Altijd maar weer terug naar het begin

Ze zet haar camera op niks-aan-de-hand onderwerpen. Marijke van Warmerdam exposeert solo in Gent. Uitleg laat ze liever aan anderen over....

Door Anne van Driel

De paniek laat zich op afstand herkennen. Grote ogen, friemelende vingers, haastige passen. Daarmee komt Beatrijs Eemans, medewerkster Tentoonstellingen van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent, op Marijke van Warmerdam toegesneld. De mededeling die ze heeft te doen, is al duidelijk voordat-ie is uitgesproken. 'Marijke, we hebben een probleem.' Het betreft de foto die Van Warmerdam onlangs digitaal heeft aangeleverd. Een foto van een jongen met een grasspriet tussen de lippen - het ikoon van haar solo-tentoonstelling in het SMAK, en daarmee ook de foto die, afgedrukt op meterslange banieren, straks over de volle hoogte van de gevel het museum siert. Eemans: 'Wel, die foto is dus ongeschikt.' De resolutie is te laag. Excuus, dat is het museum zojuist gebleken. Onvermijdelijk dat de foto, opgeblazen tot gevelgrootte, zijn scherpte verliest. Erger: uiterlijk morgen al moet er een oplossing zijn, willen de banieren op tijd gereedkomen. Van Warmerdam is 'vermoedelijk niet in staat' een zwaarder bestand van de foto te leveren? (Van Warmerdam: 'Nee, vermoedelijk niet.') En een andere foto, vraagt Eemans. Dat is wellicht ook geen optie, nu de jongen met de grasspriet al op de affiches en de uitnodigingen is afgedrukt? Hoewel de situatie uitzichtloos lijkt, beginnen de mondhoeken van Van Warmerdam te krullen. 'Ach', zegt ze opgeruimd. 'Anders w die foto toch iets korreliger. Is misschien best mooi. Mensen zien hem toch vanaf een afstand, moet je maar denken. Ik zou me nog maar geen zorgen maken, hoor.'

Het is een week voor de opening van de tentoonstelling Prospect, in de grote zaal van het SMAK zijn de voorbereidingen in volle gang. Medewerkers sjorren een Zenith 2000 M-projector op een liftje. Het technische gevaarte moet omhoog, bovenop een torenhoge steiger, waarvandaan later de 35 mm-film Lichte Stelle (2000) zal worden geprojecteerd. Marijke van Warmerdam (44) slaat het gade, schiet toe, geeft aanwijzingen, stelt vragen ('Wie gaat straks die film vervangen? Een suppoost?' Verwonderd: 'Nee, dat kan toch geen suppoost zijn?'). En incasseert kleine tegenslagen en vertragingen. Rustig. 't Komt zoals het komt. Ongecompliceerd, zo zijn in wezen ook haar filmpjes. In 1995, toen ze werd uitgezonden naar de Biale van Venetien twee jaar later, toen ze deelnam aan de Dokumenta in Kassel, brak Van Warmerdam er internationaal mee door. Korte loops zijn haar handelsmerk. Films waarin het begin en het eind naadloos aan elkaar zijn gelast, en waarin Van Warmerdam haar camera op niks-aan-dehand onderwerpen zet. Op onbeduidende gebeurtenissen die - gevangen in hun eindeloze herhaling - toch weten te ontroeren, te hypnotiseren, of te troosten. Zoals Handstand (1992), waarin een meisje onverdroten aanlopen blijft nemen, een handstand tegen de muur maakt, zich onbewust van haar zomerjurk die afglijdt en zicht biedt op haar witte onderbroekje en blote navel - telkens weer opnieuw. Of zoals de douchende man (Douche, 1995) die op station Schiphol was te zien, en die zich eindeloos aan de warme waterstraal laaft. Theoretiseren, uitleg geven en een diepere betekenis aan haar werk verlenen - dat laat van Warmerdam met liefde aan anderen over. Ze heeft een hekel aan interviews, zegt ze. Haalt opgelucht adem wanneer Ruud Molleman, haar technisch assistent, tijdens de lunch in het SMAK het hoogste woord voert ('Ik hoopte stiekem al dat jij het interview zou doen'). Als Van Warmerdam over haar werk praat, dan is het liever rechttoe rechtaan. 'Kijk', wijst ze in Gent naar de plek waar Roeren in de verte getoond gaat worden. 'Dat filmpje toont iemand die in een theekopje roert. Je kijkt door een raam naar buiten, en het sneeuwt.' Ze zwijgt even. 'Dat is het eigenlijk wel.'

Twaalf werken zal ze in Gent tonen. Zeven foto's, een sculptuur, vier films - voor twee betekent de tentoonstelling in het SMAK de premi. Ze heeft zelf mogen kiezen w in het museum ze haar werk wilde laten zien, zegt ze. De zalen op de begane grond bijvoorbeeld - had ook gekund. 'Maar dat zijn allemaal van diezelfde hokjes.' De zes kabinetten aan weerszijden van de grote zaal - beter. 'Die hebben dat individuele karakter veel meer.' Maar als ze voor die kabinetten koos, bedacht ze, dan zou het ook wel leuk zijn de grote zaal ertussen erbij te betrekken. 'En dan wilde ik iets verzinnen, waarmee die kabinetten overbrugd konden worden.' Van Warmerdam lacht: 'Nou, dat is dus een brug geworden.' Een houten constructie doorklieft het midden van de erezaal, van de ingang naar de kabinetten links tot de toegang naar de kabinetten rechts. Alleen via die brug is de grote zaal te betreden. Van Warmerdam: 'Om te voorkomen dat iemand over het water zou lopen.' Grinnikend: 'Zei ik nu water? Goh, ik ben al een heel eind weg.'

Bezoekers zullen straks op die brug naar Lichte Stelle kunnen kijken, zegt ze, als een soort verdubbeling van het jongetje dat in die film langs de waterkant in de verte staart. Langs zijn dijen hangen de naar buiten gekeerde broekzakken van zijn zwembroek, onophoudelijk van zijn zwemtocht na te druppen. Van Warmerdam: 'Dat jochie staat heel sterk in het hier en het nu, maar tegelijkertijd is zijn blik in de verte ook een blik in de toekomst.' Het verleende de tentoonstelling zijn titel: Prospect. 'Van prospectere, Latijn voor vooruitkijken.' Want in weerwil van het feit dat ze niet graag achteraf verbanden legt ('Er zit iets onverzoenbaars tussen d en het domme doen: je wilt gewoon iets maken, je hebt een beeld in je hoofd en je doet het, pats-klaar.'), maakte deze expositie toch dat ze opeens overeenkomsten zag. 'Dat de dingen aan het begin staan. Of steeds naar het begin terugkeren', zegt Van Warmerdam.'Dat past heel goed bij mij: het begin waarin de dingen nog open liggen. Het zat al in de vroege loops natuurlijk, waarin een verhaal op gang lijkt te komen, maar maar niet op gang komt.' En het verbindt de werken die ze in het linkerkabinet heeft verzameld. 'Daar ligt de nadruk op de cyclische kant.' Zoals bij Weather forecast, een loop waarin de vier seizoenen onophoudelijk door een badkamer woeden. Of zoals in haar fotodrieluik van bloesem: in de knop (Soon), in bloei (Now) en met verwelkend blad (Coming Up Soon). In het rechterkabinet heeft ze werken bijeen gebracht die spelen met het idee van 'hier maar ook daar' zijn. Op de foto Tomorrow bijvoorbeeld, wijst Van Warmerdam. Daar staart de jongen met de grashalm tussen de lippen letterlijk ins blaue hinein. Maar ook in een filmloop met woest schuddende bloesemtakken. 'Die film heet The Fuck', zegt Van Warmerdam: 'Een titel die heel ver weg van het beeld ligt, en de kijker als het ware ook van het beeld weg stuurt.' Ze glimlacht. 'Je hebt natuurlijk De Kus - dat is een heel klassiek gegeven in film en beeldende kunst. Ik dacht: nu is het misschien wel eens tijd voor The Fuck.'

Voor het eerst klinkt die middag uit een van de kabinetten het geluid dat onlosmakelijk bij Van Warmerdams werk hoort: het regelmatige geratel van de projector. De eerste 16 mm-film is door filmtechnicus Ruud Molleman ingelegd. In een Eiki Ex-4000p. 'Een gewone projector', zegt hij. 'Maar met een felle koolspitslamp. Zodat je, zoals Marijke graag wil, ook in onverduisterde ruimtes kunt projecteren.' Van Warmerdam: 'Ik hou er niet van als je niet weet waar je bent, als je je eigen oriatie kwijt raakt.' Sinds 1992 kennen ze elkaar, sinds het eerste filmpje dat Van Warmerdam maakte. En inmiddels zijn ze goed op elkaar ingespeeld. 'Hij is de baas', zegt Van Warmerdam tegen de verzamelde suppoosten van het SMAK, die vanmiddag van hen leren hoe ze een filmrol moeten verwisselen. 'En hij gaat straks vertellen dat je de projector om de twee uur even uit moet zetten.' Maar als Molleman zich even omdraait, gebaart ze naar de suppoosten dat het zo nauw niet luistert. 'Dat moeten jullie dus niet doen.' Ze houdt van film vanwege dat zachte licht, die nabijheid en die fysiekheid, waaraan video nooit kan tippen. Zegt Van Warmerdam terwijl Molleman de film Roeren in de verte inlegt. Op het scherm verschijnt een hand die in een kopje koffie roert, terwijl achter het raam de sneeuw neerdaalt. Eerst normaal, dan trager en trager. Van Warmerdam: 'Ik vind het zo mooi dat je op het laatst bijna elk vlokje afzonderlijk kan bekijken.' 'Feelgood-kunst' wordt haar posche werk wel genoemd. Van Warmerdam: 'Ik kan mezelf niet verloochenen. Wat wil je dan: feel bad?' En dat haar films met een soort kinderlijk nae blik lijken te zijn gemaakt, een die zich steeds weer lijkt te kunnen verwonderen? 'Ja, ik denk, dat is allemaal waar. Die voortdurende herhaling is natuurlijk ook iets dat heel erg bij kinderen past. Maar voor mij gaat dat herhalen vooral over het begin, over het gevoel dat in het begin alles nog mogelijk is. Daar ligt voor mij de essentie. Dat heeft iets heel optimistisch.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden