Altijd op zoek naar de bron in Afrika

Hij is een van de laatst levende oude meesters uit de entourage van Thelonious Monk en toch lukt het jazz-pianist en -componist Randy Weston (1926) maar slecht om optredens te versieren in jazzclubs. Op universiteiten, in culturele instellingen, theaters - daar is hij een geziene gast, maar niet bij de clubeigenaren. Het komt omdat ze huiverig zijn voor al dat Afrikaanse gedoe van hem, denkt hij.


Die klacht valt te lezen in zijn pas verschenen autobiografie African Rhythms, opgetekend door jazz-journalist Willard Jenkins. Weston is vooral een musicus voor liefhebbers gebleven, bewonderd door andere jazzmusici, van wie velen bekender werden dan hij zelf. Soms zelfs met een stuk van hem, memoreert Weston, zoals Cannonball Adderley met Hi Fly.


Weston voelt zich ook door de jazzmedia verwaarloosd: er is zo weinig over hem geschreven. Die klachten zijn wat overdreven. Maar in ieder geval is het een hele gebeurtenis dat het wonderbaarlijke levensverhaal van Randy Weston er nu n boekvorm ligt.


Het boek is uitgegeven door de Duke University Press, in een wetenschappelijke serie over Amerikaanse muziek. Heel erg wetenschappelijk is het niet. De rolverdeling - 'Weston: componist, Jenkins: arrangeur' -klinkt leuk, maar het blijkt een recept voor losse herinneringen. Jenkins is te dienstbaar om door te vragen. Hij heeft wel derden gesproken maar alleen losse fragmenten uit die interviews als kaders opgenomen in de 'autobiografie' van de componist. Dat versterkt het flodderige karakter.


Voor de echte biografie die er nog eens moet komen biedt African Rhythms alvast prachtig materiaal uit een opmerkelijk leven. Van zijn jeugd in Brooklyn tot zijn reizen langs de Nijl met zijn Senegalese vrouw Fatoumata Mbengue, met wie hij sinds 1994 samen is.


Nog beter nieuws is dat het boek vergezeld gaat van een nieuwe cd: The Storyteller. De hoofdmoot wordt gevormd door African Cook Book, een suite uit 1964. De cd is vorig jaar live opgenomen in het Lincoln Center in New York. Weston speelt met zijn African Rhythms Sextet een opwindende hernieuwde versie.


Waarom Westons muziek zoveel bewondering wekte bij collega's is snel hoorbaar. Zijn muziek is een rijke mengeling van traditionele Afrikaanse ritmen, arrangementen in de traditie van Ellington, Gillespie en Sun Ra, en zijn eigen melodieën uit de piano. Hij is zijn composities steeds blijven spelen en aanpassen; het eigenwijze karakter is altijd gebleven.


Weston zocht en vond als geen ander de wortels van de jazz in de populaire, traditionele muziek van Afrika.


Randy Weston vertelt in zijn boek dat hij zichzelf altijd als een opvoeder heeft gezien, een boodschapper, die wil vertellen over de grootsheid van de Afrikaanse cultuur en de diepe invloed op de Amerikaanse muziek. Hij trok met zijn verhaal en zijn muziek door de Verenigde Staten. En naar Afrika.


Het verhaal van Randy Weston en Afrika begint pas goed in het jaar 1960. Toen werd een groot deel van de kolonieën in Afrika onafhankelijk en verscheen zijn magnum opus, de suite Uhuru Afrika - uhuru is vrijheid in het swahili, de lingua franca van Oost-Afrika. Uhuru Afrika was en is een ambitieus project, met teksten van de zwarte Amerikaanse cultdichter Langston Hughes. De arrangementen zijn van Melba Liston, tromboniste en arrangeur. Zij was de enige vrouw in de legendarische big band van Dizzy Gillespie eind jaren veertig, begin jaren vijftig. De jonge Randy zag haar spelen, hoorde haar arrangementen, werd verliefd. De romance was kort, de muzikale samenwerking duurde een mensenleven - tot zij stierf in 1999. Weston geeft haar in zijn boek veel krediet voor de speciale sound van zijn muziek, de volle samenklank.


De opvoering en de plaat van Uhuru Afrika wekten opzien in 1960. Maar Randy Weston was zeker niet de enige zwarte Amerikaanse jazz-musicus die in de ban was geraakt van het elan in de jonge staten van Afrika - dat was toch het land der voorvaderen? De Afrika-liefde greep om zich heen, gekoppeld aan de roep om emancipatie van de zwarte Amerikanen. De grote John Coltrane maakte furore met de intense plaat Africa Brass. Max Roach kwam met de Freedom Now en Sonny Rollins met Freedom Suite. Tal van zwarte musici maten zich Afrikaanse of Afrikaans-klinkende namen aan, en ook de bekeringen tot moslim waren door de Afrikaanse islam geïnspireerd.


Randy Weston was anders. Hij hield zijn naam, maar verdiepte zich in de Afrikaanse traditionele muziek, filosofie en spiritualiteit. Voor hem was de Afrikaanse invloed niet een modieuze naamsverandering, maar componeren in zesachtste maat, de basis van veel Afrikaanse trommelkunst. Dat vond hij niet moeilijk, want hij was al een liefhebber van de driekwartsmaat, de wals. Bijzonder in de jazz van de jaren vijftig. Hij was de jazzwalsenkoning voor hij de Afrikaanse jazzchief werd.


En Randy Weston verhuisde naar Afrika, in 1967. Daarin vooral was hij uniek.


Dat ging echter niet zonder slag of stoot; hij piekerde er jaren over. De vurig beleden liefde van Weston voor Afrika heeft een ambivalente, curieuze kant.


Begin jaren zestig toerde Randy Weston, net als een keur aan andere grote jazznamen als Dizzy Gillespie, door Afrika, betaald door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De VS wilden goodwill kweken in de jonge Afrikaanse staten, waar de studentikoze leiders flirten met communistische idealen. Dat de CIA ook achter de schermen een partijtje meespeelde bij die jazzreisjes hoorde Weston pas later, vertelt hij zijn autobiografie. En nee, het zit hem niet lekker. Maar wat voor hem toch bovenal telt: hij kreeg zo de kans achttien Afrikaanse landen te bezoeken en te spelen voor soms enorme menigten Afrikanen, die daarvoor niet hoefden betalen.


Hij speelde er met zijn groep African Cook Book, de Afrikanen vonden het geweldig, vertelt Weston. Tijdens die tournees door Afrika besefte hij dat hij dé stap moest maken, erhéén moest gaan, er moest gaan wonen, spelen, leven, zijn. Hij beschrijft dat verlangen als een spirituele drang, iets van de voorvaderen.


Maar hij is ook weer niet het type dat zich helemaal wil onderdompelen in Afrika. Het romantisch going native gaat hem al gauw te ver. Hij wil vanalles weten over de geestenwereld en bezweringen, maar het moet niet te dichtbij komen. Als hij met een paar kennissen voor een disco in Lagos staat en ziet hoe een potige portier een bezoeker in een rijk gewaad een paar ferme meppen verkoopt, krijgt hij als verklaring dat met dit ritueel de boze geesten uit de bezoeker worden geklopt. Westons nieuwsgierigheid is bekoeld, hij ziet af van een bezoek aan de disco, al kan hij als man van ruim twee meter toch wel tegen een stootje.


In Nigeria ontmoet hij ook Fela Kuti. Hij is onder de indruk van diens moed in verbaal verzet tegen de militaire leiders, maar zelf zou hij die confontatie niet aandurven, vertelt hij.


Zo verstrijken de jaren en als Weston eenmaal besluit echt te gaan, zijn de zaken in Afrika sterk veranderd. Hij was het liefst naar Nigeria of Ghana gegaan, vanwege de muziek en de taal, Engels. Maar in Nigeria is de Biafra-oorlog losgebarsten; in Ghana, bakermat van de Highlife waarnaar Weston een van zijn platen vernoemde, hebben de militairen een coup gepleegd. In zwart Afrika is niet pluis meer, vindt Weston, dus het wordt Marokko. Het blijft een vreemde keuze, een beetje willekeurig: Weston gaat omdat hij wordt uitgenodigd na eerdere enthousiast ontvangen concerten.


Maar ook in het rustige Marokko wacht hem teleurstelling. Hij kan nauwelijks - eigenlijk helemaal niet - rondkomen van spelen. Uiteindelijk strijkt hij neer in het relatief westerse Tanger, oord van excentrieke expats als de Amerikaanse schrijver Paul Bowles (The sheltering sky). Hij blijft eigenlijk die vijf jaar vooral omdat hij niet te snel als een mislukkeling wil terugkeren naar de States. Zegt hij zelf in zijn autobiografie.


Met pijn en moeite zet hij een heuse jazzclub op, de eerste op het Afrikaanse continent, het wel degelijk legendarisch geworden The African Rhythms Club. Het gebouw vindt hij eigenlijk hopeloos, de klandizie valt tegen, de zaken willen niet vlotten, muzikaal valt er alleen wat te beleven als hij zelf speelt. En als het hem eindelijk lukt een fantastisch muziekfestival op touw te zetten, laten de sponsors het afweten en is hij in een klap failliet. Terug naar Brooklyn.


Maar er zit ook een wonderschone kant aan dit tragi-komische verhaal. Randy Westons grote geluk in Marokko was zijn ontdekking van de Gnawa.


De herkenning was onmiddellijk, vertelt hij in het boek. De Gnawa van Marrakech en Tanger zijn de nazaten van Afrikaanse slaven die door de Sahara naar Marokko zijn gebracht. Ze hebben een eigen subcultuur en eigen muziek. Weston maakte vrienden onder de musici. Hij mocht voor andere buitenstaanders verboden festivals bijwonen, waar met trommelen, dans en zang een trance wordt opgeroepen waardoor de deelnemers de wereld in specifieke kleuren zien. 'Temidden van al deze muziek en dans begon ik de kleuren te ervaren; ik zag rood, en in het bijzonder zag ik blauw, dat bleek mijn kleur zoals bepaald door de Gnawa.' Dat vond Randy wel weer welletjes. 'Ik werd de volgende nacht weer verwacht om de kleur zwart te ervaren en wat al niet meer, maar daar zag ik vanaf.'


Dit zijn van die momenten in het boek waarin de lezer verlangde dat Jenkins eens had doorgevraagd. Waarom dan, Randy? Het had het boek veel sterker kunnen maken. De periode in Marokko en de Gnawa spreken het meest tot de verbeelding. Weston zou met de meestermuzikanten van de Gnawa blijven spelen. Hij nam enkele platen met hen op, waaronder in 1999: de veelgeprezen cd Spirit! The power of music.


Zijn ontmoeting met de Gnawa-musici was maar met één ding te vergelijken: hij had een déjà vu met zijn leertijd bij Thelonious Monk, eind jaren veertig. Hoe hij als jongen in Brooklyn bij zijn illustere buurtgenoot langsging. Diens 'lessen' bestonden uit luisteren hoe Monk thuis speelde, de eerste keer zeven uur achtereen, de tweede keer drie. De Gnawa, vertelt hij, 'deden me de waarde van een enkele noot beseffen. Dat is ook de reden waarom ik zo aangetrokken was tot Monk, omdat ik magie hoorde in Monks muziek.'


Die twee magieën weerklinken in Randy Westons muziek.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.