Amerika's laatste slag in de Vietnam-oorlog

De Amerikaanse reacties op de dood van Pol Pot getuigen van een grenzeloos cynisme. Weinig landen dragen meer verantwoordelijkheid voor de genocide in Cambodja, dan de VS, stelt John Pilger....

IN DE DRIE JAAR en acht maanden dat Pol Pot en zijn bende aan de macht waren, hebben ze zeker anderhalf miljoen mensen vermoord. Recente ontdekkingen van massagraven door een team van de Universiteit van Yale doen vermoeden dat dit cijfer aan de lage kant is.

Het is te gemakkelijk en te gevaarlijk om alle wandaden toe te schrijven aan het beestachtige karakter van Pol Pot. De waarheid is dat honderdduizenden Cambodjanen nog geleefd zouden hebben en dat Pol Pot en de Rode Khmer nooit onze geschiedenisboeken zouden hebben gehaald als de Verenigde Staten hen niet aan de macht hadden geholpen en als de regeringen van de VS, Groot-Brittannië, China en Thailand hen niet voortdurend gesteund en bewapend hadden.

Wie goed kijkt, kan achter de bergen schedels, het gruwelijke symbool van de killing fields, de hoofden zien van hen die ver van de plekken des onheils en ten bate van hun eigen wereldpolitieke doeleinden medeplichtig zijn geweest aan Pol Pots misdaden.

Het was dus bijna pervers en een belediging voor ieder weldenkend mens, toen Henry Kissinger na de dood van Pol Pot beweerde dat Amerika en zeker de regering-Nixon geen enkele verantwoordelijkheid draagt voor de verschrikkingen in Cambodja.

Het is echter zonneklaar dat de nachtmerrie van Cambodja niet is begonnen in het Jaar Nul. Die begon aan de vooravond van de Amerikaanse invasie in het neutrale Cambodja in 1970, toen president Nixon zijn minister van Buitenlandse Zaken Kissinger te verstaan gaf: 'Als dit niet lukt, Henry, ben je de lul.' En of het lukte. De invasie fungeerde voor een kleine groep extremistische etnisch-nationalisten met maoïstische sympathieën als katalysator voor een revolutie die tot dan toe weinig steun genoot onder de Cambodjaanse bevolking.

Tussen 1969 en 1973 hebben Amerikaanse bommenwerpers misschien wel zo'n 750 duizend Cambodjaanse boeren gedood bij hun pogingen om alles wat ook maar enigszins op een Vietnamese basis leek, te vernietigen. Alleen al gedurende een periode van zes maanden in 1973 vielen er uit de B-52's meer bommen op Cambodja dan tijdens de hele Tweede Wereldoorlog op Japan.

Uit documenten die in 1987 door Washington zijn vrijgegeven, blijkt onmiskenbaar dat Pol Pot zonder deze Amerikaanse terreur nooit aan de macht gekomen zou zijn. 'Ze hebben de bombardementen tot het kernthema van hun propaganda gemaakt', rapporteerde de director of operations van de CIA op 2 mei 1973. 'Deze aanpak heeft ertoe geleid dat ze een groot aantal jongemannen hebben kunnen recruteren; onder vluchtelingen uit gebieden die door de B-52's bestookt zijn, hebben ze het meeste succes.'

Wat Kissinger en Nixon gezaaid hadden, werd door Pol Pot geoogst. Als de VS en China het gewild hadden, had er een einde kunnen komen aan het lijden van de Cambodjanen op het moment dat de Vietnamezen na jaren van Rode Khmer-terreur op hun eigen grondgebied eindelijk terugsloegen en het land in december 1979 bevrijdden van de Rode Khmer. Maar in januari 1980 begonnen de VS in het geheim de verbannen Pol Pot te steunen, onder meer via geheime fondsen voor zijn verslagen leger in Thailand.

De omvang van deze steun - 85 miljoen dollar tussen 1980 en 1986 - zou pas jaren na dato bekend worden. In november 1980 bracht Ray Cline, voormalig onderdirecteur van de CIA, een geheim bezoek aan Pol Pots hoofdkwartier in het oerwoud van Cambodja en bij die gelegenheid was er sprake van direct contact tussen het Witte Huis en de Rode Khmer.

Cline was op dat moment buitenland-adviseur van de pas gekozen president Ronald Reagan. Een jaar later waren er al zo'n vijftig functionarissen van de CIA en andere veiligheidsdiensten vanuit de Amerikaanse ambassade in Bangkok en langs de grens tussen Thailand en Cambodja actief betrokken bij Amerika's geheime oorlog tegen het door Vietnam bezette Cambodja.

De bedoeling van de Amerikanen was om China, de aartsvijand van de Sovjet-Unie en grote steunpilaar van Pol Pot, gunstig te stemmen en ook om de druk op Vietnam, het land dat hen zo vernederd had, op te voeren. Cambodja was Amerika's 'laatste slag in de Vietnam-oorlog', zoals een Amerikaanse functionaris het zei.

Twee Amerikaanse medewerkers van een hulporganisatie, Linda Mason en Roger Brown, zouden later schrijven: 'De regering van de VS stond erop dat de Rode Khmer-strijders voedsel kregen en het liefst onder auspiciën van een gerespecteerde internationale hulporganisatie.'

Dus stuurde het World Food Programme in 1980 onder druk van de VS voor twaalf miljoen dollar aan humanitaire hulpgoederen naar de Rode Khmer. Dat jaar reisde ik mee met een groot VN-konvooi van Thailand naar Cambodja en filmde de overdracht van de goederen door een VN-functionaris aan Rode Khmer-generaal Nam Phan, bijgenaamd 'de slager'. Er bestaat nauwelijks twijfel over dat zonder deze hulp en de voortdurende wapenleveranties van China via Thailand, de Rode Khmer langzaam zou zijn weggekwijnd.

Ook de Britse regering heeft haar steentje bijgedragen. De toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd verklaarde destijds: 'We hebben nog nooit en te nimmer de Rode Khmer gesteund en zullen dat ook nooit en te nimmer doen, op geen enkele manier.'

De waarheid is dat de Britse regering van 1979 tot 1982 vóór stemde als het ging om de vraag of Pol Pot de VN-zetel van Cambodja mocht bezetten. Bovendien had Groot-Brittannië er geen enkele moeite mee om deel te nemen aan vergaderingen van VN-organisaties waar ook vertegenwoordigers van Pol Pot aanwezig waren.

Het was duidelijk dat deze poppenkast niet eeuwig kon duren en daarom namen de VS en China, met steun van Groot-Brittannië, al spoedig het initiatief tot de oprichting van de zogenaamde Coalitie van de Democratische Regering van Kampuchea, die geen coalitie was, noch democratisch, noch een regering, en zich evenmin in Kampuchea bevond.

Het was wat men in kringen van de CIA een master illusion pleegt te noemen. De in ballingschap levende prins Norodom Sihanouk werd tot leider benoemd van deze 'coalitie'. Maar er veranderde niets. De twee 'niet-communistische' facties hadden niets in te brengen, terwijl de Rode Khmer, in de persoon van Thaoun Prasith (een persoonlijke vriend van Pol Pot) uit naam van Cambodja bleef spreken.

Als we de Amerikaanse bombardementen als de eerste fase van Cambodja's holocaust beschouwen en Pol Pots Jaar Nul als de tweede, dan is de manier waarop Amerika, zijn bondgenoten en China de VN hebben gebruikt als instrument om Cambodja te straffen - en daarmee Vietnam - de derde fase.

Terwijl Vietnamese troepen uit alle macht poogden om de terugkeer van de Rode Khmer naar Phnom Penh te voorkomen, besloten de VN tot een totale boycot van Cambodja, waarbij dit land zelfs uit de Wereldgezondheidsorganisatie werd gestoten.

Er was slechts één derdewereldland dat van de VN geen ontwikkelingshulp kreeg: Cambodja, waar na al die jaren van bombardementen en chaos nog geen enkel begin gemaakt was met de wederopbouw. De VS eisten een totale blokkade. Zelfs Cuba en de Sovjet-Unie werden niet zo hard aangepakt.

Intussen resideerde Pol Pot in alle rust in zijn hoofdkwartier in de buurt van de Thaise stad Trat, waar hij vergaderde met zijn politbureau van massamoordenaars, die allemaal het vege lijf hadden kunnen redden. Hij nam een nieuwe vrouw en hield seminars voor zijn kader en commandanten zonder dat hem een strobreed in de weg werd gelegd. Dit alles onder toeziend oog van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten.

De Britse steun aan Pol Pot was een van de best bewaarde geheimen van het Thatcher-tijdperk, ook al lichtte Thatcher zelf een tipje van de sluier op toen ze eens verklaarde 'dat het wenselijk zou zijn wanneer de meer gematigde krachten binnen de Rode Khmer deel zouden nemen aan een toekomstige regering'.

Ondertussen gaven instructeurs van de speciale commando-eenheid van het Britse leger (SAS) op verzoek van de Amerikanen aan soldaten van de Rode Khmer training in het leggen van mijnen, een specialiteit van de SAS. Het duurde nog tot 1991 voordat de Britse regering de geheime activiteiten van de SAS toegaf.

Mocht Pol Pot op zijn sterfbed de behoefte hebben gevoeld om zijn Westerse bondgenoten te bedanken, dan zou hij zeker gewag hebben gemaakt van het volstrekt onuitvoerbare VN-vredesplan dat in 1992 door Washington was bekokstoofd en werd doorgedrukt door de VS en China.

In dat plan werd de Rode Khmer - als een van de erkende 'strijdende partijen' - betrokken bij de VN-operatie. Het idee daarachter was dat ze veel te machtig waren om hen buiten het vredesproces te houden.

Later maakten de VN een draai van 180 graden en verklaarden dat dankzij het 'enorme succes' van het VN-ingrijpen de Rode Khmer 'nagenoeg van het toneel verdwenen' was. In 1993 bleek echter uit stafkaarten van diezelfde VN dat in de helft van het grondgebied van Cambodja de Rode Khmer er militair beter voor stond dan vóór de komst van de VN, twee jaar eerder.

Is het nu definitief afgelopen met de Rode Khmer? Ik betwijfel het. Een veel belangrijker vraag is echter: zullen die buitenlandse regeringen die het schrikbewind van Pol Pot in het geniep hebben gesteund, het land dat mede dankzij hen is verwoest nu eindelijk gaan helpen bij de wederopbouw?

John Pilger is journalist en schreef veelvuldig over de oorlog in Cambodja.

The Observer

Vertaling: Brigit Kooijman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden