Altijd slapen, nooit meer opstaan

Column Remco Campert

Laatst betrapte ik me bij het ontwaken op de gedachte 'wéér een dag' en dit moedeloos in mezelf uitgesproken. De neiging om de dekens over me heen te trekken was sterk. Altijd slapen, nooit meer opstaan. Hoeveel dagen van steeds opnieuw beginnen had ik niet achter de rug. Het weer was al weken somber, donkere wolken, regen. Ik ben er gevoelig voor.

Gelukkig is degene die ik liefheb een bevallige bonk energie, die verhindert dat ik de hele dag in bed blijf. Eenmaal uit bed neemt de gedachte 'wéér een dag' blijmoedige vormen aan. Godzijdank wéér een dag.

Wat gaan wij doen met deze nieuwe dag? Als ik dit schrijf moet 2015 nog beginnen. Dus als u dit leest, is de dag waarop ik dit schreef een oude dag. Een oude dag waarop de rampspoeden van de wereld me niet met rust laten. Die overheersten in de jaaroverzichten van kranten, radio en televisie. We moesten het allemaal nog een keer meemaken.

Al die doden wegen zwaar. Dood hoort bij het leven, zegt men, maar ik vind het nog altijd moeilijk te accepteren. Gerrit Kouwenaar dood, en ik besef des te meer dat ik de enige overlevende ben van mijn dichtersgeneratie, de Vijftigers. Al die hemelbestormers rusten nu in de aarde. Ze leven voort in hun woorden, maar wie leest er nog poëzie? Ik ken er niet veel in mijn omgeving.

Voor ik deze nieuwe oude dag verdwaal in een mist van melancholie eerst maar een gedicht van mezelf (een versje, zou Kouwenaar gezegd hebben):

Niemand liet zich zien die dag

de stad was angstig stil

blijf maar binnen kind

buiten is het niet pluis

bouw van je meccanodoos een veilig huis.

Overvalwagens spookten door de stad

Blonde gehelmde soldaten trapten deuren in

Het was een kwade lente

En daar is die vervloekte oorlog weer, die me mijn vader kostte. Nu ik oud ben en der dagen nog net niet zat, doemt die oorlog steeds meer op. Eerst beleefde ik hem in Den Haag, daarna was ik ondergebracht bij een pleeggezin in Epe. Een van de zussen was verloofd met een W.A.'er. Na Dolle Dinsdag vluchtte hij naar Duitsland. Zijn uniform bleef dreigend in de kast hangen. De zus kreeg bij de bevrijding omgang met een Canadees. Wie herinnert zich nog de regels 'Trees heeft een Canadees, samen in de jeep en dan vol gas'?

In Four Quartets (Uitgeverij Faber and Faber) schrijft T.S. Eliot:

Go, go, go, said the bird: human kind

Cannot bear very much reality.

Time past and time future

What might have been and what has been

Point to one end, which is always present.

Eliot bedoelde daar misschien God mee. Ik denk eerder de dood. De dood is mijn god.

Ondanks dat: Gelukkig 2015, lezer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.