Altijd op zoek naar ruimtelijkheid

Het is volkomen onduidelijk waarom in Utrecht het 'Rietveldjaar 2010' is uitgeroepen. Maar een tentoonstelling in het Centraal Museum verrast: de mythe wordt terzijde geschoven.

Hilde de Haan

Rietvelds universum


* * * *


De tentoonstelling is als een echte Rietveld: open en helder.


Utrecht Weinig Nederlandse architecten zijn zo beroemd als Gerrit Rietveld (1888-1964). Zijn rood-blauwe stoel is het meest nagemaakte meubelstuk ter wereld, zijn Rietveld-Schröderhuis in Utrecht is het allerbekendste gebouw van Nederland. Al zijn werken zijn uitvoerig en vaak gepubliceerd, zijn belang is in alle toonaarden bezongen. Als zo'n beroemdheid opnieuw wordt uitgemolken, kun je nauwelijks nog iets nieuws verwachten. Te meer omdat het Rietveldjaar 2010, dat met een veelomvattend festival in Utrecht wordt gehouden, op geen enkele logische manier aan een jubileumjaar uit Rietvelds leven (1888-1964) valt te knopen.


Verrassend is het dan ook dat de expositie Rietvelds universum in het Centraal Museum met een originele aanpak de aandacht weet te grijpen. De samenstellers (Rob Dettingmeijer, Marie-Thérese van Thoor en Ida van Zijl) waren al decennialang met Rietveld bezig, kennen alle mythe- en theorievorming uit den treuren, maar durfden juist daardoor deze terzijde te schuiven. Zonder nadere uitleg wordt getoond wat zij als essentie van Rietveld zien. Dat hij 'een maker van dingen' was, gefascineerd door de mogelijkheid om ruimtelijkheid te creëren. De tentoonstelling voert de bezoeker daarin mee, aan de hand van authentieke ontwerpen. Dit gebeurt op een manier dat zowel de verbondenheid met zijn tijdgenoten als het unieke van Rietveld te ervaren zijn.


Het bekende verhaal is dat Rietveld begon als eigenzinnige meubelmaker en zich ontpopte tot baanbrekend architect. Zijn rood-blauwe stoel (1918) was er jaren eerder dan het Rietveld Schröderhuis (1924). Maar deze vroege successen waren slechts beginpunten. Rietveld ontwierp ruim honderd gebouwen, naast vele woningen ook grote blikvangers als de Rietveldacademie en het Van Goghmuseum in Amsterdam. Hij ontwierp ook ruim veertig stuks meubilair voor massaproductie.


In plaats van gewoon meubels te maken, zocht hij voortdurend grenzen op, bijvoorbeeld hoe met weinig materiaal zo eenvoudig mogelijke meubels waren te maken, geschikt voor massaproductie. Ook onderzocht hij hoe uit één stuk materiaal een hele stoel was te maken, wat uitmondde in onder meer zijn zigzagstoel. Wat Rietveld met zijn meubels deed, deed hij ook in zijn gebouwen. Hij zag een architect als een ruimtelijk kunstenaar. Dus probeerde hij in zijn gebouwen ruimtelijkheid te creëren, en dan vaak op een wijze die voorheen niet of nog niet mogelijk was. Zo was hij de eerste die - in het Rietveld Schröderhuis - ramen ontwierp waarbij ook de hoek van het huis zich opende, en dit huis muren gaf die volledig konden worden weggeschoven.


In het Centraal Museum is vooral deze bevrijdende ruimtelijkheid overal te ervaren. De zalen zijn ingericht als waren ze zelf een echte Rietveld, met ruimten die ononderbroken in elkaar overgaan, met tentoonstellingsschotten als losse panelen. Het getoonde werk van Rietveld zit dicht op zijn huid, veel schetsen en maquettes - vanuit de gedachte dat vooral dit fragiele, vaak onaffe werk het meest voeling geeft met de geconcentreerde aandacht van de maker. Alle sokkels bestaan uit de standaarddeuren die Rietvelds favorieten waren. Op witte deuren staat zijn eigen werk, op grijze dat van tijdgenoten. De overeenkomsten zijn soms frappant, zoals tussen een villa van de Amerikaanse architect Richard Neutra en een woning van Rietveld. De enige begeleidende teksten bestaan uit citaten van Rietveld en zijn geestverwanten. En het mooiste is de audiotour, waar Rietvelds eigen stem de bezoekers langs de tekeningen en maquettes voert; een bandje gemaakt voor de eerste grote Rietveldtentoonstelling, eind jaren vijftig. Zo wordt je langzaamaan Rietvelds universum ingezogen. Het ontbreken van uitleg, zelfs van een chronologisch verband, heeft het nadeel dat mensen soms volstrekt verkeerde conclusies kunnen trekken. Maar het voordeel weegt daar tegen op: je neemt de werken vanuit je eigen nieuwsgierigheid in je op.


Ook de dependance van deze tentoonstelling, in het Dick Brunahuis, moet niet worden overgeslagen. Hier is een 'Werkplaats', waar iedereen, eventueel onder begeleiding van aanstormend kunstenaars, zelf met Rietvelds ontwerpen kunnen experimenteren. Doe het maar eens: uit het bouwpakket een rood-blauwe stoel fabriceren. Vooral deze Werkplaats doet een glimp ervaren van de geconcentreerde aandacht in het maken, die zo essentieel voor Rietveld was - en die een nog tijdlozer waarde heeft dan zijn kwetsbare meubels en gebouwen. Hier voel je zijn storm en drang: heerlijk om te doen.


Hilde de Haan


Rietveld-aanbod

Concert C-Mon en Kypsky play Musical Chairs


20 t/m 23 okt. in Utrecht, Amsterdam en Eindhoven.


Presentatie Rietveldroute Brabant


24 okt., weverij De Ploeg, Bergeyk.


Festival No Label


29-31 okt., Centraal Museum, Utrecht.


Het Utrechtse Stalen Buismeubel


20 okt.-30 jan.: Volksbuurtmuseum, Utrechtrietveldjaar.nl


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden