Altijd op zoek naar de ziel van het liedje Dinsdagprofiel Jan Rot

Uitheems of Hollands glorie Dit land is waar ik woon..

(Van Sint-Aldegonde/Rot)

Uit de podiumspeakers weerklinkt King of the Road, in de versie van Roger Miller, en in een heupwiegende polonaise gaat het publiek op weg naar de versnaperingen. Het optreden is nog maar halverwege en nu al een succes. Deze feestelijke zaterdagavond in het Theater aan de Slinger in Houten, verzorgd door het duo An & Jan, begon met het Wilhelmus.

De melodie van het volkslied is even plechtstatig, en de verandering zit ’m in de tekst. Doet hoeft niet langer op bloed te rijmen en de hedendaagse notie van wat een natie is, klinkt in deze versie veel beter door. Dat is het werk van Jan Rot, de man die sneller vertaalt dan liedjes klassiek kunnen worden.

De meeste eer heeft Rot gelegd in zijn versie van de Matthäus Passion. Twee jaar geleden veranderde dit gewijde werk in de passie van Mattheus en de klap dreunt nog steeds na, zeker dezer dagen waarin Bachs oratorium weer overal opklinkt.

Zelf glimt Rot nog altijd van het succes dat hem in 2006 ten deel viel. Dertig jaar timmerde hij al aan de weg en opeens prijkte zijn naam, samen met die van Bach nog wel, bovenaan de hitparade. ‘Dat ik dat nog heb mogen meemaken.’

Mijn naam is MienLang niet gezien

(Cash/Rot)

Al voor de vierde keer vormt Jan Rot het duo An & Jan met Marjolein Meijers, vroeger een van de twee Berini’s. Samen zetten ze evergreens uit de populaire muziek de grens over. In An & Jan gaan landelijk (Jan Rot schuwt de woordspeling bepaald niet), zingen ze de lof van het platteland. Hoe leuk dat kan uitpakken, blijkt in Houten al bij het tweede nummer.

Thank God, I’m a Country Boy van John Denver, toch een algemeen erkend zeiknummer, ondergaat als Goddank voor het platteland een gedaanteverwisseling. De melodie huppelt opeens langs een dijk van een refrein. ‘Jan kan iets moois maken van iets minder moois’, zegt Marjolein Meijers. Liedjes worden in zijn vertalingen nooit camp, nooit persiflages, nooit smartlappen.

Theaterregisseur Jos Thie, die Rot liet debuteren als acteur in de musical Doe Maar, neemt zelfs het woord uniek in de mond. In de poptraditie is Jan Rot de eerste die zich aan vertalingen waagt. Omdat popteksten dikwijls associatief van aard zijn, verlangen ze een vrije geest als die van Jan Rot om in vertaling tot hun recht te komen. ‘Jan gaat altijd op zoek naar de ziel van het liedje’, zegt zanger Bill van Dijk, met wie Rot samenwerkte in het programma Nachtlied.

Zelf spreekt Rot in dat verband van de kern die hij vaak in één regel vindt. Al het drama van A Boy Named Sue (Johnny Cash) vond hij in dat ene zinnetje ‘how do you do’. Het was een tijdje puzzelen, maar op het moment dat die regel was veranderd in ‘mij niet gezien’ was het halve werk al verricht.

Jezus! – Wie? – Je medemensJezus! – Waar? – Ze slaan hem lens

(Bach/Rot)

Als Charles de Wolff bovenstaande regels leest, lopen de rillingen hem vermoedelijk over het lijf. ‘Je kent de tekst door en door en dan voel je gewoon een aversie opkomen als dat in het Nederlands gebeurt.’

Jan Rot wilde zijn Mattheuspassie graag resoluut beginnen en met ‘lens slaan’ heeft hij zijn punt meteen gezet. De luisteraar wordt meteen tegen de stoelleuning geblazen. Iedereen die hem een beetje kent, zegt dat Jan Rot geen onderscheid maakt tussen Dolly Parton en Johann Sebastian Bach.

Dat wil zeggen: hij neemt ze allebei even serieus, maar wel op zijn voorwaarden. Het christendom liet Rot achter zich op het moment dat Sinterklaas door de mand viel en zijn enige doel was een begrijpelijk rijm voor het lijdensverhaal dat recht deed aan de passie waarmee Bach het evangelie van Mattheus op muziek had gezet.

Een purist als De Wolff, die dirigent was bij de Nederlandse Bachvereniging en het Bachkoor, wordt er naar eigen zeggen beroerd van. Carmen moet in het Frans, de aria’s van Verdi verdragen slechts Italiaans en de Matthäus Passion is Duits tot en met.

Tenor Marcel Beekman had ook zijn twijfels toen hij in 2006 werd benaderd voor de rol van ‘Verteller’. Bachs vertolking van Jezus’ sterven heeft in Nederland een bijna onaantastbare status, groter nog dan in Duitsland. Maar hij was getroffen door de ernst waarmee Rot zich van zijn taak had gekweten. Geen lettergreep of klemtoon zat verkeerd. Een paar grofheden wilde Beekman niet in de mond nemen en die zijn hem ook bespaard gebleven.

Twee weken geleden was Marcel Beekman in de Haagse Philipszaal weer eens Verteller in plaats van de Evangelist die Bach oorspronkelijk bedoelde. Daarvan waren dus wel 1.300 mensen getuige en daarmee wil Beekman gezegd hebben dat menig zaaldirecteur zijn handen zou dichtknijpen met zoveel belangstellenden. Hij werd er na afloop aangeklampt en moest zelfs een paar keer zijn handtekening zetten. ’Je bereikt toch een heel ander publiek.’

De samenwerking met Jan Rot beviel zo goed dat ze daarna ook gestalte kreeg in de hertaling van Schuberts Die schöne Müllerin. Beekman: ‘In de klassieke muziek word je altijd op je techniek aangesproken en hier liet iemand zich door zijn gevoel leiden. Dat was heel verfrissend. Jan is natuurlijk afkomstig uit de popmuziek en durft daardoor veel meer.’

Nooit word ik ooit een burgerman, neeLa me lekker lopen, ik maak er het beste van

(Betts/Rot)

Villa Kakelbont staat in Ossen-drecht. De villa verdrinkt bijna in het afval en verkeert in nog prille staat van bewoning. De brievenbus heeft een zelfgemaakte sticker die nee zegt tegen reclame en ja tegen overheerlijke bagels. En als dit Villa Kakelbont is, dan moet de heer des huizes Pippi Langkous zijn. Daarin zit in elk geval een kern van waarheid. ‘Naïef en onbevreesd’, karakteriseert Bill van Dijk zijn zielsverwant en dat was Pippi ook.

Jan Rot is 51 jaar geleden op Kerstavond geboren in het Indonesische Makassar waar zijn vader zendingsarts was. Het was een plezierige jeugd waarin het gereformeerde geloof op een ontspannen manier beleden werd. Met Pasen lag de Matthäus Passion op de draaitafel en liet vader Rot zijn tranen de vrije loop, zo mooi vond hij het.

De terugkeer naar Nederland – Jan Rot was negen jaar – voerde naar het hoge noorden waar hij al snel besloot dat zijn toekomst in de popmuziek lag. Een piepjonge Rot liet de laatste trein naar Hoogeveen vertrekken om in Hilversum te kunnen luisteren naar Ramblin’ Man van de Allman Brothers.

Groningen beleefde in de tweede helft van de jaren zeventig de ‘Groningse Welle’ en Jan Rot maakte daarvan deel uit met zijn band Streetbeats. Op een menu van patat en frikandellen werd de rest van Nederland bestormd. Jille van der Veen zat aan het stuur omdat echte rockers dat nu eenmaal aan anderen over laten.

De Streetbeats vertolkten Engelstalige new wave, geheel en al geschreven en gezongen door Jan Rot. In de herinnering van Van der Veen was hij op die leeftijd al een echt baasje. ‘Niet onplezierig, hoor, maar met de rest van de band bestond wel een soort arbeidsverhouding.’

Dat dwingende karakter keert in meer getuigenissen over Jan Rot terug. Marjoleijn Meijers: ‘En het is een grote kerel, dus je moet hem wel eens een flinke duw geven.’ Jos Thie karakteriseert die houding liever als eigenzinnig. ‘Jan is niet iemand die in de kantine gewoontegetrouw bij de anderen gaat zitten.’

Het album met de veelzeggende titel Single luidde een solocarrière in, die aanvankelijk Engelstalig was en een enkel hitje opleverde zoals Counting Sheep. Een kleine twintig jaar geleden ging Rot, slungel met kuif, over op het Nederlands om altijd een bestaan in de marge te leiden. Gewaardeerd door vakbroeders, genegeerd door het grote publiek.

In andere geschriften, columns en autobiografische romans, schreef Jan Rot daarover én over zijn homoseksuele escapades, waarvoor de inspiratie duidelijk lag bij Gerard Reve. In de documentaire Rocker in Holland praat hij met hetzelfde melancholieke fatalisme over de onmogelijkheid van zijn bestaan als ‘hotero’. Twijfelend tussen jongens en meisjes was hij voorbestemd voor een leven tussen wal en schip.

Maar in het nieuwe millennium opende zijn huidige echtgenote (‘Een jongen met tietjes’, schrijft Rot in Meisjes, zijn laatste roman) de weg naar zijn huidige bestaan. Daarvan kwam een gezin, een verhuizing naar een uithoek in Brabant en een muzikale doorstart als vertaler.

Volgens hemzelf heeft hij als de partner van doorgewinterde liedjesschrijvers zijn vorm gevonden. ‘Ik kan wel Neil Young-achtige liedjes maken, maar ik kan me beter een Neil Young-liedje toe-eigenen.’ Zijn droom is nu net zo groot te worden als Gerrit den Braber, en met teksten als Spiegelbeeld het origineel te doen verbleken.

Volgens Jakob Klaasse doet Jan Rot zichzelf te kort door al het voorgaande werk zo te bagatelliseren. ‘Een aantal eigen liedjes zijn ook zeker de moeite waard.’ Pianist Klaasse, die zichzelf als klankbord beschouwt, heeft Rot wel zien veranderen sinds de homo-erotiek en de nachtbrakerij zijn afgezworen. ‘Jan is veel doelgerichter geworden en dat komt zijn werk beslist ten goede.’

Dit doof, stom en blind kindPiepelt de pingpongbal

(Townshend/Rot)

Eind van dit jaar gaat Tommy als Nederlandse vertaling in première, uitgevoerd door Di-rect en niet als rockopera, maar als liederencyclus. ‘Veel meer zoals Pete Townshend het bedoelde’, zegt Jos Thie, die de regie zal voeren.

Met de vertaling van Tommy is Jan Rot aangekomen op het kruispunt van de klassieke en moderne zangkunst. Zowel hij als Thie is groot geworden met het belangrijkste werk van popgroep The Who en Jos Thie luistert er elke week nog wel een keertje naar.

Hij meende de liedjes tot in de finesses te kennen en had daarom zijn twijfels bij deze expeditie, maar zegt nu: ‘Zelfs ik ontdek er nieuwe dingen in. Zo’n nummer als I’m Free, dat lijkt misschien eenvoudig, maar het is zo moeilijk om in de klank te blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.