ALTIJD GEVANGEN

Samuel Beckett had zelf niet zo veel op met verfilmingen van zijn stukken, maar tien jaar na zijn dood moet hij er toch aan geloven....

Op 8 oktober 1960 ging Samuel Beckett aan zijn eikenhouten bureau zitten, opende een crèmekleurig cahier en schreef: 'Toneelstuk. Vrouw alleen.' Details van het decor stonden hem meteen helder voor ogen: 'Een grasvlakte die licht oploopt naar een laag heuveltje, ongeveer 1,20 meter hoog. De vrouw zit tot haar middel in die heuvel, met een zwarte tas en een parasol.'

Op de verfilming van Happy Days, zoals het stuk uiteindelijk ging heten, is het landschap om haar heen geen grasveld, maar een onmetelijke woestenij waar zo ver het oog reikt geen mens te zien is. Heuvels, zand, hier en daar wat struikgewas en felle zon. Onherbergzaam en verlaten. Maar de vrouw verwelkomt monter elke nieuwe dag. Haar parelketting plooit zich keurig om haar hals, en haar bloemenhoedje hoort zo bij haar voorkomen dat het spontaan uit haar schedel lijkt te zijn gegroeid.

Of Samuel Beckett zelf met deze felgekleurde beelden tevreden zou zijn, weet geen mens. De Ierse schrijver is al meer dan tien jaar dood. We weten wel dat het tussen hem en de verfilmers van zijn stukken meestal niet erg boterde. Toen John Huston in 1962 Wachten op Godot wilde verfilmen, het stuk dat Beckett wereldberoemd had gemaakt, met Peter O'Toole en Peter Sellers, werd Beckett met een fooi afgescheept. Huston wilde filmen in een verfijnd buitenhuis met een tuin en een eenzame boom in plaats van de door Beckett voorgeschreven verlaten landweg. Beckett protesteerde, de zaak bleef twee jaar slepen, en de film kwam er nooit.

Maar nu heeft de film toch het laatste woord. Het Britse Channel Four heeft in samenwerking met het Ierse Gate Theatre uit Dublin negentien toneelstukken van Beckett verfilmd. Een gigantisch project (ruim negen uur film) waarvoor wonder boven wonder toestemming kwam van Becketts lastige erfgenaam, zijn neef Edward. Producer is Michael Colgan, artistiek directeur van het Gate Theatre en bewonderaar van Beckett.

Het resultaat, dat de komende maanden zal worden uitgezonden door de VPRO en de NPS, mag er zijn. Met grote acteurs als Jeremy Irons, de 96-jarige John Gielgud, vlak voor hij zou overlijden, Harold Pinter, John Hurt, Michael Gambon, en ga zo maar door.

Behalve Happy Days, Wachten op Godot en Eindspel, Becketts bekendste stukken, is er ook veel aandacht voor minder bekend werk. Zo regisseerde Anthony Minghella - van The English Patient - Play, een merkwaardig stuk waarin drie mensen in urnen zich in het hellevuur bevinden. Daar delibereren ze over de driehoeksverhouding die ze tijdens hun leven hebben gehad. In een razend tempo. Een lichtbundel fungeert als ondervrager.

Rap braken ze hun huiselijke problemen uit, alsof ze daardoor aan hun lot kunnen ontkomen. Op film doet de sfeer denken aan Tarkovsky. Blauwig licht, een kale vlakte bezaaid met urnen waarin een menigte mensen babbelt alsof de dood hen op de hielen zit.

Voor de productie van Play werd Beckett zelf met de regie belast omdat de eigenlijke regisseur oververmoeid was. Hij oefende met de acteurs een toon die hij zelf beschreef als 'recto-tono', zo ongeveer wat monniken doen als ze hun religieuze teksten lezen. De acteurs moesten hun tekst als 'dramatische munitie' uitstoten.

Hij kon onverzettelijk en hard zijn als de integriteit van zijn werk in het geding kwam. Hij eiste kaalslag en soberheid. Ook van acteurs die vaak in grote problemen kwamen door het hoge tempo wat hij verlangde of de toonloosheid die hem voor ogen stond. Vaak begeleidde hij spelers met een metronoom.

Meer dan over de weelderige beelden in Play zou Beckett te spreken zijn geweest over Ohio Impromptu. Twee mannen met lange witte haren zitten aan een tafel. De een leest voor uit een boek, de ander luistert. Met zo'n droef gezicht dat het lijkt alsof elke zin hem een deuk in zijn ziel geeft. Regelmatig klopt hij met zijn vuist op tafel. Dan moet de voorlezer zijn laatste zin herhalen of weer doorgaan. Dat ritueel gaat door tot het boek uit is.

De twee mannen zijn elkaars alter ego, ze kijken in hun eigen gezicht. Allebei worden ze gespeeld door Jeremy Irons. De camera draait in langzame cirkels rond het tafereel, zakt, zodat het lijkt alsof de tafel los komt van de grond. Na afloop zoomt hij uit, de voorlezer lost op uit het beeld. Kleur doemt op, en we horen straatgeluiden. Het is een onwerkelijke, droomachtige atmosfeer die op het toneel nooit op deze manier kan worden geëvenaard.

Waar op een podium de nadruk ligt op de literaire kwaliteit, wint op film juist het beeld. Telkens weer houdt de camera stil en kijken we naar een uitgewogen tafereel. Onvermijdelijk springt daardoor de schilderachtige kant van Becketts stukken in het oog. Eerder schepper van bewegende beelden dan dramaschrijver. Minutieus beschreef hij zijn decors waar nooit iets aan mocht worden veranderd.

Beckett stelde zijn eigen worsteling te boek: mensen zitten bij hem altijd gevangen - in een rolstoel, in de aarde, in vuilnisvaten of in de zinloze sleur van elke dag. Als jonge man al had hij last van gruwelijke depressies. Hij leed aan slapeloosheid, had 's nachts hevige paniekaanvallen . Schrijven was zijn redding . Maar altijd weer zag hij kans de pijn van het leven in wonderlijke, symbolische beelden te gieten.

Als de meest eigenzinnige toneelschrijver van zijn tijd lapte hij alle toneelwetten aan zijn laars. Soms zie je alleen een mond, in Not I, maar het meest extreem is hij in Breath, een stuk van twee minuten. We horen één lange ademtocht terwijl we kijken naar een verzameling troep: een omgevallen brancard, proppen papier, flessen. We zien die hele omgeving kantelen. En je weet: hier sterft een mens.

De entourage op film kan een heel eigen sfeer creëren. What Where lijkt hier pure science fiction: de wind huilt, stalen deuren slaan dicht en bladzijden van een boek waaien op. Een onbeweeglijke man, een dictator die zijn ondergeschikten beschuldigt van ongehoorzaamheid. Telkens stelt hij dezelfde vraag, waarop telkens hetzelfde antwoord komt. Het lijkt alsof de wereld ver weg is of helemaal niet meer bestaat. De beginzin klinkt als een tragisch godsoordeel: 'It is spring. Time passes.' En aan het slot alleen: 'Time passes. That is all.'

Becketts teksten zijn meestal pure poëzie, zelfs als ze gaan over banaliteiten, zoals in Play of in Happy Days. Een van zijn mooiste stukken, prachtig verfilmd, is Krapp's laatste band. Een man zit aan een bureau achter een bandrecorder en luistert naar zijn eigen stem. Zijn stem van vroeger. Al zijn herinneringen heeft hij op band gezet. Langzaam gaat de camera achteruit; we zien een immense wand met ordners achter zijn rug die hoog boven hem uittorent, zijn leven, het bewijs dat hij er ooit was.

Als de man een nieuwe band in zijn bandrecorder doet, zoomt de camera in tot een close-up. De ogen van de acteur, een intens acterende John Hurt, zijn onafgebroken gefocust op het apparaat. Hij haalt een verfomfaaid briefje uit zijn zak en leest. Sist, kreunt, en barst plots in lachen uit. We zitten er met onze neus bovenop, luisteren mee naar dat leven, dat onherroepelijk voorbij is gegleden.

Becketts strenge beelden komen op film tot leven. Vooral door de camera die af en toe brutaal door de ruimte danst. Zoals bij Eindspel, met een onvergetelijke Michael Gambon als Hamm, een oude, stervende man. Hamms ouders die op de achtergrond in vuilnisvaten zitten, zijn hier echte oude mensen. Roerend is hun gesprek over vroeger, toen ze in een bootje over het Comomeer voeren. Hamm is gekluisterd aan zijn rolstoel. We zien elke plooi in zijn gehavende gezicht. Hij is blind, de donkere bril lijkt in zijn hoofd geëtst, hij leeft in zijn eigen duistere wereld, waarin zijn verzorger, de nerveuze Clov, zijn enige uitzicht is. Clov is zijn alter ego, de enige die hem nog in leven houdt. Niet lang. 'Ik ben zover', zegt Hamm aan het eind. 'Het is genoeg.'

En onvermijdelijk denk je aan de gekwelde man die Beckett zelf was. Elke donkere nacht kroop hij weer onder zijn 'nachtmerriedons'. Alleen. 's Nachts waren zijn angstaanvallen het grootst. De nachtegalen in het bos, die zongen bij volle maan, waren zijn enige troost - levende wezens die de slaap niet konden vatten. Net als hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden