Altijd oog voor het verdriet en de pijn van onderdrukten

Hoe zou hij ze in beeld gebracht hebben, die miljoenen Egyptenaren op het Tahirplein in Caïro? Terwijl men daar protesteerde tegen president Mubarak, stierf woensdag in zijn woonplaats Amsterdam de Nederlandse documentairefotograaf Koen Wessing. Hij was al jaren ziek.


Koen Wessing (69) had een zwak voor de onderdrukten. In 1965, hij was toen 23 jaar, reisde hij naar het Cuba van Fidel Castro. Hij fotografeerde en filmde. Raakte geïnteresseerd in de politieke situatie van Latijns-Amerika, en de ongelijk verdeelde macht aldaar. Weer thuis was die invloed duidelijk merkbaar.


'Toen ik daarna in België een mijnstaking fotografeerde', zei Wessing later, 'waren ze daar erg blij, want toen bleek dat ik door Castro was opgeleid om onrust te stoken in België.'


De reportagefoto's die hij in de periode 1973-1979 maakte in het gewelddadige Chili en Nicaragua zijn Wessings bekendste, en volgens velen ook zijn beste, werk. Wie ze vandaag de dag ziet, kan niet anders dan geraakt worden door de loodgrijze, weidse taferelen waarin doodgewone mensen, veel kinderen, zich van het ene op het andere moment in een nachtmerrie bevinden. Je ziet hun pijn en verdriet, maar ook hoe ze zich proberen te schikken naar de omstandigheden. De veerkracht van het volk - daar draaide het bij Koen Wessing altijd op uit. En op emotie.


'Een foto moet geen plat ding zijn. Wanneer de gebeurtenis voorbij is, dan moet dat beeld blijven staan. Er moet een emotie zichtbaar zijn en er moeten meerdere mensen zijn die iets met elkaar hebben.'


Fotografie zal zoiets zijn als beeldhouwen, dacht Wessing, zoon van een binnenhuisarchitect en een beeldhouwster, aanvankelijk. Voordat je een situatie vastlegt, moet je haar van alle kanten hebben bekeken, en zeker weten dat dít de beste is. Fotograferen zal ook zoiets zijn als pantomime, dacht Wessing, die zijn hart had verloren aan het stille theater voordat hij, in navolging van vriendin en fotografe Ata Kando, de camera oppakte.


Méér dan 'een grafisch vak' was de fotografie. Fotografie was 'een instelling', een bepaalde mate van overgave. 'Het feit dat je er bent, verandert de situatie die je fotografeert. De mensen reageren op je.' Er middenin staan, direct reageren, het leven bij de kladden grijpen - daarin wilde Wessing lijken op zijn grote voorbeeld, de New Yorkse fotograaf William Klein.


In 1980 verbleef hij opnieuw in Nicaragua. In opdracht van het Nicaraguaans Instituut voor Agrarische Hervorming fotografeerde hij gedurende drie maanden problemen bij de irrigatie voor het 'foto-archief van de revolutie'. Daarnaast gaf hij fotografielessen. Ook naar Chili keerde hij later terug, onder andere om de verkiezingen te verslaan.


Dat terugkeren was essentieel, vond Wessing. 'Als ik vandaag iets doe, wil dat niet zeggen dat ik morgen voor dat onderwerp geen belangstelling meer heb. Dat zou ik oneerlijk vinden, die vluchtige interesse.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden