ALTIJD VERLANGEN NAAR DE THUISKOMST

Natuurlijk hoopt iedereen één keer in zijn leven in een museum het Auden-geluk te beleven: een schilderij zien, en de indrukken ontvouwen zich meteen in gedachten die vanzelf de taal vinden voor wat gezien en in één ogenblik doorzien is....

Het geluk overkwam ook mij weer niet. En toch was ook Brueghel de schilder. Misschien was ik te goed voorbereid. Onbevangen was ik in elk geval niet. Toch verrast. Daar werd in het Kunsthistorisches Museum in Wenen ineens Jagers in de sneeuw zichtbaar. Ik kwam vanuit een zij-ingang - vanuit de kabinet-zalen - en ik kon alleen maar dát schilderij zien. Gedachten ontvouwden zich niet, ik had helemaal geen taal. Ik was alleen maar verbijsterd. Honderden reprodukties heb ik ervan gezien; ik heb altijd - ijdel - gezworen dat deze Brueghel het mooiste schilderij van onze kunst is. Ik kreeg geen gelijk. Het was nog mooier.

Terugkeer van de jagers heet het ook. Dat vind ik een mooiere titel. Het roodgloeiende herfstschilderij, dat ook deel uitmaakt van de 'maanden-serie', heet De terugkeer van de kudde - het vee gaat op stal. De winter kan komen. Is De val van Icarus eigenlijk niet De terugkeer van Icarus? Alle reprodukties bleken bedrog. Altijd is de sneeuw daarop helder wit, nog witter door de zware grijze lucht boven het landschap. Maar het wit blijkt te delen in het avondgrijs van de lucht; het is schemerwit. Het schilderij wordt daardoor veel meer een totaal. Het is van de naderende avond en daardoor ook van de naderende nachtkou doortrokken. De jagers keren terug naar de geborgenheid, vanuit de schaarste van de natuur naar de volheid van de bewoonde wereld. En schaars is de natuur. De hele buit is één haas. De jagers lopen zwaar, ze dalen af, de sneeuw is hoog en ze zijn moe. Het schilderij verloopt van dichtbij, de jagers lopen op de voorgrond, naar de verte. En hoe diep ligt die verte. Die diepte wordt op geniale wijze bereikt: de ene vogel in de lucht. En in het berglandschap in de verte zien we de kale wereld waar de jagers vandaan komen, want het dal zal omringd zijn door bergen.

Terugkeer van de jagers. Ik denk dat die titel voor mij het wezenlijke van het schilderij weergeeft: terugkeer van natuur naar cultuur, van verlatenheid naar gemeenschap en vooral: geborgenheid, naar de bewoonde wereld, naar huis. Terugkeer van arbeid naar rust ook. De wereld aan de voeten van de jagers ligt er bijna zondags bij, onbezorgd ook, - al die spelenden op het ijs. Het maakt hun vermoeidheid nog groter.

Het indrukwekkende is dat de alles beheersende schemer en de zich daarin aankondigende avond de verbeelde wereld nog beslotener maakt. De wereld wordt het huis, liggend in de stilte. Ik weet het zeker: om die stilte, die ik nu staande tegenover het schilderij pas in alle intensiteit ervaar, is het mij altijd begonnen geweest. De stilte van het wachten. Op het wijken van de winter. En met mijn gedachten buiten de lijst wordt die wachtende wereld een beeld van het bestaan. Alles verlangt, zoals de jagers moeten verlangen. Altijd wenkt de vervulling in de verte. Ik sta een klein kwartier in de stilte, zelfs niet afgeleid door een schilderes, die de zoveelste slechte reproduktie staat te maken. De sneeuw is weer wasmiddelachtig wit en het schilderij splitst zich op in tegendelen.

Ik heb bij dat eerste bezoek niet veel meer gezien. Ik had een eindpunt bereikt. Maar dat had ik een half uur eerder ook gedacht. Ik trof een kruisigingstriptiek van Van der Weyden. God, wat een droefenis. Maar het meest fascineerden mij de blauwe engelen, zwevend boven de Calvarieberg. Als rouw-engelen uit de hemel gezonden? Doodsengelen misschien. Engelen zijn altijd lichtgestalten; hier, op dat donkerste uur dat het negende is, lijken ze uitgedoofd. Ze ontvangen geen licht meer. Ook de hemel rouwt.

Het waren te fraaie gedachten. Een kenner vertelde mij later, dat een van de negen engelenkoren altijd in blauw wordt afgebeeld. Maar dat wist ik nog niet, toen ik doorliep. Die grote blauwe vlinders achtervolgden me. En het lijden. Het werd bijna nog intenser bij de Bewening van Christus door Geertgen tot Sint Jans; op de achtergrond wordt de Calvarieberg onttakeld, de moordenaar begraven, het leven gaat door.

Op de voorgrond ligt het lijk van Christus, omringd door zeven treurenden en niet begrijpenden. Alles lijdt. Auden had gelijk. De wat zwaarmoedige portretten kunnen het ook bewijzen. Er hing een grote ernst in die zalen en zaaltjes vol Nederlansdse middeleeuwse schilderijen. Ik voelde mij thuis.

Waarom ga je in een buitenlands museum altijd eerst naar de Nederlandse schilderkunst? Op een van de heetste dagen van de afgelopen zomer beleefde ik zeer gelukkige uren in de zalen vol Nederlandse meesters in het Louvre. En de sensatie toen ik in de Uffizi in Florence ineens voor Van der Goes en Van der Weyden stond, zal ik niet gauw vergeten. Er kwam een paar zalen verder nog een heel ingetogen vervolg op: een vrouwenportret van Joos van Cleve, met die geloken ogen die geen vertoon zoeken. In de vreemde ga je pas naar jezelf verlangen en krijg je behoefte die weer even te ontdekken. Om de thuiskomst, daar gaat het om.

Drie dagen later ben ik nog even teruggegaan naar de Brueghel-zaal. De jagers waren nog geen stap verder gekomen, in hun bevroren wereld. Ik liep nog even terug: de blauwe engelen beheersten nog altijd de dode hemel. En Jezus was bij Geertgen tot Sint Jans nog steeds niet begraven. Ik ging verder en kwam in een grote zaal die Rubens helemaal voor zijn rekening had genomen. Ik was in het buitenland.

In de hal van het museum brandden, als overal in Wenen, de de luchters met hun kristallen tranen. Want van zwaarmoedigheid weten ze daar ook alles. En van melancholie nog meer. Want sinds 1918 is men nooit meer thuis geweest. Behalve in kerken en grafkelders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.