Ambities voor beroepsonderwijs ademen sfeer van vervlogen tijden

Politici richten alle pijlen op de ambachtscholen van weleer, maar wie het huidige mbo-stelsel inruilt voor die nostalgische variant, zet een stap terug....

Wim Streumer

De politieke partijen hebben hun ambities voor het onderwijs op papier gezet. De verwachtingen zijn hooggespannen. Nederland moet weer tot de top-5 van landen met het beste onderwijs gaan behoren. De motie van Mariëtte Hamer (PvdA) met deze strekking werd bijna Kamerbreed omarmd. Het ‘investeren in talent’ heeft – absolute – topprioriteit. En dat is terecht. Elke euro die wordt besteed aan onderwijs (mbo) verdient zich immers dik terug. De ambities voor het middelbaar beroepsonderwijs ademen echter de sfeer van vervlogen tijden: vakcolleges, vakwerkscholen en ambachtscholen worden in bijna elk programma genoemd. Ook de roep om bredere theoretische mbo-programma’s past in de sfeer van ‘die goede oude tijd’.

Klagen over het onderwijs is van alle tijden. Vanzelfsprekend is elke (zeer) zwakke opleiding er een te veel en moeten we de uitvoeringsproblemen in het mbo oplossen. Maar laten we vooral ook oog houden voor de verdiensten van het huidige mbo-stelsel, voordat we het vanuit nostalgisch oogpunt inruilen voor een ‘ouderwetse’ variant. Met nostalgie verleiden we jongeren niet om voor innovatieve techniek of zorg te kiezen, met nostalgie houden we geen bedrijven overeind. Met nostalgie kom je niet in de top-5 van de wereld!

Geen enkel onderwijssoort in ons stelsel kent zo’n heterogene deelnemersgroep als het mbo. Het is de verdienste van het mbo dat ‘wat’ je moet kennen en kunnen om het diploma te behalen, landelijk vaststaat. Het maakt niet uit of je jong, oud, nieuwkomer, herintreder, havist bent, of je voltijd of duaal in Doetinchem of Den Helder, publiek of privaat bent opgeleid: je ontvangt een landelijk herkend en erkend diploma dat berust op een uitgebalanceerde mix van theorie en praktijk.

Het lijkt alsof ‘vakscholen’ iets nieuws toevoegen, maar het leren in de praktijk is nu ook al dagelijkse kost voor mbo-deelnemers. Nederland telt maar liefst 200 duizend mbo-leerbedrijven. Eén op de twee bedrijven is een stagebedrijf. Leerlingen brengen zo’n 45 procent van de opleidingstijd door in een leerbedrijf, voor duaal opgeleide leerlingen is dat zelfs meer dan 75 procent. En dat percentage neemt nog toe. Daarbij letten de kenniscentra scherp op of de werkzaamheden aansluiten bij het niveau van de opleiding en of de stagiair goed wordt begeleid door het bedrijf. Deze inspanningen illustreren dat beroepsonderwijs zowel van de overheid als van het bedrijfsleven is. In de partijprogramma’s wordt deze investering gemakshalve nog weleens over het hoofd gezien.

Voor het beschrijven van de mbo-beroepen wordt degelijk arbeidsmarktonderzoek gedaan. Trends en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in beroepen vinden een vertaling in de mbo-opleiding. De werkgevers hebben een belangrijke stem bij het vaststellen van de beroepseisen. Het pleidooi van enkele partijen voor minder en bredere opleidingen in het mbo zal bij deze werkgevers met gemengde gevoelens ontvangen worden. Sluiten deze ‘bredere’ opleidingen nog wel aan bij de werkzaamheden in ons bedrijf? Wil ik nog wel stagiaires als ik ze zelf zo veel beroepsvaardigheden moet bijbrengen? Het succes van het stelsel rust immers voor een belangrijk deel op de betrokkenheid van bedrijven.

De perspectieven op de arbeidsmarkt van de mbo-schoolverlaters zijn over het algemeen goed. Zo’n 85 procent van de gediplomeerden heeft binnen drie maanden al een baan die aansluit bij de opleiding, en 63 procent zelfs binnen een maand. Twee van de drie mbo-gediplomeerden komt in dienst van het stagebedrijf. Dit toont bij uitstek aan dat bedrijven en overheidsinstellingen vertrouwen hebben in het mbo-diploma. Nederland kent de laagste jeugdwerkloosheid van Europa.

Dat het mbo een mooie opstap is naar het hbo blijkt uit het feit dat in de economisch-administratieve richting zo’n 55 procent van de gediplomeerden op niveau 4-mbo de overstap naar het hbo zet, al dan niet via een tussenstap in de vorm van de associate degree. De mbo’ers doorlopen het hbo zelfs sneller dan de havisten.

Deelnemers en bedrijven willen eigentijds beroepsonderwijs dat opleidt voor vandaag, morgen en overmorgen. De arbeidsmarkt van morgen vraagt flexibiliteit, ondernemerschap en leergierigheid van werknemers; alleen dan komt een plaats in de top-5 binnen handbereik. Het onderwijs zal hen hiervoor goed moeten toerusten. Het van stal halen van ‘smalle’ vakscholen en ‘brede’ theoretische opleidingen is te simpel en getuigt van misplaatste nostalgie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden