Altijd leuk, overal

Vroeger had je een pretpark. Daar kon je in. Nu kom je er niet meer uit. Het pretpark heeft geen uitgang meer....

Nee, zo gaan we niet met kinderen om. Vastbinden buiten. Maar door omstandigheden is het spelen met de gedachte niet helemaal uitgesloten. Een stalen oog in de gevel geschroefd van de supermarkt. Een blikken bordje ernaast met een plaatje er op van een kind met een rode cirkel eromheen en een schuine streep erdoor. Aan het kind een riempje en dat riempje aan het stalen oog in de gevel gegespt. Zo blijft het kind braaf buiten wachten tot vader en moeder binnen de boodschappen hebben gedaan. Het is gebruikelijk bij honden. Die mogen niet mee de winkel in. Kinderen worden niet aan de buitengevel geketend. Het hoort niet.

Maar de angst om uit de ouderlijke macht ontzet te worden wegens onheus gedrag jegens de bloedjes is wel heel erg ver doorgeslagen een blije kant op. Samen met de winkelier (en de BigMacbakker en het meubelhuis, het overdekte zwembad en zelfs de bewaarschool) wordt voor het kind een pretpark gebouwd waar geen uitgang meer in is, zo groot en onontkoombaar leuk dat het kind van plezier niet meer weet en nooit meer, hoe het het heeft.

Er is iets in ons volwassenen gevaren dat doet denken aan Egypte van een tijdje geleden. De samenleving van toen, die een beschaving wordt genoemd door de geschiedenisleraar, dacht dat dooie Farao's zouden omkomen van de honger als ze geen voedsel mee kregen de tombe in. En ze zouden zich te pletter kunnen vervelen ook, ze kregen leuke dingen mee voor de eeuwigheid. Wij denken dat levende kinderen aandoeningen kunnen oplopen als ze iets niet mogen en zo maar dood kunnen vallen als ze een minuut verzeild raken in een gemoedstoestand omschreven als verveling.

Je hebt doe-kinderen. Die willen hun eigen wandelwagentje duwen en als dat eenmaal heeft gemogen willen ze in de winkel ook de winkelkar duwen. Tegen vreemde konten aan en pijnlijk hard. Er moest iets aan worden gedaan. Het kind een eigen klein winkelwagentje. Staat nog leuk ook, kijk toch dat eigenwijsje eens parmantig langs de schappen stappen. Nee liefje, die chips lust je niet, je moet die daarboven pakken, die eet je altijd, doe maar in je wagentje.

De supermarkt heeft ook een hok laten timmeren met vrolijk gekleurde wanden, primaire kleuren, altijd primaire kleuren, kinderen kennen de kleur grijs niet eens meer en weten niet van stille kleuren. In het hok kijken ze naar een tekenfilmpje op tv en gooien ze een Legoblokje naar hun zusje en mogen ze kleuren met kleurtjes, altijd maar kleurtjes.

Nieuw in tuincentra en al langer in supermarkten is een winkelwagen die er uitziet als een komisch autootje uit Disneyland, in felle kleuren, altijd moet het in heldere primaire kleuren. Achter, boven de auto, is een korf voor de boodschappen, het kind heeft daar niets meer mee van doen. In het autootje zit een stuurtje. Het kind moet erin, moeder duwt als het de vader niet is en het kind droomt zich de snelweg op. Pret moet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden