Ambtenaar is geen klerk meer

De gespannen verhouding tussen ambtenaren en politiek los je niet op met nieuwe regels. Louis Meuleman en Martha van Velzen vinden dat we moeten erkennen dat de rolverdeling is veranderd....

LOUIS MEULEMAN; MARTHA VAN VELZEN

VOLGENS de Leidse hoogleraar U. Rosenthal gaat het niet goed met de politiek-ambtelijke communicatie (Forum, 26 november). Er is zelfs een politiek-ambtelijke 'kramp' ontstaan. Onlangs weet Rosenthal dit in NRC Handelsblad aan het feit dat de klassieke 'bevelshuishouding' in de samenleving vervangen is door een 'onderhandelingshuishouding'.

Dit laatste zal iedereen kunnen beamen. De politiek-ambtelijke communicatie zal zich dus knarsend moeten ontdoen van oude rituelen. Over wat er moet gebeuren, bestaat veel onzekerheid. Het oude systeem vertoont scheuren, en het nieuwe is er nog niet.

In zo'n overgangsfase is de neiging groot om je vast te klampen aan regels om het oude zeker te stellen. Hierin past het pleidooi van Rosenthal voor spelregels, voor een kader. Is dat niet een methode die past bij de oude verhoudingen? Bovendien kenmerkt het slechte huwelijk van ambtenaren en politici zich niet zozeer door bandeloosheid, maar door het ontbreken van een dialoog.

Centraal staat de vraag naar de kwaliteit en legitimiteit van het openbaar bestuur. Wat voor type overheid is het best toegerust voor het oplossen van de maatschappelijke problemen van deze tijd, en wat is hierbij de rolverdeling tussen politici, burgers en ambtenaren? Daarbij is essentieel dat het verbeteren van de relatie tussen politiek en ambtenaren niet los kan worden gezien van de relatie met de maatschappelijke vraagstukken. Anders gezegd: bij welke rolverdeling tussen politici en ambtenaren heeft de burger het meest baat?

Als je kijkt naar hoe de samenleving op dit moment functioneert, met zijn netwerkende en calculerende burgers en organisaties, dan is voor het openbaar bestuur vooral een verbindende rol weggelegd. De ambtenaar die zijn taak mag invullen als het ontwikkelen van creatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, zal daarvoor in de eerste plaats zinvolle verbindingen tot stand brengen tussen de verschillende arena's waarin de betrokkenen actief zijn: de maatschappelijke/externe arena, de ambtelijke/interne arena en de politieke arena.

Beleid maken is in deze tijd vooral het - in opdracht van de politiek bestuurder - organiseren van expertise en belangen, en het voorleggen van keuzen aan de politiek.

De gevolgen van een slecht georganiseerde beleidsvorming liggen voor het oprapen. Bij veel integrale, gebiedsgerichte projecten raakt de politieke arena te laat betrokken. Gevolg is dat een met alle partijen bereikte consensus door de volksvertegenwoordiging achteraf wordt genegeerd.

Soms gaan ambtenaren wel erg ver in het sluiten van deals met maatschappelijke groepen, zonder intern draagvlak binnen het eigen ministerie of breder binnen de rijksdienst. Dan is de interne arena slecht bediend en kunnen de afspraken niet goed tot uitvoering komen.

Klassiek - maar gelukkig steeds minder prominent - is de houding van de bureaucratie om zelf in gewijd isolement oplossingen te bedenken en deze achteraf aan maatschappelijke groepen en burgers voor inspraak en beroep voor te leggen. Zo'n houding ontzegt de overheid veel expertise die bij de externe arena aanwezig is.

De politiek - in casu de volksvertegenwoordiging - is toe aan een taakverbreding. De parlementaire eindcontrole moet zich meer richten op het democratisch gehalte van het beleidsvormingsproces. Daarnaast komt er meer aandacht voor sturing-met-visie. Dit is een ontwikkeling die zich bij alle politieke partijen aftekent. Besturen-in-terugblik is immers weinig inspirerend. Visie is bij uitstek een product van een dialoog. Daar heb je dus (gespreks)partners voor nodig, en een goede organisatie qua tijd, plaats en deelnemersveld.

Volksvertegenwoordigers kunnen best in een vroeg stadium van beleidsvorming actief meedenken over vraagstelling en oplossingen. Dit kan in de vorm van een openbare consultatie door de politiek bestuurder, waarin niet de standpunten, maar de visie en de expertise van Kamer-, Staten- of gemeenteraadsleden op tafel komen. Voor ambtenaren geldt dat het belangrijk is dat ze al hun expertise en creativiteit inzetten. Als ze daarbij door overleg met maatschappelijke groepen het aantal keuzemogelijkheden voor de politiek vergroten, verrijken ze het democratische proces.

Het politieke primaat staat niet op het spel in het nieuwe relatiepatroon dat aan het ontstaan is. In moderne ondernemingen zien we dat teamwerk harmonisch kan samengaan met formele hiërarchische verhoudingen. Dit kan binnen de overheid ook.

Wel dient er vertrouwen te zijn tussen ambtenaren en politici, en erkenning van elkaars rol.

We zijn het eens met Rosenthal dat de situatie om nieuwe impulsen vraagt. Maar niet in de vorm van nieuwe regels en strakke kaders. Het risico daarvan is dat ambtenaren, zoals Rosenthal waarschuwt, in hun schulp kruipen. Het is daarom goed dat nu bij tal van ministeries actief wordt gewerkt aan verbetering van de interactie met de burgers en met de politiek.

De roep om regels leidt tot indolentie en vasthouden aan het verleden, terwijl de tijd nu rijp is voor een dialoog over de toekomst van het openbaar bestuur en de rolverdeling tussen politici en ambtenaren.

A.A.M. Meuleman en M.A.M. van Velzen werken als projectdirecteur en senior organisatie-adviseur bij het projectbureau Pegasus van het ministerie van VROM.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden