Altijd Kniertje

Recensie - non-fictie

Levendige biografie van de actrice Esther de Boer-van Rijk die glansrollen speelde in de stukken van Herman Heijermans.

Ze werd een icoon, vooral door één rol. En daarin dan weer die beroemde scène waarin ze lamgeslagen weg sloft, met een pannetje in haar handen. Zij is Kniertje de weduwvrouw, die te horen heeft gekregen dat ook haar laatste twee zoons, haar lieve jongens, zijn omgekomen; het wrakke maar goed verzekerde vissersschip waarmee hun baas hen de zee opstuurde, was vergaan. Ja, 'de vis werd duur betaald'. Geen mens in ze zaal hield het droog bij dit drama van Herman Heijermans, Op Hoop van Zegen. En er was er maar één die deze rol op het lijf was geschreven: Esther de Boer - van Rijk (1853-1937).


Zij speelde 1.200 keer de rol van Kniertje op toneel. Ook was zij Kniertje in de stomme én de sprekende filmversie en in de hoorspelbewerkingen. Ze werd er weleens moe van, schrijft haar biografe Joosje Lakmaker, om telkens met die handenwringende weduwe geïdentificeerd te worden. Ze wás geen Kniertje; ze kon veel meer. Kniertje was een doodarme, katholieke vissersvrouw, zijzelf een goedgehumeurd, ondernemend joods meisje uit Rotterdam. Al jong droomde ze ervan om bij het toneel te komen, ook al vond haar orthodox-joodse moeder dat een bedenkelijk milieu. Ze acteerde van haar 20ste tot haar 84ste, tot ze er bijna letterlijk dood bij neerviel. Ze werd de lieveling van het publiek: een vrouw uit het volk die 'echte' vrouwen speelde, herkenbaar maar nooit platvloers.


Na haar huwelijk met Henri de Boer ging ze in 1885 met hem en hun dochtertje naar Amsterdam, omdat hij daar werk kreeg als trombonist. Zij vond ook werk, maar hij zat al snel thuis, met een verlammingsziekte. Esther verdiende haar leven lang de kost, ook voor haar dochter Fie en haar gezin, die allemaal bij haar in woonden.


In Amsterdam voelde ze zich thuis; de Mokumse 'chein' leek op de hare. Ze speelde overal in het land, en in alle Amsterdamse theaters, maar de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan was haar thuishaven. De Plantage was een joodse buurt en veel joden hielden van toneel. Het werd hét theater waar de gevierde 'Hollandsche' joodse actrice glansrollen speelde in de stukken van de grote joodse toneelauteur Heijermans.


Ze werkte keihard, avond aan avond. Opgegroeid met een alleenstaande moeder die thuisnaaister was, hield Esther altijd een diepe angst voor armoede. Soms verdiende ze aardig, maar als het een theater tegenzat, werd er weinig uitbetaald. Lakmaker beschrijft mooi de ambivalente houding tegenover toneelspelers aan het begin van de vorige eeuw: men ging in alle lagen van de bevolking graag naar voorstellingen, maar de overheid was niet van zins toneel te subsidiëren en geldschieters in de gezeten burgerij waren er ook niet veel: acteurs bleven toch mensen van losse zeden. Acteurs hadden geen pensioen.


Esther de Boer speelde in ernstig drama, in stukken van Zola en Ibsen, van Molière en Bredero, maar had ook talent voor komische rollen. Haar spel werd altijd geprezen in recensies, ook al werd het toneelstuk zelf afgekraakt. Het meest in haar element was ze toch in het 'realistische' toneel, en dan vooral als warme, joodse vrouw, een memme die thuis een 'innige' sfeer weet te scheppen en als een tijgerin voor de haren opkomt. En het was de socialist Heijermans die zulke naar het leven getekende stukken schreef, soms speciaal voor haar, zoals De meid en Eva Bonheur. Ze konden het niet altijd goed met elkaar vinden - hij vond haar een verwende lastpak, zij vond dat hij onmogelijke eisen stelde - maar ze maakten elkaar beroemd. Ook na zijn dood in 1924 bleef Esther de Boer de vertolkster van zijn grote vrouwenfiguren.


Deze biografie kun je gerust 'gedegen' noemen. Lakmaker moet grondig onderzoek hebben gedaan, maar de zichtbare sporen daarvan heeft ze vakkundig uitgewist. Saai is het boek allerminst. Het is geen obligate levensbeschrijving van een beroemde actrice, en het gaat niet alleen over die beroemdheid. Lakmaker vertelt een levendig, sfeervol verhaal over het Amsterdamse toneelleven aan het begin van de vorige eeuw, een verhaal dat deels samenvalt met het bloeiende joodse culturele leven.


In 1933, op haar 80ste verjaardag, werd Esther de Boer-van Rijk, staande op het balkon van de Stadsschouwburg, toegejuicht als een sportheld. In het buurland was de antisemiet Hitler aan de macht. Vier jaar na Esthers dood werden joden uitgesloten van het culturele leven. Haar geliefde Hollandsche Schouwburg werd eerst de Joodsche Schouwburg, met joodse artiesten en voor joods publiek. Een jaar later werden Amsterdamse joden er samengedreven om op transport te gaan. Ook Esthers dochter Fie, haar man, kinderen en kleinkinderen werden vermoord in concentratiekampen. 'Esther is op tijd gestorven', schrijft Lakmaker. Haar nazaten vermoord en het bloeiende joodse kunstleven vernietigd: alles wat haar leven had bepaald werd in één veeg uitgewist.


In het Joods Historisch Museum in Amsterdam is tot 28 september de tentoonstelling Hollands populairste actrice te zien.


Joosje Lakmaker


Esther de Boer-van Rijk - Hollands populairste actrice


vier sterren


Wereldbibliotheek; 304 pagina's; euro 19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.