Alzheimerproeven van weinig nut

Nieuws in verband met de ziekte van Alzheimer, de belangrijkste vorm van ouderdomsdementie, heeft tegenwoordig een bijna even grote attentiewaarde als nieuws over aids....

Maar artsen en patiënten hebben maar weinig aan het scala aan nieuwe methoden dat de laatste jaren is ontwikkeld om de ziekte te diagnostiseren. Die variëren van CT-scans en MRI-beeldvorming tot pupilverwijdingstests.

Het nut hiervan is zeer beperkt, betogen dr. W. van Gool en prof. dr. H. van Crevel van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 19 oktober, omdat de diagnose al met grote zekerheid op klinische gronden - dus zonder hersenonderzoek - kan worden gesteld.

Sinds begin jaren tachtig richtlijnen tot stand kwamen voor de klinische diagnose van Alzheimer, blijkt dat bij het volgen van die richtlijnen 80 tot 85 procent van de diagnoses juist is, dat wil zeggen: na overlijden van de patiënt door hersenonderzoek worden bevestigd. Nieuwe Alzheimer-tests zullen daaraan weinig kunnen verbeteren, aldus Van Gool en Van Crevel. De nieuwe tests zijn alleen nuttig voor onderzoek naar de ziekte, of wanneer de therapie erdoor gestuurd kan worden. Dat laatste is nog niet het geval, omdat de ziekte van Alzheimer nog immer onbehandelbaar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden