Altijd pijntjes na de training, maar Peking moet nog net lukken

Bang is Dicky Palyama (27) voor niemand. Ook niet voor de badmintontopper Dan Lin. Mogelijk treft hij de beoogde kampioen uit China in de derde ronde van de WK die vandaag in Anaheim beginnen....

Aan het einde van het gesprek staat Dicky Palyama op en grijpt naar zijn rug. Maak je geen zorgen, zegt hij. 'Dat heb ik vaker als ik zwaar aan het trainen ben. Het is nu even doorbikkelen. Dan voel ik overal pijntjes.'

De zesvoudige Nederlandse badmintonkampioen is wel wat gewend. 'Het is begonnen in 2003, de aanloop naar de Spelen. Ik trainde ontzettend hard. Toen kwamen de blessures. Daarvoor heb ik nooit ergens last van gehad. Het heeft me mijn knie gekost, mijn rug, mijn achillespees.

'Ik had pijnstillers nodig om normaal te kunnen functioneren. Als ik wakker werd, moest ik rollend mijn bed uit. Gewoon opstaan was er niet bij. Maar ja, al dat pijn lijden wordt beloond. De resultaten maken alles goed.'

Athene haalde hij ondanks al die extra inspanningen niet, net zoals hij Sydney in 2000 misliep. Dus richt Palyama zich op de volgende Spelen, in 2008 in China. 'Dan ben ik 30 en is het wel afgelopen, denk ik. Vergeet niet dat ik er al vanaf mijn vijftiende bij ben. Toen ging ik als jongste mee met de selectie. Peking moet nog net lukken.'

Maar eerst zijn er vanaf maandag de WK in Anaheim, Californië. Palyama is er met een goed gevoel heengereisd. 'Ik ben benieuwd wat ons te wachten staat. Het is voor het eerst dat een dergelijk groot toernooi in de VS wordt gehouden. Het lijkt me wel spannend.

Palyama, als veertiende geplaatst,

zal in elk geval twee ronden moeten overleven om zijn status waar te maken. Dan zit hij bij de beste zestien. 'In de eerste ronde speel ik tegen Shoji Sato, de nummer 1 van Japan. Dat wordt pittig. Gaat dat goed, dan krijg ik een Tsjech of een Zweed. Dat moet op papier te doen zijn.

'Mijn doel is in de kwartfinales te komen. Dat wordt niet eenvoudig, want als ik de derde ronde bereik, sta ik tegenover de hoogstgeplaatste speler, Dan Lin uit China. Ach, om wereldkampioen te worden, moet ik ook de beste verslaan.

'Ik kijk dan maar naar mijn lijstje tegen olympisch kampioen Taufik Hidayat uit Indonesië. Van hem heb ik nooit verloren. Ik heb laten zien dat ik iedereen kan verslaan.'

Aziatische spelers en speelsters zijn de smaakmakers op de internationale podia. 'De lenigheid speelt een belangrijke rol', zegt Palyama. Ook in het tafeltennis vormen ze de wereldtop. Vreemd genoeg zijn ze in tennis, op een enkele

uitzondering na, veel minder bedreven.

Denemarken is de grootmacht in Europa. Palyama heeft er vanaf zijn twintigste drie jaar gewoond. 'De eerste zes maanden waren een hel. Ik had heimwee. Maar ik ben blij dat ik bleef. Ik ben veel zelfstandiger geworden, ik heb er veel geleerd. Vooral van die fantastische mentaliteit van de Denen.'

Veel badmintontoppers uit Azië zijn uitgezworven over de hele wereld, sommigen hebben voor een bestaan in Nederland gekozen, zoals Mia Audina (Indonesië) en Yao Jie (China).

De zilveren medaille die Audina vorig jaar in Athene veroverde, leidde tot een heuse hype in Nederland. Vroeger moest Palyama met de vrouwen trainen, bij gebrek aan andere sparringpartners. Of diende hij buitenlanders te zoeken om tegen te oefenen. 'Ik denk dat Audina in een serieus partijtje tegen mij drie punten zou maken. Meer niet.'

Tegenwoordig is Eric Pang, de andere Nederlandse WK-deelnemer in het enkelspel die Palyama's niveau benadert, zijn vaste maatje. Want getraind wordt er elke dag.

Scoren bij de WK of over drie jaar in Peking zou prachtig zijn voor de speler van BC Amersfoort. Mooier nog is naar zijn gevoel het winnen van de Indonesian Open in september. 'Om in Jakarta voor al die Javanen als Molukker te presteren, dat is een droom.'

Palyama's ouders komen van Ambon, hij is in Gouda geboren en opgegroeid. Maar niet in 'de wijk', zoals hij de Molukse gemeenschap omschrijft. 'Mijn vader en moeder kozen ervoor tussen de Nederlanders te wonen. Toch zal ik nooit vergeten waar ik vandaan kom.'

Palyama senior coachte zijn zoon tot die 18 was. Het gezin was groot, Dicky heeft vier oudere zussen. Twee van hen hebben in de horeca gewerkt en dus zal hij ook die weg opgaan. Een eigen loungezaak lijkt hem wel wat. Hij is een fervente lounger. 'Na een week keihard trainen is het heerlijk op die manier even te relaxen.'

Rotterdam is zijn uitvalsbasis. Maar uitgaan doet hij in Vak Zuid, onder de tribunes van het Olympisch Stadion van Amsterdam. De eigenaar is een bekende van hem. 'Jezelf leuk aankleden, lekker kletsen, een beetje dansen, wat eten en gezien worden, dat is loungen.' Het betekent letterlijk luieren. Daar heeft Dicky Palyama nu voorlopig even geen tijd voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden