Altijd hetzelfde

Het voorspelbare is het aantrekkelijke. En de verwachtingen komen uit. Alles klopt, in tegenstelling tot de wereld buiten het boek....

KEES FENS

Natuurlijk heb ik het over lectuurboeken. In de jaren zeventig werden die op de universiteiten ernstig bestudeerd. Maar hun onderlinge gelijkheid moet die studie vrij snel hebben afgebroken. Het triviale werd weer gewoon. De lectuurschrijver werd terugverwezen naar zijn zeer vele trouwe lezers, die vaak elk jaar op een nieuw boek konden rekenen. Ik heb ooit enkelen gesproken: van twee of drie schrijvers hadden ze in rijen alles in de kast staan. En die werden ook herlezen. Misschien was dat wel de grootste bekoring, ook bij nieuwe boeken: alles wordt herkend.

De boeken zelf vormen een gesloten circuit, de lectuurwereld zelf is dat ook. Recensies verschijnen zelden of nooit; ondanks de vaak grote oplagen ontbreken de auteurs in de bestsellerslijsten. Er moeten boekhandels zijn waar de boeken te koop zijn; ik ken ze niet. Hun dood maakt de auteurs voor een ogenblik levend.

In de geest van herhalingen en parallellie stierven deze week deze zeer populaire auteurs: Aart Romijn en Arie van der Lugt. In het doodsbericht van de laatste las ik dat van zijn roman God schudde de wateren meer dan een miljoen exemplaren zijn verkocht. Ik heb het niet gelezen.

Ik heb ook van Romijn nooit iets gelezen. En ook hij was een veelgelezen schrijver, van jeugdboeken en boeken voor volwassenen. Misschien heeft dit zijn bekendheid verhinderd: toen hij begon, waren schrijvers van kinder- en jeugdliteratuur randschrijvers. Hun werk werd heel weinig gerecenseerd. Hun bekendheid was tegengesteld aan hun officiële 'naam'. Die was nul. De necrologie was vaak het langste stuk dat ze in de krant kregen.

De auteurs van populaire boeken zijn in de randsituatie van de kinderboekenschrijvers van eens gebleven. Romijn was een protestants schrijver en had zijn lezers vooral in de wereld van zijn geloofsgenoten.

Sommige auteurs zijn vooral in een bepaalde streek bekend, de plaats van handeling van hun werk: West-Friesland, Drenthe, West-Brabant. Soms zijn ze even nationaal bekend. Ze worden dan bijna als curiositeit voor de tv gehaald; op de tafel ligt hun onvoorstelbaar grote productie, in een ijzeren regelmaat van werken opgebouwd.

De kwalificaties van het werk van de populaire schrijvers (die zeer vergrijzen; wie zijn eigenlijk hun opvolgers?) zijn natuurlijk omgekeerde aanduidingen over literatuur. Die is niet voorspelbaar, gaat tegen alle verwachtingen in, er klopt niets (ja, op literair niveau), de lezer wordt zelden gerechtvaardigd in zijn verwachtingen of oordelen. 'Voorspelbaar' is een literaire diskwalificatie.

Er kan nog aan worden toegevoegd dat de taal in de populaire literatuur geen rol speelt als uitdrukkingsmiddel. Er is een inhoud, maar geen taalvorm. Die inhoud loopt dus onder het lezen weg, want hij wordt niet door taal vastgehouden.

Uiteraard hebben al deze omschrijvingen iets willekeurigs; in de afgrenzing tusen lectuur en literatuur zitten ontelbare mazen. Maar verschillen de lezers veel? Altijd hetzelfde wil de lectuurlezer. Maar wanneer de literatuurlezer zijn lectuur overziet, zal hij een groot aantal constanten ontdekken. Ook hij lijkt steeds naar hetzelfde te zoeken. Elke lezer is misschien conservatief. En het nieuwe weet hij terug te toveren binnen de traditie.

Bij herlezing zijn er drie mogelijkheden. Allereerst verlangen naar herhaling van de ontroering. Misschien is die wel de belangrijkste. Wie zou niveauverschil in ontroering willen aanbrengen? De tweede mogelijkheid is een verlangen naar vertrouwdheid, bekendheid, naar wat men als een eigen wereld is gaan beschouwen.

De derde mogelijkheid is die van de hoop op verdieping. De literatuurlezer weet dat het werk onuitputtelijk kan zijn. Hij keert bijvoorbeeld jaarlijks terug naar Eliot en elke keer worden nieuwe facetten zichtbaar, verdiept zich de betekenis van een gedicht of het oeuvre. Ik denk dat in die vorm van herlezing de literatuurlezer zich van de lectuurlezer onderscheidt. Het is het enige punt dat ik kan bedenken. En in dat 'alles-lezen' van de ene auteur onderscheiden de twee soorten lezers zich ook niet. Alles van Van der Lugt, alles van Vestdijk. Het repetitie-syndroom is heel sterk.

Dit is misschien een essentieel verschil: de lectuurlezer leest nooit over zijn boeken. De literatuurlezer vaak wel. Hij hoopt zich nog meer te verdiepen en dus ook nog meer van zichzelf bewust te worden. De lectuurlezer heeft aan het boek genoeg. Hij moet een gelukkig mens zijn. Dat schrijft hij ook. 'U heeft mij gelukkig gemaakt.' Waarom heb ik dat nooit aan Vestdijk geschreven?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden