Column

Altijd oppassen met oudere dames die je gouden bergen beloven

Ik mocht Mieke zeggen.

Beeld Thinkstock / Digital Vision

Pieter Waterdrinker - een begeerlijker schrijversnaam ken ik niet, zeker als je graag zuipt, al staat er wel een 'i' teveel in, 'Peter' is pittiger, en nu we toch aan het finetunen zijn: een abstracte achternaam klinkt zeker internationaal veel beter, denk bijvoorbeeld aan 'Buwalda'.

Doet niks af aan Poubelle, Waterdrinkers recente baksteen. Ik lees dat boek. Over de alinea's hangt een Russische grandeur, een on-Nederlandse gekte die voor een rotvaart zorgt, en die verweven is met Waterdrinkers toon. Net als zijn humor, trouwens, wat leuker is dan wanneer de grappen er bovenop liggen als plakken banaan op een ijsje bij de Turk.

Tot nu toe lees ik over ene Wessel Stols die bladzijden lang op allerlei exotische locaties een meesterwerk probeert te schrijven. Hij komt alleen tot prut. Maar dan verschaft hij zich toegang tot de schrijfkamer van Anton Tsjechov. En verdomd, de geest van de meester wordt hem vaardig, in één bevlogen nacht schrijft hij aan Tsjechovs bureau nog meer prut!

Wanneer Stols dronken van het scheppen in Tsjechovs bed ligt, stommelt de overrijpe conservatrice de kamer in, haren los, vers geparfumeerd, en vast van plan de huur te innen. Arschloch, gilt ze hem na wanneer Stols de plaat poetst, ik roep de milities, ik zeg ze dat je het museum bent binnengedrongen om me te verkrachten!

Ja, dacht ik ernstig, zo kan het heus wel gaan, hoor, je weet het nooit, je moet als jonge man altijd oppassen met oudere dames die je gouden bergen beloven. Zelf stond ik een keer te praten met Mieke Vestdijk-Van der Hoeven, de weduwe van mijn favoriete Nederlandse schrijver. Plotseling vroeg ze: 'Wil je een keer komen logeren in Doorn? Dan mag je slapen in Simons werkkamer.'

Je moet niet altijd overal wat achter zoeken. Niet alle oude dames zijn hetzelfde. Het was een vriendelijk aanbod, gedaan aan een liefhebber van haar mans boeken. Ze zag er bovendien totaal niet uit als Patricia Paay, ik noem maar iemand - wat ook wel weer jammer was, toch.

Voor de vorm dacht ik even na, en zei: 'Ja. Dat lijkt me een heel goed idee, Mieke. Mag ik Mieke zeggen?'

Mocht.

Thuis bladerde ik toch een tikje in de bonen door mijn Victor Slingeland-trilogie, waarin Adri Duprez voorkomt, naar verluidt een portret van euh, nou ja, Mieke dus, toen ze 17 was. Fraai proza. Wat een schrijver, ook - terecht nog veel gelezen op alle scholen. Ik begon er nu serieus zin in te krijgen! Misschien kon ik net als die vent in Poubelle 's nachts, aan Simon Vestdijks bureau, aus einem Guss, een kutverhaal schrijven!

Stofzuiger aan, en gaan!

Feromonen maken de man dom, dat is wetenschap. Ik was vergeten Miekes nummer te vragen. Dus stuurde ik haar zoon, Dick, een berichtje via Facebook.

Slapen bij mijn moeder? Op de kamer van mijn vader? Jij?

Zo zei hij het niet, eerlijk is eerlijk, maar ergens, diep tussen de regels van zijn matte, wat afhoudende antwoord, beluisterde ik zulks.

Dick vertrouwde mij niet.

Of kende hij zijn moeder te goed?

Het is er in ieder geval nooit van gekomen, wat ik betreur, maar misschien, je weet het nooit, heb ik vanavond alsnog mijn favoriete weduwe aan de telefoon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden