Amerika's Shakespeare

In zijn carrière won hij vier Pulitzers én een Nobelprijs voor de Literatuur: toneelschrijver Eugene O'Neill. Toch wordt hij in Nederland weinig opgevoerd, daar komt nu verandering in.

Van de pakweg vijftig stukken die Eugene Gladstone O'Neill (1888-1953) schreef, is er welgeteld één een komedie: Ah, Wilderness, uit 1933. En zelfs hierin gaat het over dronkenschap, prostitutie, wraak en onderdrukt verlangen. O'Neill was, om met regisseur Johan Doesburg te spreken, 'niet bepaald een lachebekje'. Wat niet wil zeggen dat hij geen humor had. 'Een buitengewoon aantrekkelijke vent', zo omschreef een journalist en tijdgenoot hem in 1922. 'Hij ziet de toekenning van de Pulitzer Prize voor Anna Christie als een grote grap. Ik heb het gevoel dat zijn talent de top nog lang niet heeft bereikt.'


Op zijn 34ste had O'Neill twee Pulitzers op zijn naam. Er zouden er nog twee volgen, plus de Nobelprijs voor de Literatuur - wat hem tot een van de meest gelauwerden in zijn vakgebied maakt. Hij introduceerde het psychologisch en sociaal realisme, bezigde als een van de eersten plaatselijke dialecten (niet altijd even authentiek, maar alla) en focuste op de minder bedeelden in de Amerikaanse samenleving. Was theater in de VS destijds vooral een kwestie van melodrama en farce, met O'Neill werd het een kunstvorm die esthetisch en intellectueel serieus kon worden genomen. Zeer serieus.


O'Neills stukken zijn grotendeels autobiografisch en verwijzen naar een leven dat werd gekenmerkt door chaos, schuldgevoel, (zelf-)destructie, drank, drugs, leugens, verlies, wanhoop en razernij - gepaard aan wroeging en een diepe behoefte aan mededogen en vergiffenis.


In Nederland wordt O'Neill niet heel veel opgevoerd, maar bij Ivo van Hove neemt hij een belangrijke plaats in en ook Johan Doesburg is fan. Die laatste komt als eerste met een O'Neill: morgen gaat in de Koninklijke Schouwburg Strange Interlude in première, een remake voor de grote zaal van de succesvolle kleinezaalvoorstelling die Doesburg tien jaar geleden maakte bij het Nationale Toneel, met, let wel: vier dezelfde acteurs in de belangrijkste rollen. Ariane Schluter is opnieuw Nina Leeds. Het centrale personage dat over een periode van 25 jaar, omringd door drie mannen (gespeeld door Mark Rietman, Jappe Claes en Dries Vanhegen), tegen de heersende mores in haar leven inricht.


Doesburg: 'O'Neill schetst hier een geëngageerde, zelfstandige, zeer aantrekkelijke vrouw. Geen femme fatale, maar iemand die haar eigen leven wil invullen. En dat in 1923, fascinerend! Zo kort na, bij wijze van spreken, de weemoedige zusters van Tsjechov. Zelfs nu is dat nog bijzonder, een vrouw die haar eigen wereld creëert. In 1932 is er in Amerika een film van gemaakt, die kwam Nederland niet in. Mocht niet: gezinsondermijnend, dat zou maar een slecht voorbeeld geven.'


'Ik zie Strange Interlude vooral als een tragikomedie, met ruimte voor relativering. Die komt tot leven in de talloze terzijdes, uitgesproken innerlijke overwegingen, waarbinnen ook weer wordt gelogen. Hierin zie je de verwarring, het zelfbedrog. Door die opzet worden zijn drama's weleens de bakermat van de soap genoemd, maar dat vind ik te makkelijk. O'Neill had een groot inzicht in menselijk handelen, net als Shakespeare, dat maakt hem aantrekkelijk om op te voeren. Maar nee, een lachebekje was hij niet. Zijn zware privéleven is in al zijn stukken gekropen.'


Ivo van Hove heeft in het Nederlands taalgebied vermoedelijk de meeste O'Neills op zijn naam staan. Samen met collega Luk Perceval zette hij de Amerikaan begin jaren negentig in Nederland op de kaart. Dit voorjaar brengt hij Strange Interlude in een gastregie bij de Münchner Kammerspiele, komend seizoen Lange dagreis naar de nacht bij zijn eigen Toneelgroep Amsterdam. Daar wordt ook Rouw siert Electra hernomen.


Van Hove: 'Ik noem hem altijd de Amerikaanse Shakespeare. Vele stukken zijn autobiografisch, alles klopt, er is niks verzonnen en toch is het grote toneelkunst. Hij weet de persoonlijkste geschiedenis tot een universeel verhaal te maken. Daarbij is hij er als een van de weinigen in geslaagd een groot oeuvre op te bouwen én in verschillende stijlen te schrijven. Van boerendrama's tot de zogenoemde zeestukken, schakelend van een naturalistische naar een expressionistische stijl. Hij is zo behendig!'


'En hij houdt van het graven in de diepste zielekrochten. In dat verband schrijft hij over 'realism of the soul', wat niet betekent dat je hem realistisch moet ensceneren, zoals het misverstand wil doen geloven. Het betekent puur dat hij zoekt naar het waarheidsgehalte van dat wat er in 's mensen ziel omgaat. Voor mij is hij de theaterauteur die daar op de persoonlijkste, universeelste en tegelijkertijd extreemste manier uiting aan geeft. Eens in de zoveel jaar word ik daarom naar hem toe gezogen.'


'Het publiek komt wel kijken, is mijn ervaring. Misschien omdat mijn acteurs de mensen alle hoeken van de zaal laten zien, heftig. Je hoeft niet te psychologiseren bij O'Neill. Alles wat zijn personages denken en voelen, zit in de tekst en de befaamde terzijdes. Dat moet je voluit spelen en in al zijn tegenspraak - 'ik hou van hem, ik hou niet van hem' - aanvaarden.'


Strange Interlude door het Nationale Toneel gaat zaterdag 9/3 in première in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag: nationaletoneel.nl. Voor de voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam, zie tga.nl.


Eugene O'Neill werd geboren in New York. Zijn vader James was een acteur die het land rondreisde met De Graaf van Monte Christo, een bij tijd en wijle zieltogende productie. Moeder Ella raakte morfineverslaafd na de bevalling van Eugene. Als jongeman leidde hij een zwervend bestaan, onder meer als handelaar, matroos, acteur in het gezelschap van zijn vader en journalist. In 1912 kreeg hij tuberculose en begon hij tijdens een gedwongen rust met het schrijven van eenakters, avondvullende stukken en gedichten, waarin hij teruggreep op gebeurtenissen uit zijn leven. Zijn oudere broer Jamie heeft zich uiteindelijk dood gedronken, zijn ouders stierven rap na elkaar, gebeurtenissen die bij Eugene diepe sporen nalieten. Volgens de overlevering waren zijn laatste woorden: 'Ik wist het. Ik wist het. Geboren in een hotelkamer en godsamme, gestorven in een hotelkamer.' Foto ANP


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden