Alwetende arts kan beter adviseur worden

Patiënten zijn steeds beter geïnformeerd, mede door internet. Artsen blijven ondertussen doen alsof ze lid zijn van een geheim genootschap....

Ivan Wolffers

Er bestaat een gespannen verhouding tussen objectieve informatie, belangen en onafhankelijkheid binnen de geneeskunde. Kennis die anderen niet hebben is het kapitaal van mensen die met hun hoofd werken. Vinden we het niet volkomen normaal als iemand die geld heeft dat voor zichzelf houdt? Kennis delen, betekent dat je er niet meer het exclusieve alleenrecht op hebt en er dus inkomen door verliest. Op de markt van gezondheid is de genezer gebaat bij onwetendheid van de gebruiker van de zorg. De mondige patiënt is voor veel artsen niet de meest populaire patiënt. Een mondige patiënt vraagt meer en is niet altijd tevreden met het eerste het beste antwoord.

De meerkennis van de deskundige wordt geritualiseerd via het gebruik van woorden die buitenstaanders niet begrijpen. Zo is de dokterstaal -een mengeling van Latijnse, Griekse en Engelse woorden -die meer termen bevat dan het woordenboek der Nederlandse taal, vastgelegd in medische woordenboeken, die bij elke editie verder uitdijen. Er bestaat een woordenboek met medische afkortingen dat meer dan 13 duizend afkortingen bevat. Voor sommige begrippen zijn tachtig synoniemen ontwikkeld .

Veel woorden zijn bedoeld om onzekerheid of onwetendheid te verhullen. Analyses van het taalgebruik van artsen tonen aan dat het veelal gebaseerd is op vaagheden, vermijdingen of onbegrijpelijke termen. De gevaarlijkste situatie voor een professie is wanneer de kennis van de klant (patiënt) groter is dan die van de verkoper (arts). De categorie kennis van de patiënt moet dus onschadelijk gemaakt worden. Wat moet hij met mensen die naar het spreekuur komen met uitdraaien van het internet? Een gemiddelde arts heeft geen tijd om, zoals een patiënt, heel veel over een klacht te lezen. Dan is het maar het beste te zeggen dat er veel onzin op het internet staat. Toen ik in 1976 met mijn dagelijkse columns in de Volkskrant begon, waren er veel artsen die klaagden dat dergelijke voorlichting de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt ondermijnde. Ze bedoelden te zeggen dat het vertrouwen van de patiënt in de almacht van de arts mogelijk zou verminderen en dat hij dus meer zou moeten uitleggen en verantwoorden.

Toch is er inmiddels een nieuw soort patiënt ontstaan: de geëmancipeerde, geïnformeerde gebruiker van de zorg, die in staat is verantwoorde keuzen te maken op de markt van gezondheid. Dat heeft tot gevolg dat er behoefte is aan een nieuw soort arts. In september 1999 bracht het British Medical Jo u r n a l een speciaal themanummer uit onder de titel It takes two. In het marktmodel, waarbij de gebruiker van de zorg steeds meer iemand is die bewust moet kiezen tussen zorgpakketten, behandelingen en risicoprofielen, is de arts niet meer degene die voor onze gezondheid zorgt, maar zijn wij zelf de manager van onze gezondheid. De arts is in de nieuwe relatie onze eerste consultant, iemand die ons de gegevens verschaft om een goede keuze te maken.

Kan de arts dat? Is hij er op voorbereid? Is de arts in staat zich te ontworstelen aan de belangenverstrengeling die in de loop der tijd is ontstaan, de relatie met de makers van geneesmiddelen?

De farmaceutische industrie is al lang niet meer alleen producent van geneesmiddelen. Het gaat in toenemende mate om bedrijven die ziektebeelden verkopen, de wetenschappelijke ontwikkelingen op dat gebied domineren, daar ook de informatie op allerlei niveaus over verzorgen en uiteindelijk ook die medicijnen leveren.

Het begint met de marketing van een probleem. Daarbij worden wetenschappers van naam gekocht. Die zetten zich niet alleen in voor het onderwijs aan collega-artsen over het zo onderschatte probleem, ze gaan ook op verzoek van de producenten van geneesmiddelen naar belangrijke congressen om daar vragen te stellen bij belangrijke bijeenkomsten, die suggereren dat er opzienbarende nieuwe ontwikkelingen zijn die geen enkele arts wil missen.

De artsen die overtuigd moeten worden, worden meestal gesponsord als ze dergelijke congressen bezoeken. Ze worden ook betrokken bij onderzoeken naar de nieuwe medicijnen. Het protocol is al ontwikkeld. We weten inmiddels dat gesponsord onderzoek een vertekend beeld geeft. Omdat tegelijkertijd de overheid zich terugtrekt wat betreft het financieren van onderzoek naar geneesmiddelen, blijkt er heel veel gesponsord onderzoek te zijn en maar weinig onafhankelijk onderzoek. Evidence-based medicine is daardoor te vaak vooral gebaseerd op het onderzoek dat de makers van medicijnen wilden, het is veel minder gebaseerd op vragen die bij gebruikers van de zorg leven.

Ik geloof in de mondige patiënt en ik geloof dat de medische wetenschap veel belangrijks te melden heeft. En ik geloof in de arts als goede raadgever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden