Altijd zelf achter het stuur

Met Yeké Yeké verwierf de Guinese zanger Mory Kanté zich grote bekendheid. Hij mengde de pure klanken van zijn geboortedorp met westerse invloeden....

'Le griot électrique' noemden ze hem vroeger wel eens, en ook soms een 'enfant terrible'. De Guinese zanger en multi-instrumentalist Mory Kanté, die binnenkort voor een aantal concerten naar Nederland komt, experimenteerde in het begin van zijn carrière met een elektrisch versterkte kora en andere westerse elementen, waarmee hij de muziek van de West-Afrikaanse troubadours wilde moderniseren, en dat viel thuis niet bij iedereen in goede aarde.

Maar zijn vorig jaar verschenen cd, Sabou, die zijn ideaal het dichtst benadert, is bijna volledig gemaakt met akoestische, traditionele instrumenten.

Kanté (1950) kampt met hetzelfde dilemma als veel andere musici van zijn continent: hoever moet je gaan in het sluiten van compromissen om succes te boeken in het Westen? Onder invloed van de funk van de door hem zeer bewonderde James Brown scoorde hij in 1987 een wereldhit met Yéké Yéké en werd daarmee de eerste Afrikaanse artiest die meer dan een miljoen singles verkocht. Maar in de jaren daarna werden zijn pogingen om die klapper te evenaren steeds krampachtiger: disco-elementen, overvloedig synthesizergebruik en glossy producties lengden zijn stijl te veel aan.

'Ik heb zelf altijd achter het stuur gezeten', benadrukt hij echter. 'Ook al zette iemand anders de banden op de auto. Ik was altijd de componist en arrangeur, niemand dwong me ergens toe.' En zijn antwoord aan de puristen die authenticiteit eisen is: 'Als je pure klanken wilt, moet je naar mijn geboortedorp gaan en luisteren. Je mag niet eens iets opnemen, want zodra je opnamen maakt, verandert de muziek al; je kunt ze terughoren en aanpassen. Maar ik wou niet in mijn dorp blijven, en ik kon het niet meenemen, dus moet je accepteren dat er interculturele communicatie ontstaat.'

Kanté trok eerst naar Mali, waar hij een tijd lang zanger van de beroemde Rail Band was, vervolgens naar Ivoorkust en uiteindelijk naar Parijs, waar zijn internationale doorbraak begon. Wat hij al die tijd wel meenam, was zijn status als griot. 'Een griot is een verteller, geschiedschrijver, journalist, spiritueel, sociaal en cultureel raadgever, hij kent zijn streek, de oorsprong en de plaats van alle mensen. Hij moet wijs en waarachtig zijn, want de mensen luisteren naar hem.

'Een van de dingen die ik waarnam als griot is dat mijn land onafhankelijk werd. Na de dekolonisatie moesten we ons bewijzen als zelfstandige natie, onafhankelijk contact zoeken met de rest van de wereld, trots zijn op onze identiteit.' Het dreef hem ertoe zijn werk toegankelijk te maken voor een breed buitenlands publiek, en zijn ideaal was daarbij een echte synthese. 'Je hebt traditionele muziek, en je hebt mensen die die naspelen met westerse instrumenten. Ik wilde geen van beide, het was mijn bedoeling om iets eigentijds te maken met onze eigen middelen, met de kora, de balafon, de n'goni, om te bewijzen dat die even expressief en veelzijdig zijn als de harp, de marimba of de gitaar, die ervan afgeleid zijn.'

Want als je maar diep genoeg graaft in de zwarte muziek kom je altijd bij Afrika uit, volgens Kanté. 'Mensen zeggen wel eens dat ik reggae in mijn stukken verwerk, of blues. Maar het is andersom, die ritmes komen van bij ons. De blues is de muziek van de savanne. Wij hebben al eeuwenlang rappers.'

Het heeft een tijd geduurd voor de versmelting die hem voor ogen stond werkelijkheid werd met Sabou, een indrukwekkende plaat, uiterst complex maar toch direct en meeslepend. 'De wereld was er niet klaar voor, en ikzelf ook niet. Je moet mensen eerst langzaam laten wennen aan Mory Kanté, aan Guinee. En het is enorm moeilijk om de harmonieën en timbres te verwezenlijken die ik in mijn hoofd hoorde, zonder strijkers of keyboards te gebruiken. Afrikaanse instrumenten produceren korte tonen. Als je dan toch lang aangehouden noten wilt, moet je de klanken combineren in een heleboel lagen, zodat ze elkaar aanvullen. Het is net als een tekening inkleuren: als je bepaalde tinten niet hebt, moet je mengen, tot ze ontstaan.'

Daar werkte Kanté thuis aan, in zijn eigen studio in Parijs, achter de computer met Pro Tools software, net zo lang tot hij alle elementen op hun plaats had gekregen. Omdat hij het beste wist hoe de muziek in elkaar stak speelde hij daarna bijna alle partijen zelf in: die van de balafon, de kora - waarop hij jazzy, percussieve lijnen speelt, geïnspireerd door de balafon, zijn eerste instrument - de gitaar, de bas, en een flink arsenaal aan percussie. Het resultaat is even beeldend als de manier waarop hij erover praat.

'Je bouwt een huis. Het ritme is de fundering en bepaalt de structuur. De melodie en de akkoorden zijn de kamers, waarvan de proporties in evenwicht moeten zijn: niet te groot, niet te klein. De teksten zijn de inrichting.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden