Ambrose Akinmusire blaast je weg met zijn kraakhelder trompetgeluid

Hij is een van de toonaangevendste jazztrompettisten van nu. Ambrose Akinmusire speelt kraakhelder, maar schuwt het grommen, raspen en sputteren niet: adembenemend mooi.

'Door een paar valse noten te laten vallen, kun je misschien beter een gevoel van wanhoop of pijn uitdrukken.'Beeld Pierrick Guidou

De pianist zet met twee akkoorden een slepende blues in. De drummer tikt voorzichtig op zijn bekkens. De bassist wacht nog even voordat hij behoedzaam aan de snaren van zijn contrabas plukt. Alle ogen in de Montreux Jazz Club zijn nu gericht op die kleine man in het zwart met de trompet in zijn handen.

Ambrose Akinmusire zet zijn instrument tegen zijn mond en blaast een lange, melancholieke noot. Kraakhelder, zacht wegglijdend over de muzikale bedding van zijn ritmesectie, verdampt de noot langzaam. De blues die Akinmusire met zijn band heeft ingezet, duurt een minuut of tien. De trompetnoten gaan langzaam schuren. Alsof de lucht die Akinmusire door zijn instrument blaast, ergens halverwege wordt tegengehouden.

We horen de trompettist grommen, sputteren en raspen. De mooie ronde toon is verdwenen, het geluid uit zijn instrument klinkt vals en lelijk.

'Mooi lelijk', beschreef de trompettist het geluid een paar uur eerder. In de kleedkamer van het Montreux Jazz Festival zei hij afgelopen maandag: 'Je moet als muzikant niet bang zijn voor lelijkheid. Ik kan de mooiste tonen blazen, maar door een paar valse noten te laten vallen kun je misschien beter een gevoel van wanhoop of pijn uitdrukken.'

Tijdens het concert begrijp je wat hij bedoelt. Moment in between the Rest (To Curve an Ache) heet het bluesnummer waarin Akinmusire zijn grip op de muziek lijkt te verliezen en er uit zijn trompet alleen maar gepiep en gesputter komt. Maar de trompettist had gelijk, het werkt. Het is een adembenemend mooi stuk, een knaller in de set van het kwartet van Akinmusire.

Hetzelfde kwartet dat zondag ook zal optreden op het North Sea Jazz Festival en vorige maand de dubbel-cd A Rift in Decorum -- Live at the Village Vanguard uitbracht.

Eigen heldere toon

Een hoogtepunt in het oeuvre van Akinmusire (35) die de afgelopen tien jaar drie studio-albums uitbracht die zijn naam als een van de veelzijdigste en virtuoze trompettisten van zijn generatie steeds vetter onderstreepten.

Het was al vroeg duidelijk dat de in Oakland opgegroeide trompettist niet alleen technisch zeer onderlegd was, maar ook dat hij een eigen heldere ronde toon had ontwikkeld. 'Geen lange hoge uithalen of snelle notenreeksen waarmee veel trompettisten het publiek voor zich willen winnen.' Ook geen gebruik van een demper in zijn trompet, want daar kun je na Miles Davis toch ook geen nieuw geluid meer mee creëren.

Het zoeken naar iets nieuws is nu eenmaal inherent aan jazz en dat is precies waarom Akinmusire zo van die muziek houdt. Hij groeide op bij zijn moeder, zijn ouders waren gescheiden. 'Mama draaide de hele dag soul van Aretha Franklin. Mijn vader liet me de Nigeriaanse muziek horen waarmee hij in Lagoswas opgegroeid.' Allemaal mooi, maar, zo herinnert Akinmusire zich: 'Ik luisterde vooral naar rappers. Mijn eerste muzikale held was Snoop Dogg.'

Zijn liefde voor hiphop is nooit verdwenen. 'Net als jazz is dat muziek die altijd vooruit wil. Niet terugkijken, of blijven hangen in je comfortzone, maar op zoek gaan naar vernieuwing.'

Dat hij zich niet in hiphop maar jazz is gaan bekwamen, was vooral een kwestie van geluk en toeval. Het geluk was dat zijn moeder doodmoe werd van het ritmische gedreun op de muren, die de jonge Ambrose thuis als klankopwekker voor urenlange drumsessies had uitgekozen, en hem muzieklessen aanbood.

Het toeval wilde dat er op zijn school net gezocht werd naar muzikanten om het schoolorkest te verrijken. 'Ik moest wel een instrument hebben, het drummen was thuis te problematisch geworden. Een piano was te duur, dus koos ik voor een trompet. Een heel eenvoudig instrument, leek me. Drie knoppen slechts, hoe moeilijk kon dat zijn?'

Vreemdgangers

Trompettist Ambrose Akinmusire kan zijn muzikanten niet fulltime opeisen. Zelf speelt hij ook in andere bands. Bang dat zijn vaste drummer en jeugdvriend Justin Brown hem verlaat, is hij niet. Het was wel even passen en meten met de tourschema's. Ook Akinmusires pianist Sam Harris is veelgevraagd. Zo speelde hij vorig jaar een hoofdrol op het album Among Verticals van saxofonist Ben van Gelder. Zondag speelt Harris behalve met Akinmusire ook in de band van Van Gelder.

Volledig in de ban

Deksels moeilijk, zo ondervond de 12-jarige aspirantmuzikant. 'Een stuk ijzer tegen je mond dat op geen enkele manier meegeeft. Het was alleen al een kunst er geluid uit te krijgen, laat staan een mooie zuivere noot. Maar ik raakte volledig in de ban van dit instrument.'

Bovendien bleek hij over grote muzikale talenten te beschikken, die direct werden opgemerkt. Via school kwam de leergierige Akinmusire in contact met 'geweldige muzikanten en mentoren die me volledig in de jazz onderdompelden'. Alle klassieke jazz van Louis Armstrong, Charlie Parker, Miles Davis en John Coltrane absorbeerde hij. 'Ik hield meer van saxofonisten dan van trompettisten, waarschijnlijk omdat ik bang was dat ik nooit zo goed zou worden als Miles Davis of Lee Morgan.'

Het was een saxofonist, Steve Coleman, die eind jaren negentig de toen 17-jarige Akinmusire uit het college-circuit haalde en opnam in zijn eigen band. 'Coleman gaf me misschien wel de belangrijkste les uit mijn leven', herinnert de trompettist zich in Montreux. 'Eindeloos studeren en je bekwamen in je techniek is nutteloos, zei hij, als je geen concept in je hoofd hebt. Je moet precies weten wat de gedachte is achter de muziek die je wilt maken en je een zekere beperking opleggen. Dan hoef je niet alles meer te oefenen.'

Akinmusire zag bij Coleman wat hij bedoelde. Hij was even goed in freejazz als jazzrock en kon net zo goed uit de voeten met een groot orkest als in een klein ensemble.

'Ik kon in elke band de meest fantastische solo's spelen, maar dat gaf me geen voldoening. Het is ook een beetje een egokwestie. Er zijn muzikanten die floreren als ze hard worden toegejuicht, en die daar ook op inspelen. Ik niet. Ik sta op het podium omdat ik iets van mezelf kwijt moet. Dan doet het er eigenlijk niet toe wat de publieksreactie is. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, want ik speel natuurlijk wel om gehoord te worden.'

Maar niet tegen elke prijs, besloot Akinmusire al vroeg in zijn carrière. 'Ik ben kieskeurig, waardoor ik best lang in armoede heb geleefd. Jazzcompetities boden uitkomst. Maar elke keer als ik in een programmaboekje zie staan welke belangrijke prijzen ik heb gewonnen, voel ik geen trots, eerder schaamte.

'Ik deed alleen maar mee aan de Thelonious Monk International Jazz Competition om de geldprijs. Ik won in een jaar zo'n 20 duizend dollar aan prijzengeld. Daardoor kon ik mijn eigen platen financieren en hoefde ik niet op tournee met bands waarmee ik geen binding had. Van muziek een wedstrijd maken, is eigenlijk onzin.'

Blue Note

Ambrose Akinmusires eerste plaat onder eigen naam verscheen in 2008 en leverde vooral veel interesse op van grote platenmaatschappijen. Akinmusire tekende bij Blue Note, waar hij in 2011 het alom geprezen When the Heart Emerges Glistening uitbracht, drie jaar later gevolgd door het minstens zo goed aangeschreven The Imagined Savior is Far Easier to Paint.

Beide platen kenden een eigen concept. Voor de eerste componeerde Akinmusire stukken waarin twee blazers moesten domineren, de opvolger ging uit van een groot ensemble met strijkers en vocalisten.

'Ik ging de kant van gecomponeerde muziek op, omdat ik vind dat in de jazz te veel belang wordt gehecht aan soleren en improviseren. Je kunt in een gecomponeerd stuk ook ruimte geven aan improvisaties en jazz heeft zonder solo's ook bestaansrecht. Al zul je nooit helemaal zonder een van deze elementen kunnen.'

Voor zijn nieuwe plaat, het nu verschenen livedubbelalbum, schreef Akinmusire stukken met zijn drie bandleden in het achterhoofd. 'Ik speel al jaren met ze en ken drummer Justin Brown al vanaf de middelbare school. Ik vind dat we met z'n vieren tot een ongekend hoog niveau zijn gestegen. Dat wilde ik vastleggen, ook als een soort beloning voor de jongens.'

Het moest wel een livedocument worden, want de trompettist had even genoeg van het werken in de studio. 'Daarin kun je alles overdoen, bijwerken en oplappen. Ik gebruik een studio altijd als een extra instrument en wilde het nu zonder proberen.'

Akinmusire treedt op tijdens de 39e editie van het North Sea Jazz Festival, in 2014Beeld anp

Begin februari boekte Akinmusire daarom vijf dagen in de fameuze New Yorkse jazzclub Village Vanguard. Natuurlijk dacht hij meteen aan de in dezelfde zaal opgenomen klassiek geworden liveplaten van pianist Bill Evans (1961) en saxofonisten John Coltrane (1961) en Dexter Gordon (1977). 'Ik vond het ook een statement om juist dáár mijn liveplaat op te nemen. Het barst momenteel van het talent binnen de jazz, maar velen lopen tegen muren op. Ze hebben het gevoel niet door de gevestigde orde te worden geaccepteerd.

'Ik kan zelf ook slecht tegen de gedachte dat jazzmuziek vroeger beter of belangrijker was dan nu. Die babyboomers die altijd maar weer over John Coltrane beginnen. Tuurlijk, geweldige muziek hoor, maar moeten we dat allemaal blijven naspelen?'

Voor Akinmusire gaat het in jazz om het zoeken naar de juiste momenten. De geschiedschrijving mag dan keurig hebben vastgelegd dat de jazz zich ontwikkelde van Louis Armstrong en swing naar bebop en hardbop: de musici zelf waren daar toen echt niet mee bezig.

'Die speelden gewoon wat ze voelden dat ze moesten spelen, en gaven op exact het juiste moment alles. Als je dan van het podium komt, en je kunt je even niets meer herinneren van wat je gespeeld hebt, dan heb je het goed gedaan.

'Als ik straks het podium opstap, kijk ik naar mijn bandleden en weet ik dat we allemaal weer op zoek gaan naar dat ene moment. Dat willen we vangen. Je kunt de prachtigste partijen uitschrijven en instuderen of alle solo's van Miles Davis uit je hoofd leren. Wat je dan hebt is mooie muziek. De echte jazzmuzikant neemt daarmee geen genoegen, die wil dat ene magische moment pakken.'

Ambrose Akimusire Quartet. Yenisei, zondag 9/7, 20.00 uur.

Ambrose Akinmusire: A Rift in Decorum - Live at the Village Vanguard. Blue Note/Universal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden