Amerika is een door geld geregeerde plutocratie

Omdat de campagnes voor het presidentschap steeds duurder worden is de VS feitelijk een plutocratie geworden, een land geregeerd door geld....

AAN de vooravond van de race om het Amerikaanse presidentschap van het jaar 2000, waarbij meer geld dan ooit zal worden uitgegeven, moeten we onder ogen zien dat Amerika een plutocratie is geworden: een land geregeerd door geld, en die transformatie is waarschijnlijk niet meer terug te draaien.

Dat het nieuwe systeem niet ontvankelijk is voor hervormingen is een structureel gegeven. Het is het gevolg van een serie politieke beslissingen en gerechtelijke uitpraken over de regels voor en de financiering van politieke campagnes, die ervoor hebben gezorgd dat de verkiezingskosten slechts voor een handjevol particulieren op te brengen zijn.

Het campagnekapitaal moet je halen waar het grote geld is, dat wil zeggen bij de grote bedrijven en de lobby's van belangengroeperingen. Senator John McCain uit Arizona, zelf kandidaat voor de Republikeinse presidentsnominatie, omschreef het resultaat als 'niets minder dan het uitventen van macht, waarbij beide partijen hun uiterste best doen aan de macht te blijven, door het land te verkopen aan de hoogste bieder.'

De enorm hoge verkiezingskosten zijn het gevolg van het feit dat Amerikaanse politieke campagnes vrijwel volledig worden gevoerd via televisie- en radioreclames. Met dit systeem nemen de VS een unieke plaats in binnen de grote werelddemocratieën.

Dat etherreclame zo'n belangrijke rol speelt, en meestal gaat het om korte televisie- en radiospotjes, heeft volgens vrijwel iedereen geleid tot uitholling van de politieke discussie. Vrijwel alle campagnes worden beheerst door loze, zo niet opzettelijk misleidende of bedrieglijke slogans, aantijgingen en valse voorstellingen van zaken.

Daarmee zijn 's lands verkiezingen geworden tot een regelmatige, niet onaanzienlijke bron van inkomsten voor omroepmaatschappijen en reclamebedrijven. Elke politieke campagne levert dit soort bedrijven gigantische hoeveelheden geld van particulieren en overheid op. Zij hebben er, net als het hele campagne-apparaat van adviseurs, enquêteurs, fondsenwervers en publicisten - die het van de campagnes moeten hebben - duidelijk belang bij dat er niet al te veel verandert.

De gigantische hoeveelheden geld staan een succesvolle aanpak van het systeem in de weg. Politieke functionarissen, die het meest van het systeem profiteren, stemmen voor instandhouding, ook al zijn ze het er niet mee eens, omdat ze verandering van het systeem al helemaal niet zien zitten. In de Amerikaanse politiek wemelt het van de uitdagingen en de controverses, maar bij electorale-hervormingsvoorstellen blijft het probleem waar het eigenlijk om draait altijd buiten schot: betaalde campagne-reclame op radio en tv.

De journalistiek is ook onderdeel van het systeem. Haar rol in het geheel wordt steeds gecompliceerder door de overdreven aandacht in de verslaggeving voor de persoon achter de politicus en voor allerlei schandalen. De rol van de journalistiek wordt ook gecompliceerder door de niet te stuiten opkomst van mediagiganten als Disney, Fox, Time Warner en General Electric die eigenlijk uit zijn op het beïnvloeden van het overheidsbeleid, maar daarmee handelen in strijd met hun officiële opdracht: het verstrekken van onpartijdige informatie.

Een afdoende wettelijke beperking van de campagne-uitgaven is er nooit gekomen, en wel dankzij een rampzalige serie uitspraken van het Hooggerechtshof. In die uitspraken werd gesteld dat geld uitgeven om een functie inhet overheidsapparaat te verwerven onder de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting valt en dus niet aan banden gelegd kan worden.

Een verbod op campagnereclame via de ether zou ongetwijfeld onmiddellijk worden neergesabeld met een beroep op het First Amendment, het artikel in de Amerikaanse grondwet dat de vrijheid van meningsuiting regelt (al zou je je kunnen voorstellen dat het Congres wel wat voor zo'n verbod zou voelen).

Een van de bepalingen uit de Communications Act, een overheidswet uit 1934, luidde dat de omroeporganisaties de openbare ether gratis mochten gebruiken in ruil voor uitzendingen in het 'publieke belang'. Daarmee bedoelde men onder andere onbetaalde reportages over politieke campagnes en de behandeling van kwesties van openbaar belang. Maar die bepaling werd tijdens de regering-Reagan weer ingetrokken. Herinvoering van de bepaling is door het Congres tegengehouden en is vrijwel zeker politiek onhaalbaar.

Max Frenkel van The New York Times maakte onlangs nog melding van het proces dat Dennis Morrisseau uit Vermont, de berooide kandidaat voor het Congres uit de jaren zeventig, aanspande tegen het plaatselijke televisiestation en de Federal Communications Commission. Hij vond namelijk dat door de invloed van de televisie en de hoge kosten van de politieke reclamespotjes die via de openbare ether werden uitgezonden, een ongrondwettelijke financiële barrière voor toetreding tot het overheidsapparaat was ontstaan. De zaak werd echter niet ontvankelijk verklaard.

Er is alom kritiek op het systeem, maar toch lijkt er nog geen sprake van grote nationale onvrede, van een opstand tegen de overheersende rol van het geld in de Amerikaanse politiek. Veel Amerikanen realiseren zich waarschijnlijk niet dat er in andere landen op een heel andere manier politiek wordt bedreven en dat er zinnige alternatieven bestaan voor wat in de VS de gewoonste zaak van de wereld lijkt te zijn geworden.

Er is echter nog iets wat nog niet voldoende is doorgedrongen, maar waar je eigenlijk niet omheen kunt: zelfs al zouden de Amerikanen beseffen wat er is voorgevallen en al zouden ze de democratische funderingen van hun republiek willen herstellen, dan nog kunnen ze niets doen.

De inmiddels ingesleten interpretaties van de grondwet, de juridische precedenten en de rol die geld speelt in het hele wetgevingsproces: het zijn allemaal middelen waarmee op dit moment iedere fundamentele verandering kan worden tegengehouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.