Altijd voor het eten thuis

Door Peter BrusseBob van der Linden was jarenlang de grote man van het theater Carré. Hij durfde het aan om de musicaI Cats op te voeren en zette cabaretier Youp van ’t Hek in de wachtkamer....

Peter Brusse

Bob van der Linden, op 4 maart op 75-jarige leeftijd overleden, was jarenlang directeur van het Koninklijk Theater Carré. In 1987, bij het eeuwfeest van Carré, verklaarden velen hem voor gek toen hij de musical Cats durfde op te voeren. Hij schreef er theatergeschiedenis mee en bewees dat Nederland wel degelijk rijp was voor de grote, miljoenen kostende musicalproducties met sterren die in het Nederlands zingen.

Onder zijn leiding begon de gewaagde verbouwing, en hij bleef rustig en bedaard toen werd gevreesd dat met het slopen van de muren en het krakend toneel ook de ziel van Carré zou verdwijnen. Om het bijgeloof in de theaterwereld kon hij hartelijk lachen. Toen hij vond dat de gemeente, eigenaar van Carré, het dak moest vernieuwen bedacht hij een list. Hij zette emmertjes onder het ‘lekkende dak’. Er kwam zelfs een foto in de krant. Toen de wethouder van cultuur Ernst Bakker boos en verschrikt opbelde, antwoordde de secretaresse ook nog dat de directeur midden in een persconferentie zat. Niets van waar, maar er kwam geld en de vriendschap tussen directeur en wethouder werd er alleen maar hechter van. De grote sterren van Toon Hermans tot Freek de Jonge en Youp van ’t Hek liepen met hem weg, het personeel sprak over ‘paps’, maar voor het grote publiek bleef hij onzichtbaar, ook al verwelkomde hij elke avond persoonlijk zijn gasten aan de deur. Hij was opmerkelijk bescheiden, zelfs vrienden van de bridgeclub wisten niet dat hij directeur van Carré was geweest.

Bob van der Linden werd in Amsterdam geboren, zijn ouders hadden een was- en strijkinrichting aan de rand van de Jordaan. Op aanraden van zijn vader werd hij boekhouder. In 1962 kwam hij bij Carré. ‘Van negen tot vijf. Ik was er voor de cijfertjes, daarmee uit.’ Pas een jaar later zag Bob zijn eerste voorstelling. Hij lette op ieder detail, tot aan de handdoeken op de wc. Toen een kassière werd bedreigd, ging hij zelf een week achter de kassa zitten om iedereen gerust te stellen. Hij lette op de centen, en toonde glunderend de bos elastiekjes die hij van de postbode had gekregen: ‘Vijftig cent bespaard.’ Hij was beminnelijk, maar duidelijk. Beroemd is het verhaal dat hij Youp van ’t Hek ondanks diens triomfen in de Kleine Komedie nog niet goed genoeg vond voor Carré: ‘Wacht nog een paar jaar, dan is het perfect.’ En zo gebeurde. Bob kon vaak met een grap laten weten wat hij van iets vond. Toen twee lunchdames, die dagelijks stiekem de overgebleven etenswaren mee naar huis namen, in de piste gingen kijken stond er plotseling een grommende poema achter hen. Ze renden naar de directeur en zeiden het nooit meer te zullen doen. Maar het was geen grap, de poema was ontsnapt.

Het circus was Bobs grote liefde, het traditionele Kerstcircus heeft hij in ere hersteld. Hij hield van zijn gezelligheid, genoot van zijn gezin en kwam altijd vóór de voorstelling thuis eten. Hij organiseerde graag verrassingstochten, voor de kinderen en later voor de commissarissen die nooit wisten waar de jaarvergadering werd gehouden. Hij stopte de heren in een bus of trein en bracht hen naar een oude fabriek aan de Roer of naar de stallen bij Zürich waar Circus Knie zijn dieren huisde. Geen opperstalmeester die dat verbeterde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden