Ambitieuze inktvis met omschakeltalent Dinsdagprofiel John Jorritsma

Rondom het Friese commissariaat van de koningin hangt een zweem van mythe en symboliek. Want ook al is de laatste Elfstedentocht alweer dik elf jaar geleden, de Friese commissaris associëren we nog steeds met bikkels op de Bonkevaart....

Bij de Friese CdK horen ook de grote namen uit de VVD – hofleverancier sinds 1945 (met een onderbreking tussen 1980 en 1992): Harry Linthorst Homan, Hedzer Rijpstra, Hans Wiegel, Loek Hermans, Ed Nijpels.

En dan is daar ineens John Jorritsma.

Tot voor kort was John Jorritsma directeur van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, de BOM. Daarvoor was hij burgemeester van de Brabantse fusiegemeente Cranendonck, daarvoor gemeentesecretaris in Sint Oedenrode en Loenen aan de Vecht. Hij was ook ambtenaar, en Statenlid in de Brabantse Staten. En nu is hij dus commissaris in Friesland, de plek waar hij 51 jaar geleden werd geboren en woonde tot hij zes jaar was. In Bolsward, één van de elf.

Nee, geen beroemde naam, geeft Geart Benedictus toe, voorzitter van de vertrouwenscommissie die unaniem voor Jorritsma koos. ‘Wij Friezen durven anders te kiezen. Geen grote naam, maar iemand die zijn sporen heeft verdiend.’

De portretten van zijn legendarische voorgangers aan de muur in het provinciehuis maken Jorritsma allerminst zenuwachtig. Wel trots. Hij mag dan geen beroemde naam hebben, hij heeft wel iets anders, iets dat zijn voorgangers niet hadden. ‘Ik ben een Fries’, zegt hij gedecideerd in het programma Faktor Freed op Omrop Fryslân. ‘Zij niet.’

Wat betekent dat? De plek waar je geboren bent blijft bij je, zegt hij. Eens een Fries, altijd een Fries. Of je er nou hikke en tein bent of niet: geboren en getogen. Misschien werd hij daarom wel nooit een echte Cranendoncker, zoals Karel Boonen zegt, die daar gemeentesecretaris was toen Jorritsma er burgemeester was. ‘Hij hoorde er nooit helemaal bij. Door zijn zakelijke uitstraling, en doordat hij er te kort is gebleven.’

De kleine John groeide op in een katholiek gezin in het verzuilde Bolsward, als vierde van vijf kinderen. Vader Hans Jorritsma, een Bolswarder, werkte in Leeuwarden bij het ministerie van Volkshuisvesting en Wederopbouw. Moeder Vronny van de Berg hield het gezin draaiende. Zij kwam uit Exmorra, waar haar vader smid was. De commissaris koestert nog altijd een paar Friese doorlopers met opa’s initialen erop.

In Bolsward had de kleine John zijn eerste tv-optreden, met andere kinderen langs de route tijdens de legendarische Elfstedentocht van 1963. Stampend op het ijs, om te laten zien hoe sterk het was. Laatst vond hij nog een oud rapport van de jongensschool, waarin de meester had geschreven: ‘We zullen het nog eens met Sjonnie proberen.’

John was vrij rustig, vertelt zijn oudste broer Peter. ‘Hij stond nooit op de voorgrond, maar als hem iets gevraagd werd, had hij altijd een antwoord klaar.’

Hij was een kind van zijn tijd: lang haar, een Puch. Nooit problemen, geen lastige puber. Wel was hij als kind al ambitieus. Het kwam hem niet altijd aanwaaien, maar hij zette door, zegt zijn broer. En hij was een zakenmannetje. ‘Dat zat er altijd al in. Hij was gek op monopoly, dat speelde hij vaak. En dan wilde hij altijd de bank zijn.’

In de Bolswarder tijd spraken de Jorritsma’s stadsfries, een dialect tussen Nederlands en het officiële geef-Frysk in. Hoewel vader en moeder echte Friezen waren, hielden ze hun kinderen altijd voor: je moet straks ook de wereld in. En ze stimuleerden hun vier zoons en een dochter te gaan studeren wat ze wilden. De oudste drie belandden in het onderwijs; de jongste twee gingen het bedrijfsleven in. John studeerde publiek recht aan de Utrechtse bestuursacademie en volgde opleidingen in onder meer management en bestuurlijk leiderschap.

Het gezin Jorritsma was bijzonder hecht. Nog steeds, ook nu vader en moeder er niet meer zijn. Toen zijn voordracht bekend werd, was de eerste reactie bij broers en zus: wat jammer dat pa en ma dit niet meer meemaken.

Ondanks de warme herinneringen keert Jorritsma niet terug naar Bolsward. Dat moet je niet doen, vindt hij: teruggaan naar waar je vandaan komt. Tot de woning in Maarheeze is verkocht, verblijft hij in een appartement in Leeuwarden.

Het niet bijster opvallende kind groeide uit tot een buitengewoon charmante, ambitieuze, dossiervretende onderhandelaar, zeggen bekenden. Een verbinder die precies weet wat hij wil en hoe hij het moet krijgen. Zint het hem niet? Berg je dan maar. ‘Hij is erg charmant, maar als het moet kan hij wreed zijn’, zegt Richard L’Ami, hoofd investeringsbevordering bij de BOM. ‘Hij zit overal bovenop, als een inktvis met allemaal zuignapjes.’

Alles gaat om het behalen van resultaten. Harde besluiten schuwt hij niet. Liever een slecht besluit dan geen besluit, is zijn devies. Wie de zaak niet dient, irriteert hem, en wie hem irriteert, snoert hij de mond. ‘Wie niet waagt, blijft altijd maagd’, zei hij vaak, herinnert Karel Boonen zich.

Jorritsma waagt en bleef zeker geen maagd; hij zette projecten op die nog lang effect zullen hebben. Het DIC bijvoorbeeld, het Duurzaam Industriepark Cranendonck, dat hij als burgemeester ontwikkelde om de regio minder economisch kwetsbaar te maken. Voor die tijd was Cranendonck erg afhankelijk van twee grote werkgevers. Doodlink, zag Jorritsma. Ook begon hij een groot saneringsproject om zwaar vervuilende zinkresten op te ruimen. In zijn BOM-tijd zette hij ontwikkelingsmaatschappijtjes op om het platteland te versterken, dat ernstig was aangetast door de varkenspestcrisis.

Hij mag dan hard zijn in zijn beslissingen, in de omgang is hij opvallend aardig en belangstellend, en hij brengt mensen nader tot elkaar. Hij nodigde alle Friese Statenfracties uit om kennis te maken. ‘Ik hoorde tijdens die gesprekken dingen van collega’s die ik in al mijn jaren in de Staten nog nooit gehoord had’, zegt CDA-voorman Ad van der Ham.

De balans tussen zakelijk en meelevend uitte zich in 2002 toen een 11-jarige jongen uit Cranendonck overleed aan nekkramp, waarna spoedvaccinaties volgden. Burgemeester Jorritsma coördineerde, organiseerde en kalmeerde. ‘Op zo’n moment houd je het hoofd koel, er is geen ruimte voor angst’, zei hij in de Volkskrant. ‘Maar ’s avonds kom je met bibberende handen thuis.’ Jorritsma bezocht de ouders van het kind, de helft van een eeneiige tweeling. ‘De jongen die rondliep, was het evenbeeld van de jongen die lag opgebaard. Op zo’n moment ben je echt even geen keiharde manager.’

Intimi kenden Jorritsma’s doortastendheid en omschakeltalent al langer. Zijn vader overleed tien jaar geleden onverwacht, terwijl hij bij John op bezoek was in Maarheeze. ‘John moest toen onder emotionele omstandigheden razendsnel moeilijke beslissingen nemen’, zegt broer Peter. ‘Dat deed hij voortreffelijk.’

Ook toen moeder Jorritsma ernstig ziek werd, was het John die hospices afbelde op zoek naar een plekje. ‘Binnen een paar uur was alles geregeld. Op zo’n moment kan hij zijn emoties even uitzetten. Dat is heel knap.’

Dat hij graag het roer in handen heeft, blijkt letterlijk, tijdens een voorlichting op zee over de werkzaamheden van de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij, de KNRM. Wil de commissaris misschien een stukje sturen? Hij twijfelt geen moment. De bemanning instrueert via een koptelefoon. Na een voorzichtig begin zet de CdK de snelheid erop. De opvarenden houden zich goed vast. Een flinke golf slaat het dek op.

‘Een 7,5’, glundert Jorritsma even later als hij de Arie Visser aan land heeft gebracht. Dat cijfer gaf de kapitein hem voor zijn vaardebuut. Leuk? ‘Een jongensdroom’, grijnst hij.

Het enthousiasme typeert de manier waarop de commissaris leeft en zijn nieuwe functie oppakt. John Jorritsma geniet. Van zijn familie, zijn huis in Frankrijk, van praten met mensen ‘van de brugwachter tot de premier’ en stiekem ook van het decorum. Eind juli wordt hij in ambtskostuum rondgereden door het centrum van Joure, tijdens de jaarlijkse Boerebrulloft. ‘Op een sjees, toch?’, vraagt hij zijn woordvoerster. Ze knikt. En weer die jongensachtige grijns. ‘Oooh, súper!’

Hij is ijdel en schaamt zich er niet voor. Henk Oderkerk, directeur van de Brabants-Zeeuwse werkgeversorganisatie BZW, moest lachen om de foto in de Leeuwarder Courant – met opgeheven vinger. ‘Dat vingertje typeert hem. John hoort zichzelf graag praten.’ Als kind barstte hij al van het zelfvertrouwen, zegt Peter Jorritsma.

En ja, bij zijn ambt hoort nu eenmaal aanzien. Als burgemeester hoste hij nooit mee met carnaval. Want wie ’s avonds je drinkmaat is, komt de volgende dag bij je om een bouwvergunning. Wie zijn ambtsketen een ketting noemde, corrigeerde hij. Tuinieren in korte broek kon eigenlijk ook niet, vond hij. ‘Die gebondenheid was hij een beetje zat’, herinnert Karel Boonen zich. ‘Daarom was ik wel een beetje verbaasd over deze carrièremove, want als CdK heb je dat natuurlijk ook.’

Jorritsma’s sterke punten zijn ook zijn mogelijke valkuilen. Want een beetje polderen hoort wel bij zo’n functie. Hij moet zich niet gaan vervelen, want dan is hij vertrokken, voorspelt Karel Boonen. ‘Zijn burgemeesterstermijn maakte hij ook niet vol. Als de Friezen willen dat hij blijft, moeten ze hem vooral aan het werk zetten.’

De verwachtingen zijn hooggespannen. ‘Over twee jaar weet iedereen wie hij is’, zegt CDA’er Van der Ham. ‘Niet omdat hij elke dag in de krant staat, maar omdat hij grootse dingen voor Friesland doet.’

John Jorritsma is een zondagskind, verklapt broer Peter. ‘En volgens mij is hij ook nog met de helm op geboren. Dubbel geluk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden