Ambitieuze missie heeft kans van slagen

Onderzoek wijst uit dat van alle instrumenten die in crisisbeheersingsoperaties worden ingezet politietraining de minste resultaten oplevert. Vaak is er nauwelijks een effect, en als dit er is dan is het niet duurzaam. Ondanks de gebrekkige resultaten van politiemissies in het verleden, zijn er vijf lessen die moeten worden meegenomen om de kans op enig resultaat te vergroten. Het kernwoord hierbij is verankering.


Deze verankering moet haar beslag krijgen in een alomvattende strategie die zich richt op de gehele justitiële keten, van politie, openbare aanklagers, advocaten, rechters, het gevangeniswezen, tot en met het beleid dat in het nationale ministerie wordt bepaald.


Het probleem met de voorgestelde politiemissie is dat zij erg versplinterd is. Zo blijkt dat training van de politie plaatsvindt in verschillende operaties onder gezag van de EU, de NAVO en eventueel Duitsland. Het kabinet denkt dit gebrek aan coherentie op te lossen door liaisonofficieren mee te sturen. Het toverwoord lijkt hierbij complementariteit te zijn: de verschillende missies pakken ieder op hun eigen manier een deel van de justitiële keten aan, en op die manier zou uiteindelijk het geheel onder handen worden genomen. Uit het verleden blijkt echter dat afstemming en aansluiting tussen de verschillende onderdelen binnen één overkoepelende strategie noodzakelijk is. Aan Nederland de zware taak om een dergelijke alomvattende internationale strategie te stimuleren.


In het kabinetsbesluit ligt de nadruk op de voorkant van de keten, voornamelijk de politie, maar als niet de gehele keten loopt het justitiële proces van een verdachte in een later stadium alsnog fout. Een veel grotere nadruk van het kabinet op deze achterkant van de keten, naast de huidige financiële bijdrage aan een aantal ontwikkelingsprojecten voor justitiële instellingen, is dan ook gewenst.


Verder moet de training meer verankerd worden in een strategie om de hele politieorganisatie te hervormen. In het huidige voorstel ligt de nadruk te veel op training. De politie bestaat echter uit meer dan alleen personeel. Een volledige herstructurering en opbouw van het politieapparaat in Afghanistan en Kunduz is noodzakelijk. Ook van belang zijn onder meer de infrastructuur - de kantoren, de auto's, et cetera - de 'bedrijfscultuur' en het beleid. Een trainingsmissie is alleen effectief als de organisatie en de bedrijfscultuur ondersteunen wat in de training wordt geleerd.


Ten derde is een langetermijnaanpak cruciaal, en de training moet derhalve daarin worden verankerd. Met de voorgestelde missie van drie jaar zullen de Nederlandse politietrainers in Kunduz niet in staat zijn om duurzame veranderingen teweeg te brengen. Normaal duren dergelijke processen wel tien jaar. Het Nederlandse doel is bij te dragen aan de overgang naar een zelfstandig opererend Afghaans apparaat. Na het vertrek van de missie zal echter nog heel veel nazorg nodig zijn. Zo spreekt het kabinet nu over een bijdrage aan de salarissen van Afghaanse agenten voor de duur van de missie. Als dit echter na vertrek ophoudt, dwingt dit de Afghaanse agenten tot corruptie om te overleven, tenzij de Afghaanse staat een alternatieve inkomstenbron vindt om de salarissen te betalen. Ook moet worden gedacht aan terugkeertrainingen en moeten lokale instituties het werk na vertrek van de missie overnemen.


In de vierde plaats moet het respect voor mensenrechten in de training worden verankerd. In (post-) conflictgebieden zien agenten zich geconfronteerd met dilemma's waarin 'veiligheid' en 'mensenrechten' tegenover elkaar lijken te staan. Bij gewone politiemissies hebben civiele politietrainers vaak de neiging om samen met de lokale politieagenten de 'veiligheid' te benadrukken.


Deze neiging is nog veel sterker ontwikkeld bij militaire trainers en begeleiders. De meeste trainers voor de Afghaanse politie in het huidige kabinetsvoorstel zijn militairen. Het is dan ook belangrijk om mensenrechtenmonitors en trainers in een trainingsteam op te nemen, zodat zij de eenzijdige neiging richting 'veiligheid' kunnen beteugelen. Wanneer de politie de mensenrechten respecteert, vergroot dat de kans dat de bevolking wanneer zij een probleem ervaart daar ook daadwerkelijk mee naar de politie stapt.


Ten slotte moet de missie meer verankerd zijn in het Afghaanse maatschappelijk middenveld. Lokale maatschappelijke- en mensenrechtenorganisaties moeten worden geholpen om op goed bestuur en de uitvoering van justitiële taken toe te zien, zowel tijdens als na het vertrek van de trainers. Zij kunnen dienen als een extra controlerende macht die toeziet op naleving van mensenrechten. Het kabinet lijkt dit maatschappelijk middenveld over het hoofd te zien.


Het zal heel moeilijk zijn om een duurzaam effect op het functioneren van de rechtsstaat in Kunduz te bewerkstelligen. Om überhaupt een kans te maken, zal de operatie daarom de lessen uit het verleden moeten meenemen. Als dit niet gebeurt, valt te betwijfelen of de missie naast het Nederlandse belang ook het lokale Afghaanse belang, dient. Dat zou jammer zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden