Altijd in een goed humeur

Het cameraatje van het documentairefestival IDFA, elk jaar een beetje anders, is van hem. En jarenlang maakte hij affiches voor toneelgroep De Appel....

Dit is de kleine schuur. Die ligt vol rommel. En dit is de grote schuur. Daarin ligt nóg veel meer rommel.

Als je zoveel ruimte hebt, gooi je niet veel weg.' De affiches van Jan Bons hangen thuis niet aan de muur; hij vindt het niet prettig steeds naar dingen van zichzelf te kijken. Maar tijdens een rondleiding door zijn fraaie houten huisjes in het Amsterdamse Flevopark duikt uit alle hoeken en gaten werk van hem op - vaak tot verbazing van Bons zelf. Flyers en boeken. Kalenders en ansichtkaarten. Schetsen en krabbeltjes op kleine stukjes papier. Op een stalen archiefkast staat een maquette voor een nooit gerealiseerd plastiek voor de universiteit van Utrecht. Uit een lade komt een brede, felgekleurde strook tevoorschijn: een flyer die hij maakte voor het bandje van zijn zoon - er was nog een beetje ruimte op de drukpers naast een of ander affiche. In een andere la vindt Bons een affiche dat hij maakte voor het kamerkoor van zijn vrouw. Eronder ligt een poster voor de documentaire die Leo Erken maakte over fotografe Eva Besnyö, met wie Bons goed bevriend was.

Het is een van de weinige filmaffiches die Bons maakte. Het is een van de weinige affiches bovendien, waarop hij een beeld van een ander gebruikte: een zelfportret waarop de fotografe boven een spiegel hangt. En toch is het voor alles een écht Bons-affiche - zoals ál zijn affiches wekt het de indruk dat Bons altijd in een goed humeur is. Door de typografie - karakteristieke, handgeschreven letters. Door de uiterst precieze vlakverdeling en door het heldere kleurgebruik. Het is die stijl waarmee hij internationaal zijn status als ontwerper heeft verdiend.

'Niet alleen de tint is van belang, maar ook de dikte van de inkt.' Sommige van zijn affiches zijn aan twee kanten bedrukt, zodat de kleur goed blijft wanneer de lichtbakken 's avonds aangaan. Een pantone-kleurenwaaier, waarin alle kleuren aan een nummer worden gekoppeld om het werk van drukkers te vergemakkelijken, heeft hij wel, maar hij gebruikt leen met tegenzin. 'Het is het altijd nét intensiteit van de kleuren is nooit wat hem alniet. De ik zoek. In een waaier zie je ook niet hoe een kleur uitpakt op verschillende papiersoorten; elk ander papier geeft een andere kleur rood. Dan geef ik van lieverlee maar een nummer op, maar als ze gaan drukken ga ik altijd langs om te controleren of het rood niet wat harder moet, en of het blauw wel blauw genoeg is.'

Van de computer moet hij ook al niet veel hebben. Bij Joh. Enschedé heeft hij er wel eens achter gezeten, toen hij voor de KPN een herdenkingspostzegel maakte. 'Het grote wonder is het vlakgommetje, waarmee je met de muis alles kunt retoucheren. Met de hand is dat een gigantisch rotwerk; dan zit je te prutsen en te doen. Maar ik ben te oud om nog nieuwe dingen te leren. Ik ben al blij dat ik telefoneer.'

Jan Bons is 87 en hij ontwerpt nog altijd, onder meer voor het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) en voor het Nieuw Ensemble (NE), waar zijn zoon Joël de scepter zwaait. 'Ik heb geen moeite met stilzitten, maar ik vind het nog steeds leuk om iets te maken. Meestal gaat het heel vlug en dat was dan dat. Wat ik maak, wordt bijna altijd zonder slag of stoot geaccepteerd. Dat is het voordeel als je al zo lang bezig bent: de meeste mensen weten wel wat ik zo'n beetje maak. Als ze daar geen affiniteit mee hebben, gaan ze wel naar iemand anders.'

Filmmaker Jan Vrijman, die betrokken was bij de oprichting van het IDFA, vroeg Bons in 1990 een affiche voor het festival te maken. Binnen een mum van tijd had Bons een camera uit zwart papier gescheurd. 'Een primitieve camera met twee van die grote blikken erop. Zo één waar een cameraman aan staat te zwengelen.' Het ontwerp was zo'n succes dat het festival besloot het als beeldmerk te blijven gebruiken. Jaar na jaar bedenkt Bons een nieuwe variatie op het thema. Een 1 en een 0 in plaats van de blikken bij de tiende editie. Een rode bol toen er een groot retrospectief aan Japan werd gewijd.

Vorig jaar - het thema van het IDFA zou 'macht en chaos' worden - zette Bons de camera in een berg veelkleurige papiersnippers. Toen het ontwerp klaar was, hoorde hij dat het thema niet doorging. De woorden 'macht en chaos' moesten van het affiche af. 'Dat was jammer, want daardoor wist niemand meer waar het op sloeg. Ik vond het wel een krachtig beeld; de camera die zo, boem, in de chaos staat. Als je iets gemaakt hebt en je vindt het overtuigend, dan maakt iedere verandering, iedere inbreuk, het ontwerp zwakker. Het zijn soms ongelooflijke kleinigheden - de ruimte tussen de letters bijvoorbeeld, of dat de camera iets neigt of rechterop staat - die maken of iets werkt of niet.'

Hij werkt graag met gescheurd papier. 'Er waren er wel meer die dat deden. De Futuristen zijn ermee begonnen. Matisse deed het - het is niet iets wat ik heb uitgevonden.' Door te scheuren ontstaan natuurlijke contouren, legt Bons uit, zonder dat je direct invloed hebt op de lijn. 'Je hebt het in grote lijnen in de hand, maar de contouren ontstaan buiten je wil om. Als je een lijn trekt met een potlood, is dat anders.'

Bons volgde een jaar de opleiding tot tekenleraar in Den Haag, deed daarna de afdeling schilderkunst bij Paul Citroen en de afdeling reclame. In de oorlog maakte hij met drukker Frans Duwaer een clandestien boekje met zeven verhalen van Franz Kafka (oplage: dertig stuks). Bons maakte de litho's en verzorgde het zetwerk. Hij laat het boek zien. 'Die cursieve letter met die tierelantijnen is eigenlijk monsterlijk', zegt hij. 'Ik zou het nu niet meer in mijn hoofd halen.' Ook over zijn illustraties is hij kritisch. 'Wat een slecht getekende muis. Soms denk je: dat is wel erg Chagall. Of: dat is puur pikwerk van Chagall. Epigonisme komt voort uit liefde. Uit bewondering. Dat wil je dan zelf ook zo doen. Maar het is een grote vergissing als je het uiterlijk op elkaar laat lijken. Daar kom je langzamerhand wel van terug.'

Na de oorlog ontmoet hij Gerrit Rietveld ('Hij vond dat ik goede dingen maakte'), die hem in 1952 vraagt te helpen bij de inrichting van een tentoonstelling in Mexico, bedoeld om de Hollandse handel en industrie te promoten. Dat werd een 76 meter brede, zes meter hoge rieten voorgevel, in primaire kleuren, met de stencilachtige pakkistletters die later op zijn posters zouden terugkomen en met duidelijke, archaïsche tekeningen.

Bons rommelt wat in een kast en komt dan terug met een zuurvrije, kartonnen doos. 'Weer zoiets waarvan ik niet meer wist dat ik het had.' Hij toont schetsen, kattebelletjes van Sandberg en Rietveld, en foto's uit Mexico. 'Verrek! Wat leuk. Daar staat-ie: Rietveld.' Onder de stapel foto's komt een schets van een oor tevoorschijn, op een klein stukje papier. Het is een detail dat hij voor de gevel wilde gebruiken. Van tafel pakt Bons een foldertje dat hij vorig jaar voor het Nieuw Ensemble maakte. Voorop staat een felgekleurd oor. Het lijkt als twee druppels water op het vijftig jaar oude tekeningetje. Hij moet er zelf ook om lachen.

Op instigatie van Willem Sandberg werd Bons in 1962 door toneelgroep Studio gevraagd affiches te ontwerpen. Toen het gezelschap stopte, vroeg Erik Vos hem voor toneelgroep De Appel. Tussen 1971 en 2000 maakte hij 112 affiches voor het Haagse gezelschap. Met ongelijke, hoekige letters. Met woorden in hanenpoten. Met heldere kleurvlakken met scheurranden. En met een enkele, minimale visualisatie - een krabbel op basis van een foto of een herinnering. 'Toen kwamen ze me met beteuterde gezichten vertellen dat regisseur Aus Greidanus de affiches voortaan zelf wilde maken. Ik mocht nog wel een Appel-tram ontwerpen.'

Van het drukwerk dat tegenwoordig op straat is te zien, toont Bons zich niet bijster onder de indruk. 'Er is maar weinig aandacht voor de vormgeving; het accent onderwerp. De meeste affiches zijn niet beeldend.'

Hij ziet maar weinig waaruit blijkt ligt bijna altijd op het helemaal dat 'ze er veel van begrepen hebben'. 'De rotzooi die er allemaal op affiches staat, dat kan toch geen mens bevatten? Daar moet je voor gaan stilstaan, zodat je het eens uitgebreid kunt bestuderen. Je moet je hoofd alle kanten op kantelen, de typografie ontrafelen. Je zoekt je rot om een telefoonnummer te vinden. Terwijl affiches toch in eerste instantie bedoeld zijn om in één oogopslag waargenomen én begrepen te kunnen worden. Om snel te informeren. Hoe simpeler, hoe beter je dat bereikt.'

Hij wijst op een handgeschreven, uitgescheurd briefje aan de muur van zijn werkruimte met een quote van Sandberg over de essentie van vormgeven: 'Orde brengen in drukwerk en zo mogelijk ook vreugde'. 'Dat zou het moeten zijn. Maar al te vaak is de kwaliteit gelijk aan de afkondiging van een film op televisie, die met zo'n rotgang door het beeld vliegt dat je er geen letter van kunt lezen.' n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden