van de fixatie op de polls, maar net als Van Rossem neemt hij Clinton op dit punt in bescherming: het is beter te regeren aan de hand van peilingen dan zich door 'zelfbenoemde bewakers van de waarheid, zoals ik' te laten verleiden tot grootse visies waarvoor de steun van de bevolking ontbreekt.

The Truth of Power levert weinig nieuwe kennis over Clinton op. Het wordt ontsierd door het onvermogen van Barber te verbergen dat hij erg onder de indruk is van de nabijheid van de president. Hij illustreert het boek met foto's van zichzelf met de president en aan hem gerichte krabbeltjes van Clinton.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden